Het lot van Henoch

Henochs hemelvaart met het offer van Abel (Cappella Palatina, Palermo)
Henochs hemelvaart met het offer van Abel (Cappella Palatina, Palermo)

Ik vertelde gisteren dat het christendom mede is ontstaan doordat Jezus, die zich als joodse religieuze autoriteit vooral moet hebben beziggehouden met halachische vraagstukken en die geloofde in het nabije einde der tijden, door zijn leerlingen werd beschouwd als een middelaarfiguur van de soort die we ook kennen uit de Henochitische literatuur. (Het binnen het toenmalige jodendom ongebruikelijke idee dat de Messias en de Mensenzoon dezelfde waren, heeft eveneens parallellen in dit materiaal.)

Henoch

Het is u vergeven als u de Henochitische literatuur nooit heeft gelezen of er niet van heeft gehoord. Toen de rabbijnen in de tweede eeuw n Chr. vaststelden welke teksten mochten gelden als geïnspireerd, distantieerden ze zich er namelijk van. Niet onbegrijpelijk, aangezien het idee van een tweede godheid een rol speelde in het vroege christendom. Dáár voelde men zich er echter eveneens ongemakkelijk bij en christenen zouden Jezus steeds meer typeren als de tweede persoon van de drie-eenheid. Teksten over een “kleine JHWH” waren daarom ook bij de christenen niet gewenst. Toen ze lijsten begonnen op te stellen van geïnspireerde teksten, verdween Henoch dus ook van de christelijke canon.

Lees verder “Het lot van Henoch” →

De moord op Caesar

Caesar (Altes Museum, Berlijn)

Julius Caesar had de alleenheerschappij in het Romeinse Rijk veroverd en was er niet in geslaagd deze aanvaardbaar te maken voor zijn tijdgenoten, die de republiek zeer toegenegen waren. En dus werd hij vermoord, waarmee een nieuwe ronde burgeroorlogen onvermijdelijk werd.

De Romeinse biograaf Suetonius schrijft (in de vertaling van Daan den Hengst):

Lees verder “De moord op Caesar” →

Tijdmanagement

Klok

Ik ben deze dagen bezig met het maken van de brochure met de nieuwe cursussen en reizen van Livius. Dat is een ongelooflijk vervelend werkje, want ik moet rekening houden met meer zaken dan menselijkerwijs mogelijk is, zoals de wensen van acht docenten en de mensen die de negen vestigingen beheren, alsmede de mogelijkheden negen zalen te huren. Het is een soort  simultaanschaak, met dit verschil dat wat je op het ene bord doet, altijd invloed heeft op minimaal twee andere borden. Ik zou de vormgeefster van de brochure nog vergeten: met haar heb ik een afspraak wanneer ik de tekst van de brochure moet aanleveren: zij is, om de metafoor te handhaven, de onverbiddelijke schaakklok.

Alles komt neer op controle. Dus stuurde ik afgelopen woensdag iedereen een mailtje met het verzoek te kijken of het rooster klopte, aangezien ik maandag de brochure naar de vormgever moest sturen. Omdat ik het op woensdag vroeg, hadden de mensen donderdag, vrijdag, zaterdag en zondag om in hun agenda te kijken. Dat leek me genoeg.

Lees verder “Tijdmanagement” →

Schrikkeldagen en schrikkelmanen (2)

Caesar (Archeologisch Museum, Palermo)

De invoering van de nieuwe kalender van negentien jaar, waarvan er zeven een schrikkelmaan hadden, waarover ik zojuist blogde, was een van de grootste wetenschappelijke doorbraken uit de geschiedenis, en dat werd destijds ook erkend. De Joden, die destijds ook in het Perzische Rijk woonden, namen de cyclus meteen over. 235 maanmaanden (6940 dagen) is inderdaad precies even lang als negentien zonnejaren. Deze schrikkelcyclus staat bekend als die van Meton, naar de Atheense astronoom die haar in de vijfde eeuw in Griekenland introduceerde.

Ondanks de bereikte precisie was er nog ruimte voor verfijning, en rond het midden van de vierde eeuw v.Chr. werd vastgesteld dat als je vier cycli van negentien jaar nam en er één dag uit weg liet, je nóg accurater was. Deze cyclus van zesenzeventig jaar, 940 maanden en 4×6940-1=27759 dagen is vernoemd naar Kalippos, maar de ontdekker is vermoedelijk de astronoom Kidinnu uit Babylon, een tijdgenoot van Alexander de Grote.

Lees verder “Schrikkeldagen en schrikkelmanen (2)” →

Schrikkeldagen en schrikkelmanen (1)

Caesar (Museum van Korinthe)

Eens in de vier jaar een schrikkeldag, maar niet in jaren deelbaar door honderd en weer wel als het jaarnummer deelbaar is door vierhonderd: echt makkelijk is het niet, maar nuttig is het wel. Door te schrikkelen, loopt de kalender namelijk in de pas met de seizoenen. Augustus blijft een zomermaand, februari blijft een wintermaand.

Voor ons is dat niet meer zo heel belangrijk, maar toen Julius Caesar de kalender met de schrikkeldag invoerde en toen paus Gregorius XIII de huidige regels invoerde, waren er nog religieuze feestdagen die aan de seizoenen waren gekoppeld. Het was handig als het feest voor de graanoogst ook plaatsvond als er iets te oogsten viel, en het was eveneens gemakkelijk als de vastentijd viel in een tijd waarin het eten toch al bijna op was.

Lees verder “Schrikkeldagen en schrikkelmanen (1)” →