De stijlverbeteringsapp

In 1995 was er een populair radiospotje waarmee men geld wilde ophalen voor het door watersnood getroffen rivierengebied. Het begon met naargeestig klokgebeier en dan kwamen de gedragen woorden “Help het zuiden. Het is een ramp”. Ik heb dat altijd een irritante commercial gevonden, want het was geen ramp. De dijken deden waarvoor ze waren: ze keerden het water. De echte ramp was bestuurlijke paniek. Natuurlijk, er zijn mensen die waterschade hebben ondervonden omdat ze woonden in een huis in de uiterwaarden van de Maas, en het is goed dat er voor hen is gecollecteerd, maar ook die mensen wisten dat een watersnoodramp toch wel wat erger is. Dit was geen Zeeland 1953 en zelfs geen Beneden-Leeuwen 1861.

Clichés en onjuiste woorden

Ik heb sindsdien een diepgevoelde aversie van alles en iedereen die meent de noodklok te moeten luiden. Bovendien ken ik meer mensen die zich aan zulke misplaatste beeldspraken storen. Een goede tekstschrijver leert zichzelf aan uitdrukkingen te vermijden waarvan hij weet dat er mensen zijn die zich eraan storen. Immers, je wil begrepen worden en als iets stoort leidt dat alleen maar af.

Lees verder “De stijlverbeteringsapp”

Skaras of Arar? (1)

De Romeinse geschiedschrijver Livius en zijn Griekse voorganger Polybios stemmen soms woordelijk overeen. Ik heb het voor Hannibals tocht over de Alpen weleens bij elkaar gezet: hier kunt u zien dat ze precies hetzelfde vertellen. Des te leuker zijn natuurlijk de punten waar ze verschillen en concreet denk ik aan een zinnetje uit Polybios (Wereldgeschiedenis 3.49.6) dat overeenkomt met Livius’ Geschiedenis sinds de stichting van de stad 21.31.4. Het gaat om de beschrijving van een landtong tussen de Rhône en de… ja, daar zit dus het probleem. Als u de links naar Polybios en Livius gebruikt, zult u in het Grieks en Latijn Isara lezen, maar dat staat er niet.

De meeste middeleeuwse Polybioshandschriften noemen de tweede rivier Skaras, met als uitzondering een in München bewaarde Byzantijns manuscript dat bekendstaat als de Bavaricus of Monacensis graecus 157. Daar staat Skarôs en dat kan alleen een kopiistenfout zijn. Dit handschrift is namelijk een kopie van een verloren voorbeeld dat ook is gebruikt door de klerk die de Vaticanus graecus 1005 vervaardigde, en die noteerde Skaras. Een van de twee kopiisten maakte een overschrijffout en dat zal niet degene zijn geweest die hetzelfde schreef als alle andere handschriften. We mogen aannemen dat het Skaras en niet Skarôs was wat Polybios schreef.

Lees verder “Skaras of Arar? (1)”

Gevloerde kerken

advHet is wat gratuit, dat eeuwige geklaag over de ondergang van het NRC Handelsblad. Niemand dwingt je op zaterdag de lifestyle-bijlage te lezen. Je hoeft haar zelfs niet te kopen: ik was althans laatst in een winkel die de krant op zaterdag met en zonder Lux aanbood. De krant zonder kostte evenveel als de krant met, maar de winkelier had de bijlage alvast bij het oud papier gelegd. Service van de zaak.

Dit gezegd hebbende doe ik nu dan toch ook een duit in het zakje. Zie de advertentie hierboven, uit de krant van 11 juni. Met NRC Reizen kunt u naar Jordanië. Een mooi land, daar niet van, maar wie denkt men in vredesnaam te bereiken met het onderstaande proza?

Lees verder “Gevloerde kerken”

Spatie gebruik

Dit wordt een schoolmeesterachtig stukje. Humorloos ook. Dat zij zo.

Iedereen is op de lagere en de middelbare school tot vervelens toe lastig gevallen met de regels voor het juiste gebruik van leestekens. De gegeven voorbeelden herinnert u zich wel. Jérôme Heldring wees eens op het diabolische verschil tussen “Vervloekt zijn de joden die Christus hebben gekruisigd” (d.w.z., Kajafas en nog een paar mensen) en “Vervloekt zijn de joden, die Christus hebben gekruisigd” (een compleet volk). Friederike de Raat vond het veel grappigere “Pater op non actief”. U kunt de lijst naar believen langer maken.

Lees verder “Spatie gebruik”

Ronde cirkels, zwangere rivierdelta’s en de syntaxis van de honger

Een van de leukste trekken van het taalgebruik van Olivier B. Bommel is de grandioze wijze waarop hij zinnen maakt als ‘we worden onder de voet worden gelopen waar we bij staan’. Niet veel beter is het als de heer van stand opmerkt te worden ‘omringd door onbegrip en een teer gestel’. Iedereen voelt op zijn klompen aan dat deze fouten zo door Marten Toonder zijn bedoeld om zijn personage te typeren als parvenu. Niemand zal denken dat de tekenaar-schrijver zelf het Nederlands zo slecht beheerst.

Dit is een nuttig uitgangspunt voor de recensent: het taalgebruik en de meningen van de personages vallen niet samen met het taalgebruik en de meningen van de schrijver. Taal- en stijlfouten in een roman komen voor rekening van de hoofdrolspelers. Deze spelregel wordt echter problematisch bij de bespreking van Godenslaap.

Lees verder “Ronde cirkels, zwangere rivierdelta’s en de syntaxis van de honger”