Voor-westerse geschiedenis (5) de eerste boeren

Akkerbouw lijkt zo logisch maar was dat in de voor-westerse wereld allerminst. Ik wees er al op dat het landschap in het Midden-Oosten en rond de Middellandse Zee weliswaar heel gevarieerd is maar zelden gastvrij. In een ander blogje vertelde ik dat de regens vallen op het verkeerde moment. Waar bergen zijn – en waar was dat eigenlijk niet? – is weinig ruimte voor akkerbouw. De rivier- en kustvlakten zijn doorgaans klein, als ze niet onleefbaar waren door de eeuwenlang alom aanwezige malaria. Het is logisch dat de akkerbouw doorbrak op de grote vlakte van Mesopotamië, al is dat, zoals we nog zullen zien, niet waar deze activiteit is ontstaan.

De rivieren waren namelijk bepaald niet behulpzaam voor de eerste boeren. De Eufraat en Tigris, gevoed door de in het voorjaar smeltende sneeuw van Armenië, traden namelijk buiten hun oevers op het moment waarop de gewassen ontkiemden. Dat dwong de akkerbouwers in deze regio om dammen, dijken en cisternen te bouwen. De extra inspanning gold blijkbaar als een acceptabele prijs om te betalen voor het jaarlijks afgezette laagje vruchtbare klei, de aanwezigheid van vis en de mogelijkheid van eenvoudig transport.

Lees verder “Voor-westerse geschiedenis (5) de eerste boeren”

De beelden uit Ain Ghazal

Gezicht van een beeld uit Ain Ghazal

Wie Amman, de hoofdstad van Jordanië, over de grote weg vanuit het noordoosten binnenrijdt, rijdt dwars door de Neolithische vindplaats Ain Ghazal (“de bron van de gazelle”). Deze site is dan ook ontdekt bij het aanleggen van die weg. De bouwers hadden al aanzienlijke schade aangericht toen ze begrepen dat ze boven een archeologische vindplaats aan het werk waren, en onderbraken hun werkzaamheden. Vanaf 1974 is de site gedurende een kwart eeuw onderzocht.

Neolithisering

Dat er dus al met zwaar materieel gewerkt was, had één voordeel: de stratigrafie was van begin af aan duidelijk. Eén van de eerste constateringen was dat de oudste lagen behoorden tot het zogeheten Prekeramisch Neolithicum.

Lees verder “De beelden uit Ain Ghazal”

Prehistorisch Cyprus

Cchoirokoitia, een gereconstrueerd oud dorp op Cyprus.

Overmorgen opent in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden de expositie “Cyprus, eiland in beweging” en het leek me aardig iets te vertellen over het verleden van dat mooie eiland. Dat moet beginnen met de Prehistorie en dan is Choirokoitia de plaats om te beginnen. Hierboven ziet u enkele gereconstrueerde huizen uit de tijd die archeologen aanduiden als het einde van het Pre-keramische Neolithicum, ofwel de eeuwen tussen 7000 en 6800 v.Chr.

De naam is een beetje raar, maar het komt erop neer dat het Neolithicum oorspronkelijk werd gedefinieerd als dat deel van de Steentijd waarin er aardewerk was. Ook de landbouw ontstond en de sedentaire levenswijze. Later werd duidelijk dat er toch een fase was geweest waarin aan alle kenmerken van het Neolithicum was voldaan, behalve aardewerk. Vandaar: de pre-keramische fase van het Neolithicum. Göbekli Tepe, waarover ik al eens schreef, behoort ook tot die fase, die in Turkije overigens eerder wordt geplaatst.

Lees verder “Prehistorisch Cyprus”

Wadi Mathendous

Een klein mannetje en een grote olifant uit de Wilde Fauna-periode (Wadi Mathendous)

Tussen 10.000 en 6.000 v.Chr. bestond een groot deel van wat we nu de Sahara noemen, niet uit woestijn maar uit savanne. Er waren destijds grote meren, die sindsdien zijn ingedroogd tot zoutvlaktes. De vrij rijke vegetatie zorgde ervoor dat er ruimte was voor grote grazers en andere dieren die nu in geen velden of wegen te bekennen zijn. Er zijn trouwens überhaupt geen velden meer, al zijn er nog wel wat pistes, gebruikt door mensen die zich met landrovers in de woestijn wagen. Ook kun je op veel plaatsen nog altijd de versteende resten zien van de antieke bomen.

