Flevoland: Swifterbantcultuur

Aardewerk van de Swifterbantcultuur (Museum Schokland)

Op 14 juli 2011 plaatste ik het eerste stukje op deze blog. Anders gezegd: vandaag bestaat de Mainzer Beobachter vijftien jaar. Dit is het 7400e stukje en u schreef meer dan 60.000 reacties. Tot voor kort waren er ongeveer 4000 bezoekers per dag, maar sinds Google automatisch antwoorden genereert, is dat ingezakt tot ongeveer 3000. Om de vijftiende verjaardag te vieren, plaats ik vandaag vijftien blogjes over vijftien voorwerpen uit de vijftien Nederlandstalige provincies. (De slimmerik die opmerkt dat dat meer zijn, mag concluderen dat ik het historische onrecht ongedaan maak dat Vlaanderen en Holland ooit zijn gesplitst.) Vijftien blogjes dus, van de Prehistorie tot de Merovingische tijd.

De Swifterbantcultuur

Deze reeks kan niet anders dan beginnen in de Prehistorie, en uit het rijke aanbod selecteer ik de Swifterbantcultuur, die is ontdekt toen Oostelijk Flevoland in de jaren vijftig droogviel. Aan de noordrand van de polder bleek een oud krekenlandschap te liggen – door slimme aanplant opnieuw herkenbaar – waarin ooit mensen hadden gewoond met een eigen, in de naoorlogse jaren nog nergens gedocumenteerde archeologische cultuur. Inmiddels kennen archeologen wel meer vindplaatsen en is bekend dat de Swifterbantcultuur heeft bestaan tussen ongeveer 5600 en 3400 v.Chr.

Lees verder “Flevoland: Swifterbantcultuur”

Voor-westerse geschiedenis (5) de eerste boeren

Akkerbouw lijkt zo logisch maar was dat in de voor-westerse wereld allerminst. Ik wees er al op dat het landschap in het Midden-Oosten en rond de Middellandse Zee weliswaar heel gevarieerd is maar zelden gastvrij. In een ander blogje vertelde ik dat de regens vallen op het verkeerde moment. Waar bergen zijn – en waar was dat eigenlijk niet? – is weinig ruimte voor akkerbouw. De rivier- en kustvlakten zijn doorgaans klein, als ze niet onleefbaar waren door de eeuwenlang alom aanwezige malaria. Het is logisch dat de akkerbouw doorbrak op de grote vlakte van Mesopotamië, al is dat, zoals we nog zullen zien, niet waar deze activiteit is ontstaan.

De rivieren waren namelijk bepaald niet behulpzaam voor de eerste boeren. De Eufraat en Tigris, gevoed door de in het voorjaar smeltende sneeuw van Armenië, traden namelijk buiten hun oevers op het moment waarop de gewassen ontkiemden. Dat dwong de akkerbouwers in deze regio om dammen, dijken en cisternen te bouwen. De extra inspanning gold blijkbaar als een acceptabele prijs om te betalen voor het jaarlijks afgezette laagje vruchtbare klei, de aanwezigheid van vis en de mogelijkheid van eenvoudig transport.

Lees verder “Voor-westerse geschiedenis (5) de eerste boeren”