Interpolationenforschung

Justinianus kondigt de codificatie van het Romeins Recht aan. Miniatuur uit de Mainzer editie van 1477, waarvan een exemplaar (vastgebonden aan een ketting) is te zien in de Librije van de Walburgiskerk in Zutphen.

Een van de fundamenteelste vormen van oudheidkundig onderzoek is de tekstconstitutie: het zo goed mogelijk benaderen van de oorspronkelijke tekst van onze antieke bronnen. Daarbij worden middeleeuwse handschriften vergeleken en aan de hand van fouten wordt gekeken wie wat van wie heeft overgeschreven. Zo kunnen verloren gegane handschriften worden gereconstrueerd en die kunnen op hun beurt worden gebruikt om nog oudere handschriften te reconstrueren. U leest er hier meer over of u kunt dit filmpje bekijken.

Maar er is nog een probleem: wat als de gereconstrueerde tekst zélf al aanpassingen bevat ten opzichte van een ouder origineel? Neem de Digesten, de vijftig delen tellende verzameling van Romeins juristenrecht. Keizer Justinianus, die het in de zesde eeuw na Chr. liet optekenen, eiste ook dat tegenspraken werden verwijderd, dat verouderde passages werden gewied en dat onvolkomenheden werden weggewerkt. We hebben dus te maken met een bewerkte, vroeg-Byzantijnse uitgave van opinies van oudere juristen. Zulke bewerkingen heten interpolaties en oudheidkundigen hebben veel energie besteed aan het opsporen van zulke aanpassingen en het reconstrueren van de oorspronkelijke tekst.

Lees verder “Interpolationenforschung”

Theodor Mommsen

Mommsen (Humboldt-Universität, Berlijn)

Ik noemde een tijdje geleden Theodor Mommsen en realiseerde me dat ik nog nooit over hem had geblogd. Tijd om iets recht te zetten. Mommsen was in zijn tijd namelijk echt een beroemdheid en is eigenlijk nog altijd een van die grote negentiende-eeuwse geleerden die een mens behoort te kennen. Een biografietje dus maar.

Mommsen is in 1817 geboren in een door de Deense koning bestuurd deel van Duitsland. Omdat zijn vader predikant en niet onbemiddeld was, kreeg de jonge Theodor een professionele oudheidkundige opleiding: een studie klassieke talen en rechten in Kiel. Na te zijn afgestudeerd ontving hij een Deense beurs om Frankrijk en Italië te bezoeken, waar hij in Napels inscripties bestudeerde.

Lees verder “Theodor Mommsen”

Verkoopakte van een slaaf

Een van de Tablettes Albertini (Musée national des antiquités, Algiers)

Een van de aardigste archeologische vondsten uit Algerije is de collectie van vijfenveertig houten schrijfplankjes die bekendstaat als de Tablettes Albertini, vernoemd naar de man die ze in 1928 wist te verwerven, de Franse oudheidkundige Eugène Albertini (1880-1941). Het gaat om een laat-vijfde-eeuws archiefje dat is samengebracht toen de boedel van een verder onbekende Flavius Geminius Catullinus moest worden verkocht, die woonde in Djebel M’rata bij het huidige Tébessa.

Ik zag drie van die tabletjes in het Nationaal Oudheidkundig Museum in Algiers. In al zijn gewoonheid verraadt deze verkoopakte van een slaaf veel over de sociale verhoudingen in de toenmalige Maghreb, die destijds werd bestuurd door koningen van Vandaalse afkomst, maar waar het Romeins Recht nog altijd werd toegepast.

Lees verder “Verkoopakte van een slaaf”

De lachende rechtsgeleerde

Portret van een Romeinse rechtsgeleerde, tweede kwart derde eeuw na Chr., mogelijk Julius Paulus (Palazzo Massimo, Rome)

Als alles naar wens gaat, begin ik deze week in Leeuwarden aan het project waarover ik al schreef. Ik hoor vandaag of ik in juni/juli woonruimte heb in die stad. Voor augustus lijkt het te zijn geregeld en dan kijk ik zelfs uit over de roemruchte Bonkevaart. Toen ik dat een vriendin vertelde en grapte dat ik nu natuurlijk wel hoopte op een Elfstedentocht, wierp die serieus tegen dat dat niet snel zou gebeuren in augustus.

