Eerbewijzen voor Julius Caesar

Imperator Julius Caesar met lauwerkrans (Bode-museum, Berlijn)

Het was 1 januari 44 v.Chr. en dat was ook bij de Romeinen nieuwjaar. Julius Caesar en Marcus Antonius traden aan als consuls. De eerste deed het voor de alweer vijfde keer, de tweede voor het eerst. Caesar had zijn kolonel, die hem tijdens zijn Balkancampagne had gered, enige tijd op afstand gehouden, maar Marcus Antonius was inmiddels weer een van zijn vertrouwelingen.

Enfin, we zijn weer beland in ons naar een climax lopende feuilleton “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?” Zijn biograaf Suetonius noemt een aantal positieve én negatieve daden.noot Suetonius, Caesar 75-76; vert. Daan den Hengst. Eerst de positieve.

Lees verder “Eerbewijzen voor Julius Caesar”

Imperator, Mynkd, MNKDH

Een vroege Romeinse generaal in Spanje voert de titel inpeirator = imperator (Louvre, Parijs)

Romeinse keizers hadden de gewoonte om in inscripties aan hun namen ook een stuk of wat titels toe te voegen: zoveel keer consul, aangewezen voor een volgend consulaat, in het zoveelste jaar met de bevoegdheden van tribuun en zo-en-zo vaak imperator. Dat laatste woord betekent “bevelhebber”, en was een eretitel die een leger bij acclamatie kon verlenen aan een zegevierende generaal.

De eerste deze titel kreeg, was Scipio Africanus, nadat hij tijdens de Tweede Punische Oorlog de Karthaagse bezittingen in Iberië had veroverd.noot Polybios, Wereldgeschiedenis 10.40.2-5. De Spaanse soldaten, die eerst de Karthagers hadden gediend maar naar de Romeinen waren overgelopen, wilden Scipio een titel geven die in onze Griekse en Latijnse bronnen wordt weergegeven met een woord dat “koning” betekent. Die titel was echter onaanvaardbaar voor een Romeinse republikein, en dus werd Scipio uitgeroepen tot imperator.

Lees verder “Imperator, Mynkd, MNKDH”

De Tweede Punische Oorlog (11): Spanje

Iberische soldaten, zoals ze in de Tweede Punische Oorlog vochten, op een een kruik uit Catalonië (Museu d’Arqueologia de Catalunya, Barcelona)

[Dit is de elfde aflevering van een feuilleton over de Tweede Punische Oorlog (218-201 v.Chr.). Het eerste is hier. In het laatste stukje van gisteren verkeerde de strijd in een impasse en diende de jonge Romeinse generaal Scipio zich aan.]

De Romeinen hadden sinds de dood van Scipio’s vader in Spanje terrein moeten prijsgegeven, maar beheersten nog altijd het gebied benoorden de Ebro. Bovendien waren ze goed getraind. Elders op het Iberische schiereiland waren drie Karthaagse legers actief en de jonge generaal begreep dat hij niet moest wachten tot die zich tegen hem verenigden.

Het geluk lachte hem toe. De Karthaagse strijdkrachten bevonden zich ver van hun hoofdstad, Nieuw Karthago (het huidige Cartagena), en de jonge generaal liet zijn soldaten daar in zeven dagen naartoe marcheren: zeven dagmarsen van vijfenzestig kilometer. Er bestaan parallellen, maar ze zijn zeldzaam en de legionairs zouden het wellicht niet hebben gedaan als Scipio hun niet had verteld dat droomgezichten hem succes hadden voorspeld en dat hij mocht rekenen op de zeegod Neptunus. In zeven dagen presteerden de mannen het bijna onmogelijke. De Karthaagse commandant Mago was totaal verrast.

Lees verder “De Tweede Punische Oorlog (11): Spanje”

Imperator

De imperator-inscriptie uit het Louvre
De imperator-inscriptie uit het Louvre

Voor de bovenstaande bronzen plaat, gevonden bij Cádiz in Andalusië, ben ik eens speciaal naar het Louvre gegaan. Vooruit, ik was al in Parijs en zou er vroeg of laat toch wel zijn beland, maar toch. De inscriptie is interessanter dan ze op het eerste gezicht lijkt; als u de Latijnse tekst precies wil lezen, kan het hier.

De strekking is dat de Romeinse veldheer Lucius Aemilius Paullus, die later de Macedoniërs zou onderwerpen, de burgers van een dorp ontsloeg van de diensten die ze moesten verrichten als slaven voor hun burgers in Hasta, het huidige Mesas de Asta. Een en ander gebeurde ergens tussen 191 en 189 v.Chr.

Lees verder “Imperator”