Behalve grote grazers waren er destijds ook mensen: jagers en verzamelaars natuurlijk, die voorwerpen gebruikten van vuursteen. Ik heb die oud-Libische bijlen, pijl- en speerpunten nooit in een Nederlands museum gezien, maar u kunt ervoor naar St-Germain-en-Laye, waar het Franse nationale archeologische museum is. De toenmalige bewoners van de savanne moeten die stenen voorwerpen ook hebben gebruikt om reliëfs aan te brengen in de rotsen. Ze waren onder meer te zien in de Wadi Mathendous in het zuidwesten van Libië en archeologen spreken wel van de “wilde fauna-stijl” omdat er allerlei grote en kleine, maar vooral wilde dieren zijn afgebeeld: neushoorns, krokodillen, nijlpaarden, giraffen, wilde ezels en diverse katachtigen. Ook te zien zijn de nu uitgestorven langhoornige buffels (de buffalus antiquus).

Lees verder “Wadi Mathendous”

Nog eenmaal: Göbekli Tepe

Göbekli Tepe
Göbekli Tepe

Oorlog in Gaza, oorlog in Irak, nog geen oorlog in de Oekraïne: de komkommertijd is onrustig dit jaar. Sommig nieuws, dat anders de krant zou hebben gehaald, blijft nu wat onderbelicht, zoals het overlijden van de Duitse archeoloog Klaus Schmidt. Ik weet toevallig dat het NRC Handelsblad heeft overwogen er een stukje aan te wijden, maar het andere nieuws ging voor.

Schmidt was de joviale opgraver van Göbekli Tepe in zuidoost-Turkije, een van de belangrijkste archeologische ontdekkingen van de afgelopen kwart eeuw. De simpelste manier om het te beschrijven is dat het vier kleine Stonehenges bij elkaar zijn, met dit verschil dat de stenen veel meer zijn bewerkt en zijn voorzien van reliëfs van dieren. Kraanvogels, vossen, slangen, krokodillen. En waar Stonehenge zo’n 4600 jaar oud is, is Göbekli Tepe dubbel zo oud. De opgravers noemden het een heiligdom.

Lees verder “Nog eenmaal: Göbekli Tepe”

Een oeroud standbeeld

Standbeeld van een man (Archeologisch museum, Şanlı Urfa)

De visvijver van Şanli Urfa, waarover ik gisteren schreef, trekt nogal wat pelgrims en toeristen. In de jaren tachtig werd daarom een onderaardse garage aangelegd en er kwam ook een complex met restaurantjes en souvenirwinkeltjes. En een verkeerstunnel, als ik het wel heb. Bij deze werkzaamheden vond men ook het bovenstaande standbeeld, waar de archeologen aanvankelijk niet veel van konden maken.

Het was zeer oud, zoveel was duidelijk, maar er waren geen parallellen die konden helpen bij de interpretatie. Een staande man, iets meer dan levensgroot, die lijkt te masturberen. Ogen die met obsidiaan ingelegd moeten zijn geweest. Een halssnoer of een kledingstuk met een v-hals. Meer viel er aanvankelijk niet van te maken. Het beeld werd aanvankelijk weggezet in de tuin van het plaatselijke archeologische museum.

Lees verder “Een oeroud standbeeld”

Sie bauten die ersten Tempel

Göbekli Tepe

Ik blogde al eens over mijn bezoekjes aan Göbekli Tepe bij Sanli Urfa in Zuidoost-Turkije. Het gaat om een belangrijke opgraving uit het vroege, voor-keramische Neolithicum. Wát er nu eigenlijk is opgegraven, is eigenlijk niet helemaal duidelijk, hoewel opgraver Klaus Schmidt er vrij zeker van is dat de plek een religieuze functie heeft gehad. In zijn aardige, mooi geïllustreerde boek Sie bauten die ersten Tempel biedt hij veel informatie.

Het zit goed in elkaar. In het eerste hoofdstuk legt hij uit hoe de vindplaats werd geïdentificeerd. Dat is een aardig verhaal, want de plek was al enkele tientallen jaren bekend. De echte vinder zag enkele grote stenen echter aan voor een islamitische begraafplaats, en begreep daardoor het belang niet. Schmidt, die profiteerde van de resultaten van de opgravingen bij Çatalhöyük, Çayönü, Nevali Çori en Gürcütepe die sinds de eerste ontdekking waren gedaan, was de eerste die wél begreep hoe enorm belangrijk Göbekli Tepe (“buikheuvel”) in feite was.

Lees verder “Sie bauten die ersten Tempel”