Het Solse Gat (1)

Het Solse Gat

In een eerder blogje behandelde ik de legende van het klooster bij het Kloosterwiel van Zaltbommel, dat wegens de zondigheid van de bewoners in het water was verzonken. Deze sage is vrijwel identiek aan de bekendste Nederlandse legende met dat Sodom-en-Gomorra-motief: het verhaal van het verzonken klooster in het Solse Gat op de Veluwe. Alvorens daarop in te gaan, eerst wat inleidende opmerkingen.

De oude Veluwe

De Veluwe bestaat grotendeels uit stuwwallen uit de voorlaatste ijstijd, het Saalien, toen het ijs reikte tot ver in Nederland. In de allerlaatste ijstijd, het Weichselien, kwamen de gletsjers niet tot in Nederland, maar was de bodem wel permanent bevroren. Daardoor kon smeltwater in het voorjaar niet makkelijk wegsijpelen in de ondergrond, waardoor beekjes ontstonden, de ondergrond ging eroderen en dalen ontstonden.

Lees verder “Het Solse Gat (1)”

Hunebed van de dag: D2 (Westervelde)

Hunebed D2 bij Westervelde

Er gaan natuurlijk dagen voorbij zonder dat u denkt aan hunebed D2, maar het is werkelijk het op tien na noordelijkste hunebed in Nederland. Het is acht meter lang en drie meter breed, dus niet opvallend groot. Ik heb er weinig over te vertellen, want de kelder van het monument is nooit wetenschappelijk onderzocht. En maar de helft van dit hunebed is over, want men heeft geprobeerd het te slopen (net als D14 en D44).

Net als hunebed G1, dat bij een doodijsgat lag, ligt ook hunebed D2 bij een meertje. Meer precies: het ligt bij een pingoruïne. Dat wil zeggen dat hier in een van de ijstijden een heuvel met een kern van ijs heeft gelegen. Toen het ijs smolt, bleef het gesmolten water achter en ontstond een ronde krater. Ook hunebed D35 ligt naast een pingoruïne. Blijkbaar hadden de hunebedbouwers een voorliefde voor dit soort meertjes.

Lees verder “Hunebed van de dag: D2 (Westervelde)”