Confucius 10: Confucius en het moderne westen

Confucius (de afbeelding is niet contemporain)

[De komende tijd zal Kees Alders enkele blogseries schrijven over de antieke Chinese en Indische filosofische stromingen. Een inleiding was hier. De eerste serie over China stond daar. Hier is het laatste blogje uit de tweede reeks over China: over Confucius. De introductie las u hier.] 

Confucius en het christendom

Het confucianisme is voor het westen “ontdekt” door Jezuïtische missionarissen in de late zestiende en zeventiende eeuw. Zij zagen het confucianisme als een soort natuurlijke, primitieve versie van het christendom, en promootten deze filosofie dan ook als zodanig (terwijl ze de andere grote filosofische systemen van het China van die tijd verwierpen). De Chinese riten zagen ze daarom als een mooie praktische ingang voor het christendom: waarom niet de christelijke rituelen een beetje aanpassen aan de Chinese gebruiken, om het via die weg meer acceptabel te maken?

Lees verder “Confucius 10: Confucius en het moderne westen”

Winckelmann in Dresden

Winckelmann (Japanisches Palast, Dresden)

Genieën worden gewoon geboren, net als iedereen. Ze worden pas geniaal als ze een onderwerp hebben waarop ze hun genialiteit kunnen uitleven. Dat geldt ook voor de kunsthistoricus Johann Joachim Winckelmann (1717-1768), die een heel arme jeugd heeft gehad. Toen hij eenmaal wat geld verdienen kon met het geven van bijles, moest hij de helft afstaan aan zijn ouders in het armenhuis. Hij kon echter een Latijnse school bezoeken en wist genoeg te sparen om twee jaar te studeren in Halle en twee jaar in Jena. Evengoed leefde hij van de bedeling. Een baan als huisleraar volgde, en een betrekking als conrector van een Latijnse school was de volgende stap. Het was een leven van hard werken en roofbouw op zijn gezondheid, maar hij ontgroeide de armoede.

Bibliotheekmedewerker

Alles veranderde in 1748, toen hij als bibliotheekmedewerker in dienst trad van graaf Heinrich von Bünau. Deze had zich drie jaar eerder teruggetrokken uit het openbare leven en leefde nu in kasteel Nöthnitz op een anderhalf uur wandelen van de barokstad Dresden. Daar werkte hij aan een Genaue und umständliche teutsche Kayser- und Reichshistorie, waarvan al vier banden waren verschenen. Nu hij alle tijd had, wilde hij het geschiedwerk afronden en hij was inmiddels bezig met de geschiedenis van de in de tiende eeuw aangetreden Ottoonse Dynastie. Veel succes heeft hij niet gehad bij die arbeid, want er is geen nieuw deel van de Reichshistorie meer verschenen.

Lees verder “Winckelmann in Dresden”

De Europese canon (26-30)

De Capitolijnse Musea

Het zevende blogje in de reeks over de Europese historische canon behandelt het tijdperk van de revoluties, zeg maar de achttiende eeuw.

Het museum

Periode: 1734

De Capitolijnse Musea in Rome gelden als het oudste museum ter wereld, al waren er natuurlijk altijd rijke mensen met mooie verzamelingen, die ze graag aan anderen toonden. De collectie op het Capitool, waar het Romeinse stadhuis staat, gaat terug tot 1471, toen paus Sixtus IV een paar bronzen beelden schonk aan de stad. Daar kwam sindsdien een enorme collectie standbeelden en inscripties bij.

Wat in 1734 nieuw was, was dat de stad het museum open stelde voor het publiek. Kunst was niet langer iets van de eigenaren, maar werd het gemeenschappelijk bezit van de mensheid. Het museum bestond ooit uit één vleugel naast het raadhuis, daar kwam al snel een tweede vleugel bij; in de twintigste eeuw annexeerde het museum een aangrenzend paleis en de laatste uitbreiding is een ondergrondse corridor onder het stadhuis. Het beroemdste stuk op het Capitool is de middeleeuwse wolvin.

