De Korè van Lyon

De korè van Lyon (Musée des Beaux-Arts, Lyon)

Kijk, dit is nou leuk. Tweemaal. Ik bedoel het bovenstaande beeld, dat ik vorige maand heb gefotografeerd in het Musée des Beaux-Arts in Lyon. Het stelt een vrouw voor en als u eens een boek over Griekse kunstgeschiedenis hebt gelezen, weet u dat kuntshistorici dit type standbeeld aanduiden als een korè, “meisje”. Archeologen moeten er honderden hebben gevonden, zoals ze ook honderden kouroi hebben gevonden, “jongens”. De meeste dateren uit de zesde eeuw v.Chr., en altijd zijn het staande figuren die je frontaal aankijken. Ze hebben altijd één voet iets naar voren; de jongens zijn naakt, de meisjes gekleed. Ze zijn vrij nauwkeurig te dateren aan de hand van de amandelogen, de glimlach en (bij de kouroi)  de klutsknieën. Dit meisje is uit steen gehouwen tussen 540 en 520 v.Chr. Ze heeft als offerande een duif in de hand.

Het eerste wat leuk is aan dit beeld, is dat het is gemaakt van een marmersoort die werd (en wordt) gewonnen bij Athene, en dat de wijze waarop de kunstenaar het lichaam heeft afgebeeld, eveneens duidt op een Atheens atelier. Maar Atheense korai dragen meestal een lange wollen peplos, terwijl deze korè een linnen chiton draagt. Dat kledingstuk was populair in de Griekse steden in het westen van het huidige Turkije; anders gezegd, we hebben een oosterse invloed.

Lees verder “De Korè van Lyon”

Het Erechtheion (3): Karyatiden

De Karyatiden in de zuidportiek van het Erechtheion

De gebouwen op de Akropolis verheerlijken Athene en zijn rol in de strijd tegen de Perzen. De metopen aan de zuidkant van het Parthenon, bijvoorbeeld, tonen de strijd tussen de Lapithen (de edele inwoners van Thessalië) en de woeste kentauren (half mens, half paard). Dit tafereel, een zogeheten kentauromachie, keert veelvuldig terug in de Griekse kunst. Wie tussen de regels doorleest, ziet dat de Atheners zich vereenzelvigden met de Lapithen en de barbaarse Perzen met de kentauren.

De Karyatiden

Ook het Erechtheion, dat ik in het vorige stukje beschreef, is niet vrij van zulke propaganda. Ze komt tot uitdrukking in de Karyatiden. De Romeinse architect Vitruvius, die in de eerste eeuw v.Chr. een uitvoerige verhandeling schreef over Romeinse en Griekse bouwkunst, geeft tekst en uitleg over deze jongedames. Volgens hem zouden de Karyanen – bewoners van Karyae, een stad op de Peloponnesos – de kant van de Perzen hebben gekozen tijdens de Grieks-Perzische Oorlogen. Als straf voor dit verraad werd de stad, na de Griekse zege, ingenomen en verwoest, werden de mannen gedood en werden de vrouwen meegenomen als slaaf. De eeuwige last die op het hoofd van de Karyatiden rust, staat symbool voor deze straf (Handboek Bouwkunde 1.1.5).

Lees verder “Het Erechtheion (3): Karyatiden”

Meisje met duiven

Grafreliëf van een meisje (Metropolitan Museum of Art, New York)
Grafreliëf van een meisje (Metropolitan Museum of Art, New York)

Ik ben nooit in New York geweest; de bovenstaande foto kreeg ik van een bevriend echtpaar dat het Metropolitan Museum of Art wel heeft bezocht. Het is een reliëf uit het midden van de vijfde eeuw v.Chr., gevonden op het Griekse eiland Paros, dat rijk is aan goed marmer. Veel klassieker krijg je het niet.

Er zijn meer van dit soort reliëfs, die meestal afkomstig zijn van antieke grafvelden. Het meisje is dus overleden. De kinderziekten waren destijds nog dodelijk. Hoe oud zou ze zijn geweest?

Lees verder “Meisje met duiven”

Karthago in het RMO

Glazen hanger uit Karthago (Musée national de Carthage)

“De beschaving van Karthago heeft de wereldgeschiedenis niet werkelijk beïnvloed,” schreef de Britse oudhistoricus Howard Hayes Scullard in 1980, in een boek dat nog steeds leverbaar is. Zeker, Karthago was een trotse handelsnatie geweest met contacten van de rivier de Senegal tot de Britse Tin-eilanden, maar cultureel was de stad eerder een doorgeefluik dan origineel. De nijverheid, legde Scullard uit, richtte zich op goedkope massaproductie en niet op schoonheid. De stedelijke elite had wel enige goede smaak, maar volstond ermee Griekse kunst te importeren.

We horen van Karthaagse boeken en bibliotheken, maar hebben geen bewijs dat de stad was begiftigd met werkelijke, literaire inspiratie.

Aldus nog steeds Scullard, die er ook op wees dat de religie “wreed, duister en decadent” was. De gelovigen schrokken niet terug voor zelfverminking en mensenoffers. Kortom, “Karthago gaf de wereld weinig van waarde.”

Lees verder “Karthago in het RMO”