Heidenen

De tempel van Venus in Baalbek, waar de overgang van heidendom naar christendom op een interessante manier plaats vond (lees maar)

Een vraag van een van degenen die wel eens reageert op deze kleine blog: waarom gebruik je eigenlijk het woord “heidenen”?

Goede vraag. Het is inderdaad een onhandige term, die in de Oudheid niet bestond. Het theologische concept is duidelijk: het gaat om iedereen die niet hoort tot het Verbond, en dat betekent automatisch dat alleen de joden en christenen behoefte hadden aan zo’n woord voor de buitenstaanders. Alleen de joden en christenen meenden immers dat ze een Verbond hadden gesloten met God. Geen van de andere bewoners van de Mediterrane wereld had zo’n woord nodig, en ik neem aan dat ze moeite hebben gehad te begrijpen dat zij de heidenen waren.

Ze zullen zich er niet in hebben herkend. Ze hadden een veelvoud aan rituelen en gebeden, aan religieuze gebruiken en namen voor de goden, en in die veelvormigheid van hun culten hadden ze weinig gemeenschappelijk. Van hun kant uit was de grens ook vloeiend. Ze kozen zelf wel uit hoe ze vorm wilden geven aan hun religieuze overtuigingen en grensden zich niet af van de Verbondsgeloven: volgens de Historia Augusta vereerde keizer Severus Alexander het hele spectrum aan goden, met inbegrip van Orfeus, Christus en Pythagoras (bron). In de provincie Egypte riepen mensen, tussen allerlei goede en slechte bovennatuurlijke krachten, ook de God van de joden aan. De heidenen namen uit het cultische aanbod wat ze nodig hadden, ook uit het jodendom en christendom.

Alleen de joden en christenen trokken een scherpe grens. Of beter: de fanatieksten onder hen, want het is aannemelijk dat de meeste gelovigen – veelal arme mensen – het leven zo al moeilijk genoeg vonden en geen behoefte hadden aan scherpslijperij. Als was bewezen dat het offeren van een ei of een worst aan pakweg Viradecdis de kans op een gebedsverhoring vergrootte, zullen de gewone joden en christenen zich dat middel niet hebben ontzegd. De luxe van scherpslijperij hadden ze niet. Dat neemt niet weg dat de schrijvende elite wel duidelijke grenzen trok naar iedereen die niet tot het Verbond behoorde.

Ondertussen is het curieus dat de joden en christenen vanaf een bepaald moment niet meer dezelfde termen gebruikten voor andersdenkenden. De joden duidden de buitenstaanders traditioneel aan als “de volken”, een uitdrukking die ook de christenen gebruikten: nationes, gentes of eventueel infideles, “ongelovigen” (of de Griekse en Aramese equivalenten van die woorden). Ook gebruikten zowel joden als christenen het woord “Grieken” voor andersdenkenden. Het christelijke “heidenen”, pagani, duikt pas heel laat op.

Dat woord is afgeleid van pagus: oorspronkelijk een bestuursdistrict op het platteland, een gouw, maar in de Romeinse werkelijkheid betekende het vooral “burgerlijk” (tegengesteld aan “militair”). Pas na 350 wordt het woord voor het eerst gebruikt voor alle niet-christenen, eerst naast de in de vorige alinea genoemde woorden, maar na 400 als enige uitdrukking.

We hebben geen idee waarom. Hoewel vaak een verband wordt gelegd met het feit dat christendom een stedelijk verschijnsel was terwijl de oude culten voortleefden op het platteland, blijkt dit niet uit de ruim 600 passages uit de tijd tussen 350 en 450 waarin pagani wordt gebruikt. Het is duidelijk dat de christenen, nu de keizers hun geloof deelden, ineens behoefte hadden aan een ander jargon dan de woorden die ze deelden met de joden. Pagani bakende het christendom dus niet alleen af van de oude gelovigen, maar ook van het jodendom. Waarom nu net pagani het haalde – we hebben geen idee, maar het is belangrijk op te merken dat het een woord was dat geen negatief oordeel uitdrukte. De christenen van de late vierde eeuw hadden ook “afgodendienaren” of “ongelovigen” kunnen gebruiken, maar hadden geen behoefte andersdenkenden grievend te typeren.

Een andere vraag is of hedendaagse historici “heidenen” moeten gebruiken. Ze nemen dan immers een joods-christelijk concept over. Het probleem is dat er geen alternatieven zijn. “Ongelovigen” is gewoon verkeerd: de niet-christenen geloofden wel degelijk. Als de vierde-eeuwse christenen er niet voor kozen “afgodendienaren” en “ongelovigen” te gebruiken, moeten wij het ook maar niet doen. Ik heb voor mijn boek Israël hersteld overwogen “polytheïsten” te gebruiken, maar dat is al even problematisch, omdat noch de antieke joden noch de eerste christenen volgens hedendaagse criteria echte monotheïsten waren – ik blogde er al over – en omdat eigenlijk iedereen in de Late Oudheid wel op een of andere manier erkende dat het enorme veelvoud aan goddelijke machten in feite neerkwam op manifestaties van het Ene.

Kortom, ik gebruik het woord “heidenen” maar, bij gebrek aan beter.

8 gedachtes over “Heidenen

  1. Kan je niet gewoon ‘pagani’ gebruiken? Heiden heeft heeft een negatievere klank. Wanneer is de stap van pagani naar het saksische ‘heiden’ eigenlijk gemaakt? Moet je die vertaling wel gebruiken?

    1. Daarover moet ik even nadenken. Ik los er inderdaad een probleem mee op, maar neem dan een ongebruikelijk woord in de tekst op en ik probeer wonderlijke uitdrukkingen doorgaans als klippen te vermijden.

  2. Ik weet niet waarom het woord heiden pas in de vierde eeuw opkomt, want ik ben niet zo goed onderlegd in geschiedenis. Maar als ik dit zo lees, dan denk ik dat het logisch is. Want wanneer werd het christendom staatsgodsdienst? Dat was toch ergens na 330? Doordat het christendom daarmee ook een machtskwestie is geworden, wordt het belangrijk om zich vanaf dat moment duidelijk tegen de niet-christenen af te bakenen. En dat doe je dan met een ‘bestuurlijke’ term, juist omdat dit een staatsbelang betreft. Het is maar een theorie die ik ter plekke bedenk, dus schiet er maar lekker op.

  3. MNb

    “Waarom nu net pagani het haalde”
    Dat is in dit verband niet zo belangrijk. De ontwikkeling van taal kent wel vaker een tamelijk grillig verloop. Er zijn hedendaagse voorbeelden genoeg.

    “een woord was dat geen negatief oordeel uitdrukte”
    Dat is inderdaad veel belangrijker, want dat nam ik wel voetstoots aan.

    “of hedendaagse historici “heidenen” moeten gebruiken”
    Nee, zolang ze maar duidelijk maken dat de betekenis destijds niet helemaal hetzelfde was als nu. In feite is het een mooie kapstok om weer eens duidelijk te maken dat we onze 21e eeuwse vooroordelen opzij moeten schuiven als we de Oudheid willen proberen te gebruiken. Het is een les die mi niet vaak genoeg herhaald kan worden.

    1. Het is een alternatief dat ik overweeg, maar het is wat geforceerd. Dat ik er zelf aan gewend ben, betekent dat ik niet meer kan navoelen wat het voor de gemiddelde lezer betekent.

Reacties zijn gesloten.