Aristoteles over de E.U.-grondwet (2)

Aristoteles (Louvre, Parijs)

[Dit is de tekst van een artikel dat ik, onmiddellijk na de afwijzing van de EU-grondwet in een referendum in 2005, schreef voor Frontaal Naakt. Het lijkt me onverminderd actueel. Het eerste deel is hier.]

Logos

Dat een overtuigende boodschap logisch is, wil volgens Aristoteles in een politiek betoog vooral zeggen dat je erop wijst dat je voorstel voordelen biedt ten opzichte van een alternatief. De ja-campagne voor de EU-grondwet wees inderdaad steeds op de verbeteringen die de grondwet biedt. Toch vallen twee kanttekeningen te maken.

In de eerste plaats: men verwarde het betere met het goede. Steeds opnieuw vernamen de Nederlandse burgers dat de grondwet een verbetering inhield ten opzichte van het verdrag van Nice. Het Europees parlement kreeg er bevoegdheden bij, waardoor de democratische controle werd vergroot. Dat zullen de meeste mensen inderdaad wel als verbetering hebben ervaren en daarom, zo hield men de kiezers voor, moesten ze het ermee eens te zijn. Maar de inzet van het referendum was niet of de grondwet beter was; ze moest goed zijn. Er is destijds op gewezen dat in een goede grondwet het Europees parlement het recht van initiatief zou hebben gekregen en dat, zolang dat niet zo was, je niet kon zeggen dat Straatsburg werkelijk democratisch is. Beter is niet goed genoeg. (Het feit dat de grondwet geen federatie schiep met één economische regering, was voor mij, federalist, de reden om tegen te stemmen.)

Een tweede kanttekening is dat niet iedereen wordt overtuigd door dezelfde vormen van logica. Veel politici beschouwden “Die Oost-Europeanen stemmen bij het Songfestival niet op Glennis Grace, dus wij stemmen niet voor de Europese Grondwet” als niet ter zake, maar andere mensen herkenden daar wel een zekere logica in. De meeste politici beschouwden dit niet als een juist argument, en deden het vervolgens af als “de wereld op z’n kop”. Dat was nogal tactloos tegenover degenen wier stemmen ze wilden krijgen.

Bovendien miskende de opmerking het wezen van de democratie. Als de waarheid met absolute zekerheid logisch afleidbaar was, konden we ons laten besturen door een groep filosofen en leefden we nog lang en gelukkig. Maar dat doen we niet omdat ook wijze mensen wel eens fouten maken – sterker nog, alle wijsheid begint met het inzicht dat je je kunt vergissen. Om de waanwijsheid van hoog opgeleide politici te compenseren, staan we ook anderen toe het woord te nemen en hun mening te uiten, zelfs als die volgens sommigen niet zo logisch is.

De VVD toonde in 2005 een reclamespotje waarin erop werd gewezen dat een verenigd Europa nodig was om een tweede Auschwitz te vermijden. Met deze constatering was het Europese project een halve eeuw eerder begonnen en ze had een bepaalde overtuigingskracht. Maar ook al klonk dit serieuzer dan het Glennis Grace-argument, ook hier gold heel simpel: je wilde je erdoor laten overtuigen of je wilde het niet. Er zijn grenzen aan de logica en die grenzen zijn niet altijd rationeel. Laten we het dus eens hebben over pathos en ethos.

[wordt vervolgd]