Alexander de Grote in Siwa

De weg naar Siwa

Ik liet u gisteren achter op het moment dat Alexander de Grote, die de plek had gezien waar hij Alexandrië wilde stichten, langs de Mediterrane kust naar het westen trok, richting Siwa, voor een bezoek aan het orakel van de Libische god Ammon. Hij passeerde de plek waar eeuwen later de slag El Alamein zou plaatsvinden en bereikte Paraitonion (Marsa Matrouh), waarvandaan hij met zijn mannen de woestijn introk. Biograaf Curtius Rufus beschrijft het landschap dat u ook op de foto hierboven ziet:

Al het land was onvruchtbaar en doods. Maar toen vlakten verschenen die waren bedekt met diepe lagen zand, was het alsof ze een peilloze zee bevoeren. Met hun ogen speurden ze naar het vasteland, maar nergens zagen ze ook maar een boom of een spoor van bewerkte aarde. Ook het water dat de dromedarissen in leren zakken hadden gedragen raakte op en in de droge bodem en het gloeiende zand was niets te vinden.noot Curtius Rufus, Alexander 4.7.10-12; vert. Daan Stoffelsen.

Lees verder “Alexander de Grote in Siwa”

De zevende hemel

De tien manichese hemels

Zoals gebruikelijk blog ik op zondag over de Grieks-Romeins-Joodse wereld van het Nieuwe Testament, en vandaag moet dat maar eens gaan over het wonderlijke idee dat er boven de aarde diverse hemels zijn. Zo schrijft de apostel Paulus in zijn Tweede Brief aan de Korintiërs:

Ik ken een volgeling van Christus die veertien jaar geleden tot in de derde hemel werd weggevoerd – in zijn lichaam of buiten zijn lichaam, dat weet ik niet, dat weet God alleen. Maar ik weet dat deze man …   werd weggevoerd tot in het paradijs en dat hij daar woorden hoorde die geen mens kan en mag uitspreken.noot 2 Korintiërs 12.2-4; NBV21.

Lees verder “De zevende hemel”

Het Pantheon (1)

Het Pantheon in Rome

Wat is een handboek als je het er niet mee oneens kunt zijn? Het is daarvoor! De student leert het handboek, zoals mijn leermeester Pieter Willem de Neeve zei, van kaft tot kaft uit het hoofd. Na het leggen van deze kennisbasis kan de student op werk- en hoorcolleges wel ontdekken dat de vork ook anders in de steel kan zitten. Kortom, het is geen verwijt aan de auteurs als je het met een handboek oneens bent. Zelf zou ik, als ik Een kennismaking met de oude wereld van De Blois en Van der Spek had geschreven, explicieter melding hebben gemaakt van het Pantheon in Rome.

Om te beginnen omdat het een gebouw is dat veel mensen kennen. Er is dus een didactisch aanknopingspunt. Verder omdat het gebouw, hoewel het dateert uit de hoogtijdagen van het Romeinse heidendom, vooruitwijst naar het christelijke monotheïsme. Het is vermoedelijk geen toeval dat de tempel als kerk in gebruik is genomen. En tot slot illustreert het gebouw de mogelijkheid dat wij over de Oudheid iets met meer zekerheid kunnen weten dan althans sommige mensen destijds – al is deze constatering misschien meer iets voor een vervolgcollege. In elk geval denk ik dat de twijfels die de Grieks-Romeinse auteur Cassius Dio niet kon onderdrukken, inmiddels wel zijn weggenomen.

Lees verder “Het Pantheon (1)”

De Colossus van Nero

Hier stond ooit de sokkel van de Colossus van Nero

In het dal tussen Velia, Palatijn, Caelius en Oppius lag de vijver waaromheen keizer Nero in 64 na Chr. het Gouden Huis had gebouwd. Keizer Vespasianus doorbrak de door zijn voorganger gecreëerde architectonische eenheid door op de plaats van het meer – dus middenin het paleis – het Colosseum te bouwen. Dit was niet de enige ingreep. Vespasianus’ opvolgers Titus, Domitianus en Trajanus vervingen andere delen van Nero’s paleis door openbare gebouwen, zoals een badhuis en winkelgalerijen. Tenslotte gelastte Hadrianus de bouw van de tempel van Venus en Roma op de plaats die ooit ruimte had moeten bieden aan een enorm standbeeld van keizer Nero.

