Schoolmeesters en taalwetenschappers in Rome

Portret van een Romein uit de tijd van Macrobius (Ny Carlsberg Glyptotek, Kopenhagen)

De wortels van de taalwetenschap liggen in de didactiek. Mensen willen weten hoe een taal in elkaar zit omdat ze die taal willen leren. Het helpt dan als iemand ze regelmatigheden aanwijst; het bijvoeglijk naamwoord staat altijd voor het zelfstandig naamwoord in deze taal, en de derde persoon enkelvoud eindigt altijd op een p. Maar het wordt pas wetenschap als je dat praktisch nut loslaat, als je je afvraagt waarom dat bijvoeglijk naamwoord daar staat en hoezo talen eigenlijk een derdepersoonsvorm van een werkwoord hebben.

In de vijfde eeuw na Chr. legde bijvoorbeeld ergens in het Romeinse Rijk een geleerde heer twee talen naast elkaar die hij allebei al perfect beheerste en die hij aan niemand leren wilde. Geen enkel praktisch doel had hij, hij wilde alleen maar snappen hoe het zat.

Lees verder “Schoolmeesters en taalwetenschappers in Rome”

De onderdanige Julia

Portretten van Julia waren om voor de hand liggende redenen zeldzaam; dit is misschien een uitzondering (Altes Museum, Berlijn)

Voor de West-Italiaanse kustlijn, ongeveer op de scheidslijn tussen de regio’s Latium en Campanië, ligt het eilandje Ventotene. In de Oudheid heette het Pandateria en diende het als ballingschapsoord. De beroemdste balling was Julia, de dochter van Augustus, de eerste keizer van Rome.

Een geboorte, een scheiding en een verloving

Julia werd geboren in 39 v.Chr. Ze was de dochter van de man die we gewoonlijk Octavianus noemen, en diens tweede vrouw Scribonia. De biograaf Suetonius weet dat Octavianus zijn echtgenote meteen na de bevalling verstootte om te trouwen met Livia. Dat die al was getrouwd met Tiberius Claudius Nero (in de Alexandrijnse Oorlog de vlootcommandant van Julius Caesar, lees maar) en in blijde verwachting was van haar tweede zoon, Drusus, stond de bruiloft niet in de weg.

Lees verder “De onderdanige Julia”