Venusval

De Venus van Milo (Louvre, Parijs)

Edgar Allan Poe bedacht de detectiveroman, Dan Brown verzon de thriller met de pseudo-onthulling en Ruurd Halbertsma is (voor zover mijn belezenheid reikt) de ontwerper van een vooralsnog naamloos genre op de grens van thriller en historische roman. Halbertsma combineert in zijn romans de avonturen van de eenentwintigste-eeuwer Tjalling Kingma in de wereld van illegale oudheden en politieke intrige, met de wederwaardigheden van vrijwel vergeten geleerden uit de vroege negentiende eeuw in hun wereld van illegale oudheden en politieke intrige. En waar de hedendaagse gebeurtenissen pure fantasie zijn, zijn de beschrijvingen van het leven van een Jean-Emile Humbert, van een Caspar Reuvens en van een Bernard Rottiers feitelijk correct. Ik ken geen andere boeken die verleden feiten en hedendaagse fictie zo combineren, maar ik heb vanzelfsprekend niet alles gelezen.

Ik schreef dat de hedendaagse gebeurtenissen pure fantasie zijn, maar dat is niet helemaal waar. In Venusval besluit Frankrijk de Venus van Milo terug te geven aan Griekenland, zoals het land werkelijk deed met de Benin-bronzen. We lezen over een premier in Groot-Brittannië die een sterke gelijkenis vertoont met Boris Johnson. De directrice van het museum in Paestum maakt een compliment aan het Rijksmuseum van Oudheden voor het organiseren van een expositie over Paestum. En laatstgenoemd museum wordt in Venusval in opspraak gebracht door activisten – in de roman Turken, in werkelijkheid Egyptenaren – die een voorspelbaar nationalistisch relletje voorspelbaar opstoken.

Lees verder “Venusval”

Venus van Milo

De Venus van Milo (Louvre, Parijs)

Het beeld hierboven – het derde in mijn eindejaarsreeks over museumstukken die niet waren wat ze leken – is wereldberoemd: de Venus van Milo. U mag ook “Afrodite van Melos” zeggen, wat wellicht passender is. Het is immers een Grieks beeld, gevonden op een Grieks eiland (Melos dus) en vooral: het speelt een rol in een discussie over welke Griekse kunst het waardevolst was. Om de inzet daarvan te begrijpen, moeten we even terug naar de achttiende eeuw, naar iemand over wie ik al vaker heb geblogd: Winckelmann, de man die de Griekse kunst in het middelpunt van de artistieke belangstelling plaatste. Omdat het kerstmis is en ik het mezelf niet moeilijk wil maken, citeer ik eerst mezelf.

Waarom was de absolute schoonheid ontstaan in Griekenland? Wat maakte dat land anders dan Egypte, Fenicië, Perzië en Etrurië? Winckelmann zocht het in het gematigde klimaat, waardoor de bewoners naakt konden sporten. Aangezien in gezonde lichamen gezonde geesten gedijen, ontwikkelden de Griekse kunstenaars een ongebruikelijk groot vakmanschap. Bovendien konden ze natuurlijk niet anders dan geïnspireerd raken door de aanblik van al die naakte atleten. Dezelfde gezonde geest bevrijdde zich bovendien, anders dan in de oosterse despotieën, van allerlei beperkende politieke tradities. Artistieke innovatie en vrijheid waren dus twee kanten van dezelfde medaille.

Lees verder “Venus van Milo”