Driemaal de Iraanse Revolutie: David Danish

Militair ereveld, Qazvin
Militair ereveld, Qazvin

Zelden nam een auteur zijn personages harder te pakken dan David Danish de hoofdfiguur van De zelfmoordacademie, Ali. In de psychiatrische inrichting waar hij wordt verpleegd ontmoet hij de labiele Leyla, met wie hij een relatie begint; ze blijkt zwanger en wil een abortus, maar er is geen geld – reden voor Ali om toe te treden tot de zelfmoordeenheden die Iran inzette tijdens de oorlog tegen Irak (1980-1988), want als hij sneuvelt, zal Leyla een uitkering krijgen die voldoende is voor de ingreep. Dat is nog maar het begin van een reeks verwikkelingen die Ali uiteindelijk brengen naar het ‘Kamp der Martelaren’ waar zelfmoordstrijders worden opgeleid die zullen worden ingezet in de strijd tegen het Westen.

Waanzin, abortus, oorlog en terrorisme: elk van deze onderwerpen alleen al zou voldoende zijn geweest voor een zelfstandige roman, maar Danish is ambitieuzer en heeft nog meer ellende verwerkt in De zelfmoordacademie. Zo worden we ook geconfronteerd met antisemitisme, chantage, dakloosheid, diefstal, dierenmishandeling, druggebruik, gebroken gezinnen, gifgas, honger, incest, marteling, mishandeling, moord, oorlogsmisdrijven, overspel, politieke manipulatie, prostitutie, racisme, religieuze vervolging, sadisme, steniging, verkrachting en – inderdaad – zelfmoord.

Lees verder “Driemaal de Iraanse Revolutie: David Danish”

Driemaal de Iraanse Revolutie: F. Springer

De werkkamer van de Shah
De werkkamer van de Shah

Ze waren er allemaal weer. Pulpschrijver Toby Harrison. Zijn verblijf in Teheran. De ironische gesprekken. De overdonderende entree van Bill Turfjager, Nederlands consul aan het hof van zijne keizerlijke majesteit sjah Mohammed Reza. De schitterende typeringen (‘hete lucht gevangen in een aanmatigend letterbeeld’). Arie van der Meer. Harrisons onmogelijke liefde voor zijn Iraanse secretaresse Pat Jahanbari. De kortste mooie zin uit de Nederlandse letteren (‘Oh my God’). Hadji Baba. En tot slot, als de lezer denkt dat het boek is afgelopen, de genadeslag.

De zevende druk van Teheran. Een zwanezang, wel eens beschouwd als de beste roman van F. Springer (1932), was reden voor een feestje en Uitgeverij Querido liet de lezers in de vreugde delen door de prijs te verlagen tot ze bijna redelijk werd. Reden genoeg om het in 1991 voor het eerst verschenen boek te herlezen en de vraag te stellen of het nog steeds evenveel plezier en pijn doet. Is het, met andere woorden, inderdaad een klassieker?

Ja.

Lees verder “Driemaal de Iraanse Revolutie: F. Springer”

Driemaal de Iraanse Revolutie: Kader Abdolah

De revolutie is in Iran nog niet vergeten
De revolutie is in Iran nog niet vergeten

Zonder twijfel hebben de dames en heren literatuurcritici verheven theorieën geformuleerd over belang en oogmerk der literatuurkritiek, maar voor ons, lezers, telt slechts één ding: is het boek goed genoeg om er tijd aan te besteden? Als het gaat over Het huis van de moskee is het antwoord een ronkend JA. De geschiedenis van de Aga Djan, een tapijtfabrikant die in de jaren zeventig zijn familie ziet uiteenvallen in voor- en tegenstanders van de Iraanse revolutie, levert een buitengewoon geslaagd boek op.

Om te beginnen is het prachtig geschreven. Aan het einde deelt Shahbal, de verteller van Het huis van de moskee, mee dat hij zich in een ander land heeft gevestigd en weliswaar is veranderd van schrijftaal, maar altijd heeft getracht de poëtische geest van het mooie oude Farsi een plek te geven in zijn verhalen. Als Nederlander kan ik die Perzische poëtische geest moeilijk navoelen, maar ik denk dat ik begrijp hoe Het huis van de moskee een Iraans verhaal in het Nederlands kan zijn.

Lees verder “Driemaal de Iraanse Revolutie: Kader Abdolah”