We herkennen allemaal weleens een grapje niet. Het is inherent aan onze communicatie: we hebben nu eenmaal niet allemaal dezelfde voorkennis en esprit, waardoor misverstanden ontstaan. Dat is helemaal niet erg, maar deze onzekerheid is de natuurlijke habitat van de oudheidkundige die zich met antieke teksten bezighoudt.

Lees verder “De lachende rechtsgeleerde”

Theseus voor de rechter

Hippolytos en Faidra: mozaïek uit Pafos.

In de Griekse en Romeinse tijd trouwden meisjes zo rond hun vijftiende. Vaak waren hun echtgenoten aanzienlijk ouder, misschien wel tien jaar. Indien het voor de man om een tweede huwelijk ging, kon het dus gebeuren dat de zoon des huizes even oud was als zijn stiefmoeder. Je kunt je een voorstelling maken van de aantrekkingskracht die zo’n jonge man en jonge vrouw op elkaar kunnen hebben uitgeoefend. Ze vormt de achtergrond van een tragedie van de Atheense toneeldichter Euripides uit 428 v.Chr., de Hippolytos.

De plot is ongeveer dat Hippolytos, de zoon van Theseus, een geweldige jager is die uitsluitend offert aan Artemis en zo de jaloezie opwekt van Afrodite. Die zorgt ervoor dat Theseus’ tweede echtgenote, Faidra, verliefd wordt op haar stiefzoon. Omdat ze een vrouw van eer is, besluit ze het geheim te houden, maar het lekt uit en Hippolytos reageert kwaad, waarop Faidra zelfmoord pleegt – maar niet na op een schrijfplankje te hebben geschreven dat Hippolytos haar heeft willen aanranden. Als Theseus dit leest, vervloekt hij zijn zoon, die inderdaad om het leven komt.

Lees verder “Theseus voor de rechter”

Vrouwenrechten

piazza_armerina_eutropia_ab
Een voorname dame en haar gevolg (Piazza Armerina)

Een paar jaar geleden was ik adviseur voor een nooit gemaakte TV-serie over Nederland in de Romeinse tijd. Met een knappe archeoloog schreef ik ten behoeve van de scenaristen een verhaal over allerlei aspecten van het toenmalige leven. Dat werd lastig toen de beoogde programmamaker ons verzocht ook iets te schrijven over de positie van de vrouwen in de genoemde periode. Een simpele vraag, een gerechtvaardigde vraag, maar ook een vraag waarop nauwelijks een antwoord mogelijk is.

Het probleem is, zoals altijd, dat we te weinig informatie hebben. De teksten die we hebben, gaan vrijwel allemaal over de Mediterrane wereld en niet over grensprovincies in het hoge noorden. Frustrerend.

Maar, kan iemand nu tegenwerpen, hebben we niet het enorme corpus van het Romeinse Recht? Staan daar niet allerlei regels in?

Het antwoord is ja. Daar staan allerlei regels in. En wat nog leuker is: we weten dat die regels merendeels niet het resultaat waren van vrijblijvende spielerei – al zijn er uitzonderingen – maar dat er reële vragen aan vooraf zijn gegaan. En toch is het problematisch.

Lees verder “Vrouwenrechten”

Romeins bestuur

De burgemeesters van Seebronn (Lapidarium, Stuttgart)

Het is vermoedelijk geen karaktertrek die u meteen associeert met de oude Romeinen, maar ze waren op hun manier bescheiden. Ze erkenden dat de Grieken hen in bijvoorbeeld wetenschap en kunst overtroffen. Met deze zelfkennis gingen de Romeinen op verschillende manieren om: een auteur als Plinius de Oudere ver-Romeinste de Griekse kennis, anderen stelden de situatie voor als twee volken met één cultuur en de dichter Vergilius meende dat ondanks alle Griekse genialiteit één talent exclusief Romeins was, namelijk het bestuur.

