Hoezo Zondeval?

Sinds de Zondeval kruipen slangen door het stof

Mijn vrienden zijn op een leeftijd waarop ze kinderen krijgen. Het blijft me verbazen hoe peuters de ene vaardigheid na de andere ontwikkelen. En steeds zeggen mijn vrienden hetzelfde: “je kunt ze wel iets verbieden, maar ze begrijpen gewoon niet wat ‘dat mag niet!’ betekent”. Moreel bewustzijn, dat ontwikkelen kinderen pas later. Ouders kunnen dingen eigenlijk pas verbieden als hun kinderen begrijpen dat het verkeerd is iets verbodens te doen.

Hetgeen ons brengt bij een verbod uit Genesis 2.

God bracht de mens in de tuin van Eden, om die te bewerken en erover te waken. Hij legde hem het volgende verbod op: “Van alle bomen in de tuin mag je eten, maar niet van de boom van de kennis van goed en kwaad; wanneer je daarvan eet, zul je onherroepelijk sterven.” (Genesis 2.15-17; NBV21)

Lees verder “Hoezo Zondeval?”

Erasmus en Luther

Erasmus (Nationaal Archief, Den Haag)

De tweede gekozen episode, nou ja een fase die jaren duurt, is de botsing tussen Erasmus en Luther. Een botsing die als ultieme consequentie had dat beider geschriften op de pauselijke index kwamen te staan. Waar ze pas in 1966 weer van afgehaald zijn.

Wetenschapper versus theoloog

De twee mannen deelden een afkeer van  de verkeerde praktijken van de kerk (aflaten, obscene rijkdom, de ongerijmdheid van allerlei religieuze voorschriften, waaronder het priestercelibaat). Daar ging het conflict niet over. Het ging over wetenschap en geloof. Een wetenschapper en stond tegenover een gelovige, of misschien moet ik zeggen als gelovige theoloog.

Voor Erasmus was de uitgave van het Nieuwe Testament in het (oorspronkelijke) Grieks (met daarnaast in een kolom een verbeterde Latijnse Vulgaat) gebaseerd op zoveel mogelijk bronnen, niet een geloofsdaad maar een wetenschappelijk daad. Voor Luther was de vertaling van de bijbel in het Duits een geloofsdaad. Hij gebruikte wel Erasmus’ Griekse uitgave maar waar hem Erasmus’ nauwkeurigheid niet zinde omdat dat niet strookte met zijn geloofsopvattingen, corrumpeerde hij gewoon de tekst, beter: hij ging weer terug op de oude Vulgaat-vertaling waarvan Erasmus nu vastgesteld had dat die niet deugde of voegde gewoon de geloofswaarheden van Augustinus in, in plaats van de oorspronkelijke Griekse tekst.

Lees verder “Erasmus en Luther”

Monotheïsering

Pantheon, Hadrianus 118-125
Monotheïsme in het heidendom: het Pantheon, tempel voor het algoddelijke, in Rome

Zoals de trouwe lezers van deze kleine blog weten, ben ik momenteel bezig met een reeks over de vroege geschiedenis van het christendom, waarin ik inmiddels een aantal zaken heb behandeld. Eén daarvan is dat het jodendom weliswaar een monotheïstische norm had, maar in de dagelijkse praktijk open stond voor elementen uit andere religies. Verder wees ik erop dat ideeën over een tweede godheid weliswaar niet voldeden aan die norm, maar ook niet volstrekt marginaal waren. De positie van “tweede godheid” was aan het begin van de jaartelling een vacature en het was mogelijk die door een sterveling te laten vervullen: het is denkbaar dat de Zelfverheerlijkingshymne deze hemelse status toeschrijft aan de stichter van de sekte van de Dode Zee-rollen en Paulus schrijft in de Filippenzenbrief dat Jezus een naam krijgt, hoger dan alle andere namen, wat een aanduiding is van die tweede godheid.

Dit alles roept uiteraard de vraag op waarom christenen Jezus niet langer beschrijven als middelaarfiguur. In een Romeinse context zou Jezus typeren als Gods vizier – praetoriaans prefect desnoods – simpeler zijn geweest dan de complexe Drie-eenheid, waarin in Christus twee naturen samenkwamen. Niet alleen zou het idee van Christus als een lager soort hemeling makkelijker zijn geweest, het is ook beter in lijn met de Bijbel. In de woorden van Paulus: “Christus is het hoofd van iedere man, maar de man is het hoofd van de vrouw, en God het hoofd van Christus” (1 Korinthiërs 11.3). Het idee van een Drie-eenheid is onpraktisch, staat haaks op althans sommige Bijbelteksten en is dan ook een late ontwikkeling.

Lees verder “Monotheïsering”

Alva en de Spaanse Inquisitie

Alva (Teylers Museum, Haarlem)

Ik begrijp daar dus niet van: dat je een rechtbank begint om de religieuze meningen van anderen te beoordelen en dat je daarna, als je vaststelt dat er aan iemand een vlekje zit, zo iemand overlevert aan de wereldse autoriteiten om hem levend te laten verbranden. Het verontrustende van de Spaanse Inquisitie is niet – om de obligate grap maar meteen te maken, dan hebben we dat ook gehad – dat niemand haar verwacht, maar dat niemand haar begrijpt of begrijpen kan.

Dat ligt aan ons. Wij zijn gewend aan de godsdienstvrijheid en vinden dat de gedachten vrij zijn. Misschien vinden Nederlanders dat nog wel meer dan anderen: onze voorouders kwamen in opstand tegen de koning van Spanje omwille van de “liberteyt van conscientie“. Maar wij zijn de uitzonderingen: religieuze intolerantie is van alle tijden en plaatsen. De Romeinse Senaat legde de Bacchuscultus aan banden, Karel de Grote gaf de Saksen de keuze tussen doopvont en schavot, hindoes slaan islamitische heiligdommen kort en klein. De causaliteitsvraag, of intolerantie voortkomt uit religiositeit, is volgens mij onbeantwoordbaar, maar de stelling valt in elk geval te illustreren met een hoop naargeestigheden.

Lees verder “Alva en de Spaanse Inquisitie”

Katharen

Queribus, een van de kastelen van de Katharen

Ik weet weinig van katharen, wat voor een historicus opmerkelijk is, want de pausen en de koningen van Frankrijk was veel gelegen aan de onderdrukking van deze andersgelovigen. Door de oorlog tegen de katharen konden het Franse staatsapparaat en de pauselijke claim op het oppergezag worden  uitgebouwd. Een belangrijk onderwerp dus, en ik heb veel geleerd van het boek van Michel Gybels, Ketterijen in middeleeuws Europa.

Een eerste punt is natuurlijk de vraag wat katharen zijn. Gybels maakt vanaf het begin duidelijk dat er niet één kathaarse kerk was, maar dat er verschillende vormen van andersdenkendheid waren. Hij onderscheidt bijvoorbeeld gematigde en absolute dualisten. De laatste groep meende dat het kwaad een eeuwige, universele kracht was, terwijl de eerste groep meende dat het tijdelijk was. (Met andere woorden: heeft God de Duivel geschapen?) Gybels behandelt ook proto-kathaarse stromingen, en zo toont hij aan dat we in feite moeten spreken van katharismes, meervoud.

Lees verder “Katharen”