De colossus van Nero

Het bekendste voorbeeld van zo’n reusachtig beeld was de Kolossos van Rhodos: een dertig meter hoog beeld van de Zon, een van de zeven wereldwonderen. Nero, die dweepte met alles wat Grieks was, liet op de Velia een even groot standbeeld oprichten, gemaakt van verguld brons en voorzien van zijn eigen gelaatstrekken. Ik vertelde gisteren al dat beeldhouwer Zenodoros er een jaar of tien aan werkte en de Colossus in 75 voltooide. Het beeld was toen voorzien van het hoofd van Vespasianus’ beoogde opvolger, Titus.

Lees verder “De Colossus van Nero”

De mythe van Mithras

Mithras doodt de stier op een reliëf uit Aquileia (Louvre, Parijs)

Om redenen die ik nooit heb kunnen doorgronden, trekt de Romeinse god Mithras allerlei misverstanden aan. Nee, het is geen Perzische cultus. Ze gebruikt slechts wat Perzische vormen. Nee, de cultus verspreidde zich niet van het oosten naar het westen. Ze verschijnt vrij abrupt rond het jaar 100 na Chr. in alle delen van het Romeinse Rijk tegelijk. Nee, Mithras was niet vooral populair in de legerkampen, zoals De Blois en Van der Spek schrijven in Een kennismaking met de oude wereld. Van de ruim 1100 vereerders die we kennen, zijn er ongeveer 130 soldaat. Dat wil zeggen: ten opzichte van de normale verhouding van burgers en soldaten in onze inscripties zijn de laatsten juist ondervertegenwoordigd. (Alleen in Britannia komt het aantal militaire vereerders uit boven de 20%.) Nee, de tempel in Elst is weliswaar ondergronds, maar was niet gewijd aan Mithras. Heus, nee, de cultus van Mithras is nooit een echt alternatief voor het christendom geweest. Nee, de christenen namen 25 december als feestdatum niet over van de Mithras-vereerders. En ook niet het idee van een opstanding uit de dood.

Oké, die laatste bewering is een tikje te snel. Het probleem is: we kennen de mythe van Mithras niet. Wellicht is ze opgeschreven geweest, maar zo’n tekst is niet overgeleverd. Dus misschien was er wél een scène waarin de god uit de dood opstaat. Als je iets niet kunt onderzoeken, kun je niks uitsluiten. Alles is mogelijk als niets kan worden onderzocht.

Lees verder “De mythe van Mithras”

Cicero (1): Het begint met ambitie

Cicero (Capitolijnse Musea, Rome)

De wijsbegeerte is in een voor ons herkenbare vorm ontstaan in Griekenland, wat natuurlijk niet wil zeggen dat men in het oude Nabije Oosten niet eveneens deelnam aan het avontuur van de menselijke geest. Het gebeurde alleen op een andere manier: in sombere bespiegelingen als die van de Egyptenaar Ipuwer, in hymnen over de transcendente god Amon, in spreukencollecties en in deprimerende dialoog tussen een mens en zijn beschermgod. Tegelijkertijd ontwikkelden zich in China en India sterke onafhankelijke tradities die we als filosofie herkennen.

Ook de Romeinen hadden belangstelling, en zij sloten zich aan bij de Griekse traditie. Romeinse filosofen kozen daarin meestal niet voor deze of gene Griekse filosofische  school, maar gaven er de voorkeur aan de inzichten van de verschillende stroningen te combineren. We noemden dit eclecticisme. De bekendste eclecticus was Marcus Tullius Cicero, die leefde van 106 tot 43 v.Chr. Eerst zijn biografie.

Lees verder “Cicero (1): Het begint met ambitie”

Abraxas in Tudderen

Graf uit Tudderen (Rheinisches Landesmuseum, Bonn)

Tudderen is natuurlijk wereldberoemd in Nederland. Immers, het is (net als Elten) na de Tweede Wereldoorlog een blauwe maandag Nederlands geweest. Als dat zo zou zijn gebleven, hadden bovenstaande voorwerpen nu in Venlo gestaan in het Limburgs Museum: de inhoud van een graf van een Romein die rond het midden van de derde eeuw na Chr. is overleden. Hij zal rond de vijftig zijn geweest en leed aan een ontstoken kaakholte, terwijl een van zijn schenen een beenvliesontsteking had. Beide zijn niet dodelijk, overigens.