Hoe de Romeinen de wereld bestuurden is het thema van twee boeken, allebei onlangs vertaald in het Nederlands, van de Britse oudhistoricus Adrian Goldsworthy. Romeinse legioenen behandelt niet alleen de zwaarbewapende legionairs, maar ook de hulptroepen, de cavalerie en de zeestrijdkrachten. Pax Romana behandelt het openbaar bestuur, waarvan het leger slechts een aspect was.

Lees verder “Romeins bestuur”

Stedelijke rechten

Agrippa, de stichter van Nijmegen (Altes Museum, Berlijn)

Ik had er eigenlijk niet over willen bloggen, maar het onderwerp dook in vier dagen drie keer op: wat is de oudste stad van Nederland? Die vraag leeft nogal in Maastricht (dat ooit toeristen lokte met de slagzin “Maastricht staat op zijn Romeinse verleden”), in Nijmegen (dat elk decennium een ander stichtingsjaar heeft en in Tongeren (waar alle bewijs bestaat uit een inscriptie die niemand ooit heeft gezien).

De eeuwige negentiende eeuw

Als ik het goed zie, is het in feite een negentiende-eeuws discussie. Zoals de trouwe lezers van deze blog weten, is er te weinig informatie over de oude wereld en spelen de vooronderstellingen van de oudheidkundige een belangrijke rol bij de interpretatie van de schaarse data. Dat is de aard van het vak, maar als je niet oppast neem je de vooronderstellingen van je voorgangers over. En dat lijkt hier te zijn gebeurd: in de negentiende eeuw ging men ervan uit dat er zoiets was geweest als Romeins stadsrecht, zoals dat in de Middeleeuwen ook had bestaan.

Lees verder “Stedelijke rechten”

Een Romeinse stad

De basilica van Bavay

In de tweede eeuw na Chr. somde de Griekse auteur Pausanias de kenmerken op waaraan een plaats moest voldoen om in zijn tijd te mogen gelden als stad. De magistraten moesten beschikken over een representatieve vergaderzaal en er moesten enkele openbare voorzieningen zijn, zoals een theater, een waterleiding (hieronder viel ook het badhuis) en een sportschool. Tot slot had een stad ook een economische functie, want er moest een markt zijn. De aanwezigheid van tempels gold in de Oudheid als zo vanzelfsprekend dat ze onvermeld kon blijven. Al deze gebouwen stonden ook in de steden in de Lage Landen.

De ideale Romeinse stad had de vorm van een dambord, waarbij de verschillende velden staan voor de huizenblokken. Zelfs het met duizend inwoners tamelijk onaanzienlijke Voorburg was volgens dit patroon gebouwd. In het midden kruisten twee hoofdstraten elkaar op het centrale plein, het forum. Bezoekers wisten dat ze hier het raadhuis en de tempel voor de stadsgoden konden vinden. Als de stad erg groot was, bezat ze verschillende marktpleinen, maar in de kleine steden van de Lage Landen zal de wekelijkse markt hebben plaatsgevonden op het centrale plein.

Lees verder “Een Romeinse stad”

Dode slaaf

Enkele Romeinse juristen op een reliëf uit het Palazzo Massimoin Rome. Het hoofd van de man links van het midden is vervangen door het portret van keizer Gordianus III.

Op het vorige Romeinenfestival in Nijmegen ontmoette ik Rick Verhagen, hoogleraar Romeins Recht aan de Radbouduniversiteit. Ik heb, sinds mijn eigen leermeester Pieter Willem de Neeve me in enkele geheimen inwijdde, altijd plezier beleefd aan de oude juridische teksten, die behoren tot de grootste schatten van informatie over de Romeinse wereld.

Op die zomerse dag vertelde Verhagen me dat hij inzichten uit de systeemtheorie wilde gebruiken om de ontwikkeling van het Romeins Recht te beschrijven. Dat trof me, want systeemtheorie is vermoedelijk de enige manier om én het verleden te beschrijven als proces van voortdurende verandering én onderscheid te maken tussen belangrijk en onbelangrijk. Daar wilde ik meer van weten en we spraken af dat we een afspraak zouden maken. Een paar weken geleden werd dat een echte afspraak en zo zat ik gistermiddag in het nieuwe gebouw van de Nijmeegse rechtenfaculteit om beter kennis te maken.

Lees verder “Dode slaaf”