Daniël De Waele, Ontluikend christendom

Een religieuze stroming in een uithoek van het Middellandse-Zee-gebied groeit uit tot de dominante religie van een imperium: de opkomst van het christendom is een van grote verhalen uit de Oudheid. Hierbij trekken twee vernieuwingen de aandacht. De eerste is het idee dat wie Christus vereerde, niet ook andere hemelse machten mocht vereren. In een wereld waarin iedereen zelf uitmaakte welke goden (meervoud) hij of zij vereerde, was dit ongebruikelijk. Nog eind vierde eeuw waren er mensen als generaal Bacurius, die in het ene gezelschap gebeden uitsprak voor Christus en in een ander gezelschap voor de oude goden. Dat was niet hypocriet, maar zoals het altijd was gegaan.

De tweede vernieuwing is de opvatting dat er één juiste manier zou bestaan om te denken over de goddelijkheid van Christus. Voor de Romeinen waren de bovennatuurlijke krachten alomtegenwoordig. De vraag op welke wijze iets of iemand goddelijk was, kwam daardoor niet meteen op. Die was meer iets voor filosofen. De andere Romeinen bekreunden zich meer om het volbrengen van de rituelen.

Lees verder “Daniël De Waele, Ontluikend christendom”

Zosimos’ staatsleer

De oude goden waren voor Zosimos reëel (detail van de Elgin Marbles, British Museum)

Ik heb op deze plek al eens eerder verteld over Zosimos, de Byzantijnse auteur die in feite de eerste historicus is geweest van de Val van het Romeinse Rijk. Aan het begin van de zesde eeuw beschreef hij hoe het wereldrijk werd bedreigd, hoe de bestuurders – de keizers Constantijn en Theodosius voorop – fout op fout stapelden en zo vrij baan gaven aan de barbaren.

Barbaren die eigenlijk zo heel barbaars niet waren. Een Alaric, die in 410 Rome belegerde, wilde vrede en bood alleszins redelijke voorwaarden aan de stad die hij blokkeerde, maar de burgers wezen die af. Als ze hun eed nooit te capituleren nou bij de goden hadden afgelegd, zeiden ze, hadden ze mogen rekenen op de goddelijke mildheid, maar ze hadden gezworen bij de keizer en dat was natuurlijk iets anders. Door dit antwoord werd de plundering van Rome onafwendbaar en voor Zosimos was dit het beste bewijs dat wie de oude goden verliet, alleen kon afstevenen op het allerergste.

Lees verder “Zosimos’ staatsleer”

Wat zijn heidenen?

Apollo, Minerva en Mercurius: vierde-eeuws reliëf uit Lauterbourg (Straatsburg, Palais Rohan)

Als het goed is, is vandaag Het visioen van Constantijn in de boekhandels aangekomen, het boek dat ik maakte met Vincent Hunink en dat gaat over de vraag hoe een heidens visioen kon veranderen in een christelijke legende. U bestelt het hier (levert landelijk) of bij uw plaatselijke boekhandel en hieronder hebt u een stukje uit de inleiding.

***

De bekering van Constantijn betekende – wat er ook gebeurd moge zijn – het einde van het heidendom. Maar wie waren die heidenen eigenlijk? Het begrip komt uit de joods-christelijke wereld, waarin alle niet-medegelovigen over één kam werden geschoren, hoewel de niet-joden en niet-christenen zichzelf nooit definieerden als heidenen.

Ze vereerden de goden van hun eigen stad en van de Romeinse staat. Ook betoonden ze eer aan de keizer. Sommige volken hadden eigen godheden – zo hadden de Egyptenaren hun Isis, de Galliërs hun Grannus en de Bataven hun Magusanus – en daarnaast hadden bepaalde beroepsgroepen eigen culten. Over dit bonte geheel werd verschillend gedacht, maar niemand noemde zichzelf heiden. In Het visioen van Constantijn gebruiken we het woord alleen omdat het nu eenmaal ingeburgerd is. Dat bewijst overigens eens te meer in welke mate het in de vierde eeuw doorgebroken christendom het latere denken blijft beïnvloeden.

Lees verder “Wat zijn heidenen?”

Onbegrijpelijk glas

cenchreai_glass_mosaic_mus_isthmia4
Glasmozaïek uit Kenchreai (museum van Isthmia)

In het museum van Isthmia fotografeerde ik het bovenstaande mozaïek, dat is opgegraven in Kenchreai, de noordelijke haven van Korinthe. Het leuke is dat het volledig is gemaakt van glas. Mozaïeken van steentjes waren in Griekenland bekend sinds de vijfde eeuw v.Chr., glas was al eeuwen bekend, en mozaïekleggers gebruikten al stukjes gekleurd glas om kleuren te krijgen die ze niet konden krijgen door steentjes te leggen, zoals purper en turquoise. Dat je ook grote stukken glas op maat kon snijden en bij het inlegwerk kon gebruiken, moet echter iets nieuws zijn geweest toen rond 500 n.Chr. iemand het bovenstaande maakte.

Althans, dat vermoed ik. Ik ken namelijk geen oudere voorbeelden. Je moet echter voorzichtig zijn als je enige argument is gelegen in de afwezigheid van andere voorbeelden. Maar wanneer de methode ook ontwikkeld zij, het mozaïek dateert van rond 500.

