Was de Griekse godsdienst polytheïstisch?

Een deel van de Elgin Marbles (British Museum, Londen)

Laat ik het maar meteen toegeven: de kop boven deze blog is gekozen om de aandacht te trekken. Als de wet van Betteridge hier van toepassing is, luidt het antwoord op de vraag immers “nee” – maar dat antwoord is dan wel in strijd met wat altijd over de Griekse godsdienst horen en lezen. In elk geval: al zal mijn conclusie straks toch misschien wat teleurstellen, ik hoop wel dat u nog even doorleest. Want die conclusie komt pas aan het eind.

Wat is een theós?

Laten we het er eerst over eens zijn dat we met een polytheïstische godsdienst bedoelen: een godsdienst waarbij de aanhangers ervan geloven in meer dan één god. Gold dat voor de godsdienst van de oude Grieken?

Lees verder “Was de Griekse godsdienst polytheïstisch?”

Menandros

Menandros (Ny Carlsberg Glyptotek, Kopenhagen)

Het kan verkeren. Weinig antieke auteurs zijn in de Oudheid zó populair geweest en in onze tijd zó vergeten als de Atheense toneelschrijver Menandros. U moet hem plaatsen in de tijd van Alexander de Grote en zijn opvolgers of, als u het precies wil weten, tussen 342 en 291 v.Chr.

In de hellenistische en Romeinse tijd zou het moeilijk zijn geweest iemand te vinden die hem niet bewonderde. Hij won acht keer de jaarlijkse Atheense toneelwedstrijden ter ere van Dionysos. Men prees het empathische vermogen van de blijspeldichter: hij kon zich inleven in de mensen die hij ten tonele voerde en presenteerde hun gevoelens geloofwaardig. Misschien is het wel omdat hij bevriend was met Theofrastos, de opvolger van Aristoteles als hoofd van het Lyceum én de auteur van een (overgeleverd) boek met karakterschetsen. De bewondering voor de levensechtheid van zijn toneelstukken ging zo ver dat men weleen speels vroeg of Menandros het leven nabootste of dat het leven een imitatie was van Menandros.

Lees verder “Menandros”

Klassieke literatuur (4): toneel

Het theater van Dionysos in Athene, waar veel van de overgeleverde toneelstukken in première zijn gegaan.
Het theater van Dionysos in Athene, waar veel van het overgeleverde toneel in première is gegaan.

[Bij mijn mail zat een tijdje geleden de vraag welke klassieke teksten en vertalingen ik mensen zou aanraden. In deze onregelmatig verschijnende reeks zal ik een persoonlijk antwoord geven, waarbij leesplezier voorop staat. Wie zich er echt in wil verdiepen, kan het beste aan een universiteit bij een collegereeks. Voor de Latijnse literatuur is er Piet Gerbrandy’s Het feest van Saturnus. Voor de Griekse en christelijke literatuur is zo’n boek er niet. Vandaag behandel ik het toneel.]

De Grieken kenden twee soorten twee toneel: de tragedie en de komedie. De komedies zijn, om redenen die ik zo meteen zal uitleggen, wat vergeten geraakt, maar de tragedies worden nog volop gespeeld. Dat wil zeggen: enkele ervan, want de Rhesos van Euripides is onspeelbaar. Om die reden neemt men ook wel aan dat het stuk niet van die tragicus is: het is zo anders dan de rest van zijn stukken. Maar ja, wat weten we nu eigenlijk over Grieks toneel, als we het moeten doen met tweeëndertig tragedies en elf hele en zes halve komedies?

Lees verder “Klassieke literatuur (4): toneel”