
Ik vertelde in het vorige blogje over de gelukkige manier waarop Alexander de Grote in de vroege zomer van 334 v.Chr. de stad Sardes in handen had gekregen. Daarvandaan marcheerden de Macedoniërs verder naar het zuiden. Op de Karabelpas zal Alexander ongetwijfeld het hierboven afgebeelde, eeuwenoude reliëf zijn getoond waarvan men vertelde dat het de legendarische Egyptische koning Sesostris voorstelde. Volgens de verhalen had hij in lang vervlogen tijden de hele wereld veroverd en overal zijn beeltenis in rotsen laten uithouwen, om zo te tonen tot hoever hij was gekomen. We weten niet wat Alexander ervan vond.
Efese
De Macedoniërs trokken door een vruchtbaar gebied, waar de oogst rijp op de velden stond. De bevoorrading verliep probleemloos en drie dagen na hun vertrek uit Sardes bereikten ze Efese. De democraten, die juist de oligarchen hadden verdreven, bereidden Alexander een warm welkom. Zoals Arrianus aangeeft, was het bijltjesdag:
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.