Lees verder “Onbegrijpelijk glas”

Heidendom in de Late Oudheid

cameron_pagans

Bacurius was een generaal in het Romeinse leger in de late vierde eeuw. De kerkhistoricus Rufinus noemt hem een christen en kan gelijk hebben: de twee hadden elkaar ontmoet. Bacurius’ penvriend Libanius beschouwt hem echter als een heiden. Interessanter dan de vraag wie gelijk had, is de vraag wat oudhistorici hadden gedacht als alleen Rufinus’ geschiedwerk overgeleverd zou zijn geweest. Ze waren dan beslist niet op het idee gekomen dat de informatie mogelijk onjuist was en zouden Bacurius zonder meer als christen hebben getypeerd.

Dit voorbeeld illustreert het kernprobleem van de oudheidkunde. Er zijn te weinig teksten, zodat onderzoekers de kwaliteit van hun informatie moeilijk kunnen evalueren. Conflicterende bronnen zijn daarom een buitenkans: dan komen problemen aan het licht en kan worden beredeneerd welke informatie waarom de voorkeur verdient.

Lees verder “Heidendom in de Late Oudheid”

Christelijke bronnen over de heidenen

Wat de christenen lieten staan van het Serapeum in Alexandrië
Wat de christenen lieten staan van het Serapeum in Alexandrië

In de eerdere stukjes in deze reeks heb ik betoogd dat het christendom en het heidendom niet zo scherp tegenover elkaar hebben gestaan als het vaak wordt gepresenteerd. “Maar in Alexandrië is het Serapeum toch door christenen bestormd?” hoor ik u tegenwerpen, en u heeft volkomen gelijk.

Dit is echter een schoolvoorbeeld van de Everest Fallacy: dat wat heel groot is – zoals het schandaal van het Serapeum – valt op en nodigt dus uit tot onderzoek. Maar grote en opvallende dingen zijn niet per se representatief. De Mount Everest is niet representatief voor de bergen op aarde, Donald Trump is niet representatief voor de Amerikanen en Mark Rutte is niet representatief voor de Leidse historici. De gebeurtenissen in een exceptionele stad als Alexandrië zijn net zo representatief voor de relaties tussen de diverse Romeinse godsdiensten als de keizer representatief is voor de Romeinen in het algemeen.

Lees verder “Christelijke bronnen over de heidenen”

De laatste heidenen

Severus Alexander (Museum van Dion)
Severus Alexander (Museum van Dion)

Het is Romeinenweek en hoewel ik al schreef dat de Romeinen overal om u heen te zien zijn in allerlei musea of met een gids als Herman Clerinx, zijn er drie dingen die veel meer in het oog springen: het feit dat u woont in een stad, het feit dat u Nederlands spreekt en het feit dat deze zondag uw vrije dag is – met andere woorden, dat u leeft in een cultuur die is gevormd door het christendom. Zelfs onze geschiedbeelden zijn christelijk, zoals het idee waarmee ik deze reeks begon: dat er een machtige strijd tussen christenen en heidenen is geweest. Dat is, ietwat cru geformuleerd, christelijke propaganda.

Even terug naar het begin: er is de laatste jaren heel veel bekend geworden over de wortels van het christendom. Een belangrijke factor is dat eindelijk het embargo van de Dode Zee-rollen is opgeheven en we sinds 2009 beschikken over de volledige tekst, zodat we weten dat het materiaal dat daarvoor bekend was, nogal atypisch is. Pas nu begint het onderzoek naar het antieke jodendom pas echt. Een andere factor is het New Perspective on Paul, dat alles op z’n kop heeft gezet en duidelijk maakt dat Paulus nooit echt heeft gebroken met het jodendom. Meer dan vroeger zien we nu open communicatie tussen joden en christenen tot diep in de vierde eeuw: het is de openheid die het jodendom altijd heeft gehad.

Lees verder “De laatste heidenen”

Heidenen

De tempel van Venus in Baalbek: van tempel tot kerk tot moskee

Een vraag van een van degenen die wel eens reageert op deze kleine blog: waarom gebruik je eigenlijk het woord “heidenen”?

Goede vraag. Het is inderdaad een onhandige term, die in de Oudheid niet bestond. Het theologische concept is duidelijk: het gaat om iedereen die niet hoort tot het Verbond, en dat betekent automatisch dat alleen de joden en christenen behoefte hadden aan zo’n woord voor de buitenstaanders. Alleen de joden en christenen meenden immers dat ze een Verbond hadden gesloten met God. Geen van de andere bewoners van de Mediterrane wereld had zo’n woord nodig, en ik neem aan dat ze moeite hebben gehad te begrijpen dat zij de heidenen waren.

Ze zullen zich er niet in hebben herkend. Ze hadden een veelvoud aan rituelen en gebeden, aan religieuze gebruiken en namen voor de goden, en in die veelvormigheid van hun culten hadden ze weinig gemeenschappelijk. Van hun kant uit was de grens ook vloeiend. Ze kozen zelf wel uit hoe ze vorm wilden geven aan hun religieuze overtuigingen en grensden zich niet af van de Verbondsgeloven: volgens de Historia Augusta vereerde keizer Severus Alexander het hele spectrum aan goden, met inbegrip van Orfeus, Christus en Pythagoras (bron). In de provincie Egypte riepen mensen, tussen allerlei goede en slechte bovennatuurlijke krachten, ook de God van de joden aan. De heidenen namen uit het cultische aanbod wat ze nodig hadden, ook uit het jodendom en christendom.

Lees verder “Heidenen”