Het graf kent de gebruikelijke keramiek, zie boven. Maar daarnaast waren er enkele vreemde voorwerpen, zoals een lindenhouten kistje (rechts achteraan op de foto) met flesjes. Daarin zat olie en zalf. Als het een vrouwengraf was, zouden we het een pyxis hebben genoemd, een beauty-case, met parfumflesjes, maar het is dus geen vrouwengraf. Verder een wat vreemd gevormd mes en een soort pipet. Ook kreeg de overledene een gepolijste stenen bijl mee, die op dat moment al vele eeuwen oud was. We weten dat de Romeinen zulke bijlen beschouwden als donderstenen en er magische krachten aan toeschreven.

Lees verder “Abraxas in Tudderen”

De eerste filosofen (7): Zenon van Elea

Zenon (Vaticaanse Musea, Rome)

[Omdat ik het in april redelijk druk heb, geef ik het woord aan Kees Alders, webdesigner en tevens auteur van het boek De wereld vóór God. Filosofie van de Oudheid. Vandaag gaan we verder met zijn reeks over de eerste filosofen, de zogenaamde voorsocratici. Het eerste deel was hier.]

Een gelopen wedstrijd

Achilleus en een schildpad besluiten een hardloopwedstrijd te houden. Natuurlijk gaat Achilleus ervan uit dat hij deze met gemak zal winnen. Hij weet immers dat hij meer dan twee keer zo snel rent als de schildpad.

Lees verder “De eerste filosofen (7): Zenon van Elea”

De Leidse Amunpapyrus

De Leidse Amunpapyrus (© Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

In een van de vitrines van de afdeling Egypte van het Leidse Rijksmuseum van Oudheden ligt de Amunpapyrus, een van de beroemdste teksten uit de oude wereld. Hoewel we over de herkomst slechts vermoedens hebben, is er geen twijfel aan de echtheid. Hij is namelijk al bekend sinds 1828, toen het nog jonge museum de collectie verwierf van Giovanni d’Anastasi (1780-1860), een Griekse koopman die in Egypte was beland, het vertrouwen had gewonnen van de Ottomaanse onderkoning Mohammed Ali en allerlei oudheden had verzameld. Weliswaar kunnen we over unprovenanced oudheden niet sceptisch genoeg zijn en is het zeker denkbaar dat d’Anastasi de dupe is geweest van bedrog, maar het is niet aannemelijk dat een vervalser in het eerste kwart van de negentiende eeuw én de juiste inkt zou hebben bereid én de beschikking zou hebben gehad over een fors antiek papyrusblad én een Egyptische tekst kon schrijven waaraan egyptologen sindsdien weinig vreemds hebben herkend.

Omdat Anastasi veel voorwerpen heeft aangekocht in Thebe, is aannemelijk dat de Leidse papyrus daarvandaan komt, temeer omdat in die stad een netwerk was van Amuntempels, waarvan het complex te Karnak de voornaamste was. Vanaf de zestiende eeuw v.Chr. gold de god van Thebe als de belangrijkste in Egypte en was zijn stad hét religieuze centrum van het land. Het was een van de plaatsen die werd genoemd als locatie van de oerheuvel, waar nog voor het begin van de tijd het eerste land boven de oerwateren was verschenen.

Lees verder “De Leidse Amunpapyrus”

God en zijn vizier

metatron
Alan Rickman in “Dogma”

Ik vertelde gisteren dat de Joden weliswaar een monotheïstische norm hadden maar dat er in de dagelijkse praktijk een zekere openheid naar buiten toe was: soldaten met amuletten van vreemde goden, mensen die zichzelf als Jood identificeerden én hun erkentelijkheid lieten blijken aan de vreemde god Pan. De tempelautoriteiten zullen er weinig mee op hebben gehad, maar de mensen maakten hun eigen keuzes.

Je zou de voorbeelden uit mijn vorige stukje kunnen beschouwen als een erkenning van het polytheïsme “naar buiten toe”. Er was ook een intern-joodse vorm van polytheïsme – al zouden we er misschien het woord “ditheïsme” voor moeten munten: het idee dat er een tweede godheid was. Dit denkbeeld, waartegen de rabbijnen vanaf de late tweede eeuw n Chr. stelling nemen, was in de voorafgaande eeuwen weliswaar ongebruikelijk, maar niet volstrekt marginaal.

Lees verder “God en zijn vizier”