
Het was 1 januari 44 v.Chr. en dat was ook bij de Romeinen nieuwjaar. Julius Caesar en Marcus Antonius traden aan als consuls. De eerste deed het voor de alweer vijfde keer, de tweede voor het eerst. Caesar had zijn kolonel, die hem tijdens zijn Balkancampagne had gered, enige tijd op afstand gehouden, maar Marcus Antonius was inmiddels weer een van zijn vertrouwelingen.
Enfin, we zijn weer beland in ons naar een climax lopende feuilleton “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?” Zijn biograaf Suetonius noemt een aantal positieve én negatieve daden.noot Eerst de positieve.
Clementie
Tegen het einde van zijn leven gaf hij aan allen, ook aan diegenen die hij nog geen vergiffenis had geschonken, toestemming terug te keren naar Italië en burgerlijke en militaire ambten te bekleden. Ook liet hij de beelden van Sulla en Pompeius, die door het volk van hun voetstuk waren gestoten, weer oprichten.
Logisch: Caesar had ervaren bestuurders nodig voor het wereldrijk dat hij nu in zijn macht had. De Clementia Caesaris was slechts één middel.
Werden er nadien nog aanslagen beraamd of vijandige opmerkingen gemaakt, dan strafte hij de schuldigen niet, maar maakte het hun onmogelijk handelend op te treden. Zo stelde hij, wanneer samenzweringen of nachtelijke bijeenkomsten ontdekt waren, verder geen rechtsvervolging in, maar gaf alleen bij edict te kennen dat hij ervan op de hoogte was. Hij volstond ermee personen die hem fel bekritiseerden in de Volksvergadering te waarschuwen daar niet mee door te gaan.
Samenzweringen, meervoud. Wat zouden we daar graag meer over weten!
Buitensporige eerbewijzen
We zullen nog meer voorbeelden van die roekeloze tolerantie tegenkomen. Daar stonden negatieve daden tegenover.
Toch wegen andere daden en uitspraken van hem zo zwaar, dat men meent dat hij misbruik heeft gemaakt van zijn absolute macht en dat hij terecht is vermoord. Het was hem immers niet genoeg buitensporige eerbewijzen te aanvaarden (het consulaat gedurende meerdere jaren aaneen, de functie van dictator voor het leven, het toezicht op de zeden, daarbij de voornaam Imperator, de titel Vader des Vaderlands, de plaatsing van zijn standbeeld tussen die van de koningen …), hij liet zich ook eerbewijzen toekennen die de menselijke maat te boven gaan: een gouden zetel in het Senaatsgebouw en op de rechtbank, een wagen en een draagbaar voor gebruik bij de processie naar het Circus Maximus, tempels, beelden naast die van de goden … en de vernoeming van een maand naar hem.
Dit laatste is een verwijzing naar de maand die ook wij nog juli noemen. Schrijvend in de derde eeuw na Chr. noemt Cassius Dio dat Caesar zich behalve Imperator “bevelhebber”, ook Liberator mocht noemen. Het kan waar zijn. Dio noemt verder dat Caesar een huis cadeau kreeg, zodat hij op staatskosten mocht leven. Als hogepriester bezat Caesar echter al zoiets, wat ons aan de betrouwbaarheid van de informatie doet twijfelen. Wat Dio schrijft, kan zijn geïnspireerd door de paleizen van de latere keizers. Het door hem genoemde recht op eerbewijzen als Romeinen een overwinning zouden boeken waarbij hij niet aanwezig was, lijkt evenmin reëel: ook dit was een gebruik uit de keizertijd.noot
We weten met meer zekerheid dat Caesar het recht kreeg de gewaden te dragen die iemand alleen tijdens een triomftocht dragen mocht. Schoenen met plateauzolen maakten dat hij boven andere mensen uitstak. Het recht in het openbaar een lauwerkrans te dragen, deed hem veel plezier omdat hij zo zijn kaalheid kon verbergen.
Permanent dictator
Het venijn zit in de titel “dictator voor het leven”, die op 14 februari werd geformaliseerd maar toen al een tijdje in de lucht hing. Caesar kan hebben gedacht dat hij een vorm had gevonden om de alleenheerschappij een constitutioneel tintje te geven. Immers, dictator perpetuo, “permanent dictator”, klonk minder onaantrekkelijk dan rex, “koning”. De nieuwe titel moet anderen echter de stuipen op het lijf hebben gejaagd. Het eerdere “dictator voor tien jaar” had nog de schijn gewekt dat het tijdelijk zou zijn, of althans met een machtigingswet moest worden verlengd. Als dictator perpetuo was Caesar een absoluut heerser.
Het beste commentaar op de eerbewijzen voor de permanente dictator is dat van de tweede-eeuwse auteur Florus, die een uittreksel maakte van het geschiedwerk van Titus Livius. Vermoedelijk is het uit diens pen dat de opmerking komt dat alle eerbewijzen waren als de decoratie van een offerdier dat wordt klaargemaakt om te sterven.noot U weet al wat er op komst was. Samenzweringen, meervoud. En er hoefde er maar één succes te hebben.

[Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.]
Zelfde tijdvak
De slag bij Zela (2)mei 21, 2023
Dode-Zee-rollen in Assenjuli 12, 2013
Caesar vlucht vooruitjuni 9, 2022

“We weten met meer zekerheid dat Caesar het recht kreeg de gewaden te dragen die iemand alleen tijdens een triomftocht dragen mocht.”
Onvermijdelijk, want dat privilege was Pompeius al eerder te beurt gevallen. Cicero deed er smalend over (“togulam illam pictam – dat veelkleurig kostuumpje van hem”, Brieven aan Atticus 1.18.6). Uiteraard hoorde Caesar alle eerbewijzen van zijn rivalen te krijgen en nog wat extra. Dat mechanisme moest wel tot ontsporing leiden.
“Het was 1 januari 44 v.Chr. en dat was ook bij de Romeinen nieuwjaar”
Hoe kan nou 1 januari Nieuwjaar bij de Romeinen zijn, als december de 10e maand is?
Rondneuzen op de Wikipedia levert op dat dat in 45 v. Chr. door Caesar zelf veranderd is. Dit was dus de eerste of tweede keer dat Nieuwjaar op 1 januari viel.
Er zal dus nog wel geen vuurwerk aan te pas zijn gekomen… 🙂
Dat zijn twee dingen. De nieuwjaarsdag werd van 1 maart naar 1 januari verschoven in – ik meen – de tweede eeuw v.Chr. Het was een oorlogsmaatregel in de tijd van de Iberische Oorlogen, omdat de legers lang onderweg waren naar het front en vroeger van huis moesten.
Op dat moment was de Romeinse kalender een maan/zon-kalender. Die liep door incompetent invoegen van de schrikkelmaan nogal uit de pas. (Degene die dat verkeerd had gedaan, was Julius Caesar zelf, die er als hogepriester al voor zijn vertrek naar Gallië voor verantwoordelijk was). Caesar loste het probleem op door het invoegen van enkele maanden en het omzetten van de kalender in een pure zonnekalender met één schrikkeldag per vier jaar.
Hoe gemakkelijk kwam Octavianus hier wel mee weg. Of was de ‘verontwaardiging’ gespeeld?