Q (3)

Zesde-eeuwse muurschildering van Lukas, gevonden in zijn zogenaamde graf in Efese (Kunsthistorisches Museum, Wenen)

[Dit is mijn derde en laatste stukje over de Tweebronnenhypothese. Het eerste was hier.]

Zoals ik in mijn tweede stukje beschreef, zijn de evangeliën van Matteüs en Lukas gebaseerd op twee eerdere teksten: het Marcusevangelie en “Q”. Het is tijd eens in wat detail te kijken naar Q – en als u het héél gedetailleerd wil bekijken, kunt u hier naartoe.

Afgezien van twee korte verhalen over de wijze waarop de duivel Jezus op de proef stelt en over het geloof van een Romeinse officier, bestaat Q uit een korte proloog over Johannes de Doper en vervolgens een grote verzameling uitspraken van Jezus, die werden aangeduid als logia. Het geheel doet een beetje denken aan een spreekwoordencollectie en eindigt met voorspellingen van de Eindtijd, die Jezus’ volgelingen nog zullen meemaken. Dit laatste moet zijn opgeschreven vóór duidelijk werd dat deze profetie niet uit zou uitkomen en is dus vermoedelijk een heel oud deel van de tekst. Voor een vroege datering van Q pleit ook het vriendelijke beeld van de Romeinse officier, dat beter past in de vroege eerste eeuw dan in de late eerste eeuw, en een opmerking van de vroeg-Christelijke schrijver Papias dat Matteüs in de Aramese logia van Jezus heeft opgeschreven.

Lees verder “Q (3)”

De volkstelling van Quirinius

Ostracon met registratie van een Romeinse volkstelling, niet die van Quirinius (Nationalbibliothek, Wenen)

De scherf hierboven maakt deel uit van de collectie van de Oostenrijkse nationale bibliotheek in Wenen. Hij is gevonden in het zuiden van Egypte en is beschreven door iemand met een geoefende hand, gewend aan het schrijven van veel teksten. Deze klerk heette Amonios, zoon van Amonios, en was belastinginner. In de tekst verklaart hij dat een zekere Soros, zoon van Pachompos, in het vijfde jaar van keizer Claudius (45 na Chr.) de hoofdelijke belasting had betaald, een bedrag van zestien drachmen voor een gezin van acht personen.

Niemand betaalt zijn belastingen voor zijn plezier en twee drachmen per persoon was veel geld. (Een drachme gold als het dagloon van een geschoold arbeider.) De Romeinen deden hun best – hoewel niet al te hard – om het enigszins rechtvaardig te doen, en daarom waren er volkstellingen. Toen keizer Augustus in 6 na Chr. besloot de Judese vorst Archelaos af te zetten en zijn land toe te voegen aan de provincie Syrië, moest gouverneur Publius Sulpicius Quirinius de Judeeërs tellen. Velen verzetten zich.

Lees verder “De volkstelling van Quirinius”

Het saaiste deel van het Nieuwe Testament

Zesde-eeuwse muurschildering van Lukas, gevonden in zijn zogenaamde graf in Efese (Kunsthistorisches Museum, Wenen)

Het saaiste deel van het Nieuwe Testament is te vinden in het evangelie van Lukas: de geslachtslijst van Jezus (Lukas 3.23-38). Het is een opsomming van zesenzeventig persoonsnamen, alle voorouders van de messias. Ik neem aan dat de gemiddelde lezer de tekst overslaat.

Dat is jammer, want er is veel interessants aan te ontdekken.

Lees verder “Het saaiste deel van het Nieuwe Testament”