Lees verder “De Europese canon (26-30)”

Hypothetische geschiedschrijving

Turgot, vertegenwoordiger van de hypothetische geschiedschrijving

Weinig denkers hebben zo’n grote invloed gehad op het wetenschappelijk denken als Isaac Newton. Zijn tijdgenoten waren danig onder de indruk van zijn methode, waardoor de wijsgeren van de achttiende eeuw, de Verlichtingsfilosofen, probeerden een vergelijkbare wetenschappelijkheid te betrachten bij hun analyse van het intrigerende verschijnsel mens.

Hypothetische geschiedschrijving

Ze beschouwden de Middeleeuwen als de tijd waarin was getoond hoe het niet moest. De mensen zouden onvrij zijn geweest, hun denken beheerst door autoriteiten en knellende dogma’s, met misère als gevolg. De Oudheid gold daarentegen als ideaal. Vrije burgers van vrije steden hadden toen de grondslagen gelegd van de beschaving en een welvarende staat. Deze bewondering betekende echter niet dat de Verlichters alles geloofden wat de classici, historici en antiquariërs beweerden. Vaak deelden ze de pyrronistische kritiek – een Voltaire publiceerde een Pyrrhonisme de l’histoire – en liever dan zich te verliezen in de details van de traditionele oudheidkunde, schiepen ze een alternatief: de hypothetische geschiedschrijving.

Lees verder “Hypothetische geschiedschrijving”

Hypothetische geschiedschrijving

Een van de vertegenwoordigers van de hypothetische geschiedschrijving was Condorcet (Parijs)

Weinig denkers hebben zo’n grote invloed gehad op het wetenschappelijk denken als Isaac Newton. Zijn tijdgenoten waren danig onder de indruk van zijn methode, waardoor de wijsgeren van de achttiende eeuw, de Verlichtingsfilosofen, probeerden een vergelijkbare wetenschappelijkheid te betrachten bij hun analyse van het intrigerende verschijnsel mens.

Hypothetische geschiedschrijving

Ze beschouwden de Middeleeuwen als de tijd waarin was getoond hoe het niet moest. De mensen zouden onvrij zijn geweest, hun denken beheerst door autoriteiten en knellende dogma’s, met misère als gevolg. De Oudheid gold daarentegen als ideaal. Vrije burgers van vrije steden hadden toen de grondslagen gelegd van de beschaving en een welvarende staat. Deze bewondering betekende echter niet dat de Verlichters alles geloofden wat de classici, historici en antiquariërs beweerden. Vaak deelden ze de pyrronistische kritiek – een Voltaire publiceerde een Pyrrhonisme de l’histoire – en liever dan zich te verliezen in de details van de traditionele oudheidkunde, schiepen ze een alternatief: de hypothetische geschiedschrijving.

Lees verder “Hypothetische geschiedschrijving”

Casanova

Casanova
Casanova

Ze schijnen echt te bestaan, mensen die nooit de memoires van Casanova hebben gelezen. En dat is natuurlijk vreemd. Het kan gebeuren dat ouders verzuimen hun kinderen kennis te laten maken met Jules Verne; niet iedereen heeft de middelen voor de aanschaf van het verzameld werk van W.F. Hermans; er zullen buitengewesten bestaan waar men geen Kuifje leest; natuurlijk mag je halverwege De toverberg zeggen dat het te saai is om verder te lezen. Dat kan allemaal, dat mag ook allemaal, maar dat er mensen zijn die nooit iets hebben gelezen van Casanova, dient te gelden als ernstige misstand.

Een maatschappelijke misstand, want een individuele keuze kan het niet zijn. Wie kennismaakt met de autobiografie van Casanova, leest haar uit. Het is hét hoogtepunt van de achttiende-eeuwse Europese letteren. Als mensen de twaalf delen niet allemaal lezen, kan dat alleen komen doordat hun nooit is verteld hoe geweldig boeiend Casanova is en het achterhouden van zulke informatie is gewoon asociaal wangedrag. Een ernstige misstand dus waarover, zelfs in de jaren waarin Jan Peter Balkenende hamerde op het belang van nette maatschappelijke omgangsvormen, nooit ook maar één Kamervraag is gesteld.

Lees verder “Casanova”