De Codex Sinaiticus

Het einde van het Evangelie van Johannes in de Codex Sinaiticus (© Wikimedia Commons)

Iedereen die zich met de Oudheid bezighoudt, al is het nog zo oppervlakkig, weet dat we vrijwel geen boeken hebben uit die tijd. De antieke literatuur is grotendeels overgeleverd in de vorm van middeleeuwse kopieën van kopieën van kopieën. Al in de zestiende eeuw hadden geleerden in de gaten dat zo’n 80% van de manuscripten dateerde van na 800 na Chr. Dat is verre van ideaal. Weliswaar zijn er papyri, die wel komen uit de Oudheid, maar die hebben slechts zelden de lengte van een volledig werk.

Het is zoals het is, maar je zou zo graag echt oude boeken willen hebben. En dat geldt zeker voor de Bijbel, die nou eenmaal normatief is voor joden en christenen. Voor gelovige mensen was de onduidelijke tekstoverlevering zo nu en dan problematisch. Zo zijn er manuscripten met en zonder het zinnetje dat er drie zijn “die getuigen in de hemel: de Vader, de Zoon en de Heilige Geest”.noot 1 Johannes 5.7-8. Dit zogeheten Comma Johanneum heeft nogal wat theologische implicaties.

Lees verder “De Codex Sinaiticus”

Manuscriptenjacht

Het Catharinaklooster in de late negentiende eeuw op een schilderij van Adolf von Meckel (Museum voor Schone Kunsten, Gent)

Ik heb onlangs geblogd over het belang dat oude handschriften hebben voor oudheidkundigen: ze kunnen, door te kijken naar de schrijffouten in de manuscripten, vaststellen welke met elkaar verwant zijn, en zo een stamboom opstellen waarmee is vast te stellen hoe een verloren gegane tekst eruit moet hebben gezien. De alleroudste handschriften zijn niet per se de belangrijkste, maar ze hebben wel een voordeel. Boeken slijten immers en de inhoud moet daarom op gezette tijden worden gekopieerd, waarbij fouten kunnen worden gemaakt. Hoe kleiner het aantal keren dat de tekst is overgeschreven, hoe geringer de kans op fouten, en daarom is de ouderdom van een manuscript niet zonder belang.

Manuscripten, manuscripten

Het Nieuwe Testament, geschreven in het Grieks, is overgeleverd in talloze manuscripten. Het inlegvel in de alweer wat oudere editie die ik hier thuis heb staan (voor de insiders: een Nestle-Aland 25), noemt alleen al voor de evangeliën drieënvijftig niet-elimineerbare handschriften, dat wil zeggen manuscripten die niet van een bekend ouder handschrift zijn overgeschreven. Ze worden alle aangeduid met codes, maar één ervan heeft een speciale aanduiding: א, de Hebreeuwse letter A. Dit is de Codex Sinaiticus, die in 1859 door Konstantin von Tischendorf is ontdekt in het Katherinaklooster aan de voet van de berg Sinai.

Lees verder “Manuscriptenjacht”