Een Romeinse stad

De basilica van Bavay

In de tweede eeuw na Chr. somde de Griekse auteur Pausanias de kenmerken op waaraan een plaats moest voldoen om in zijn tijd te mogen gelden als stad. De magistraten moesten beschikken over een representatieve vergaderzaal en er moesten enkele openbare voorzieningen zijn, zoals een theater, een waterleiding (hieronder viel ook het badhuis) en een sportschool. Tot slot had een stad ook een economische functie, want er moest een markt zijn. De aanwezigheid van tempels gold in de Oudheid als zo vanzelfsprekend dat ze onvermeld kon blijven. Al deze gebouwen stonden ook in de steden in de Lage Landen.

De ideale Romeinse stad had de vorm van een dambord, waarbij de verschillende velden staan voor de huizenblokken. Zelfs het met duizend inwoners tamelijk onaanzienlijke Voorburg was volgens dit patroon gebouwd. In het midden kruisten twee hoofdstraten elkaar op het centrale plein, het forum. Bezoekers wisten dat ze hier het raadhuis en de tempel voor de stadsgoden konden vinden. Als de stad erg groot was, bezat ze verschillende marktpleinen, maar in de kleine steden van de Lage Landen zal de wekelijkse markt hebben plaatsgevonden op het centrale plein.

Lees verder “Een Romeinse stad”

Dode slaaf

Enkele Romeinse juristen op een reliëf uit het Palazzo Massimoin Rome. Het hoofd van de man links van het midden is vervangen door het portret van keizer Gordianus III.

Op het vorige Romeinenfestival in Nijmegen ontmoette ik Rick Verhagen, hoogleraar Romeins Recht aan de Radbouduniversiteit. Ik heb, sinds mijn eigen leermeester Pieter Willem de Neeve me in enkele geheimen inwijdde, altijd plezier beleefd aan de oude juridische teksten, die behoren tot de grootste schatten van informatie over de Romeinse wereld.

Op die zomerse dag vertelde Verhagen me dat hij inzichten uit de systeemtheorie wilde gebruiken om de ontwikkeling van het Romeins Recht te beschrijven. Dat trof me, want systeemtheorie is vermoedelijk de enige manier om én het verleden te beschrijven als proces van voortdurende verandering én onderscheid te maken tussen belangrijk en onbelangrijk. Daar wilde ik meer van weten en we spraken af dat we een afspraak zouden maken. Een paar weken geleden werd dat een echte afspraak en zo zat ik gistermiddag in het nieuwe gebouw van de Nijmeegse rechtenfaculteit om beter kennis te maken.

Lees verder “Dode slaaf”

De wet die geen wet was

Lex de imperio Vespasiani (Capitolijnse Musea, Rome)
Lex de imperio Vespasiani (Capitolijnse Musea, Rome)

Ergens rond het jaar 125 schreef de Romeinse auteur Suetonius zijn beroemde keizerlevens, waarin hij vertelt dat Tiberius, de geadopteerde zoon van keizer Augustus, de inhoud openbaar maakte van een brief waarin Tiberius’ broer Drusus zou hebben voorgesteld Augustus te dwingen de republiek te herstellen (Suetonius, Tiberius 50.1).

De biograaf had toegang tot de Romeinse rijksarchieven, maar we weten niet of deze informatie betrouwbaar is. (We hebben namelijk geen idee wat we ons moeten voorstellen bij een Romeins rijksarchief.) Indien Suetonius zich echter op een betrouwbaar document baseert, is dit een van de zeer schaarse aanwijzingen dat de Romeinse elite zich er al in de dagen van Augustus van bewust was dat de dagen van de republiek voorbij waren en het staatsbestel was veranderd in een monarchie.

Lees verder “De wet die geen wet was”