Dood in Babylon (2)

Het Astronomische Dagboek dat de slag bij Gaugamela vermeldt (British Museum, Londen)

[Het is vandaag op de kop af 2336 jaar geleden dat in Babylon Alexander de Grote stierf. Alle reden om een oud artikel over de grote veroveraar, ooit verschenen in Spiegel Historiael, online te plaatsen. Vandaag dus, in vijf afleveringen. Deel een was hier.]

Alexander schrok van de door Bel-apla-ddin gedane doodsaankondiging. De Babyloniër behoorde tot de chaldeeën, het college van astronomen dat de hemelse voortekens bestudeerde, vorsten waarschuwde voor dreigend onheil en adviseerde over offers waarmee de goddelijke toorn tot bedaren kon worden gebracht. In 331 hadden ze accuraat voorspeld dat Alexander Babylon zou veroveren en sindsdien hechtte de koning grote waarde aan hun voorspellingen.

Op advies van Bel-apla-iddin besloot hij niet naar Babylon te gaan en een opmerkelijk zoenoffer te brengen: hij zou de Etemenanki herbouwen, de negentig meter hoge tempeltoren in het centrum van Babylon, de bijbelse Toren van Babel. Deze piramide werd beschouwd als het fundament van de hemel op aarde en gold als een van de belangrijkste heiligdommen van de oude wereld. De oppergod Marduk zou daarna ongetwijfeld zijn zegen geven aan de koning.

Later kwam Alexander echter terug op zijn besluit. Enkele Griekse filosofen verweten hem de goedgelovigheid waarmee hij had gehoor had gegeven aan de Babylonische astronomen, Alexander luisterde en besloot alsnog een bezoek te brengen aan de culturele hoofdstad van het oude Nabije Oosten.

De Etemenanki (Toren van Babel)

Zo beschrijft Diodoros de gebeurtenissen. Ook de Griekse historicus Arrianus vermeldt het incident, maar noemt andere details. Volgens hem adviseerden de chaldeeën Alexander de stad niet te betreden vanuit het oosten, omdat hij dan de ondergaande zon zou zien. Alexander, die stamde uit een familie die beweerde door de zon te worden beschermd, gaf gehoor en trok om de stad heen, maar het terrein werkte niet erg mee en uiteindelijk moest hij de stad toch binnentrekken door de verboden toegangspoort.

Arrianus beweert ook het eigenlijke motief van de chaldeeën te kennen: Alexander zou al bij zijn eerste bezoek opdracht hebben gegeven tot de herbouw van de Etemenanki en de chaldeeën hadden het geld daarvoor verduisterd, zodat ze hem liever buiten de poorten hielden.

Deze beschuldiging klinkt door tot in de moderne literatuur over Alexander. Erg vreemd is dat niet, want oudheidkundigen hebben de Babyloniërs lange tijd beschouwd als een volk dat, in vergelijking tot de Grieken, cultureel niet zoveel voorstelde, een oordeel waaraan antisemitisme niet vreemd was. Als Semieten werden beschuldigd van gesjacher met geld, zou daarin wel een kern van waarheid zitten en als de bewonderde Griekse filosofen vol verachting spraken over de kennis der sterrenwichelaars, dan moest het wel waar zijn.

Inmiddels zijn tienduizenden Babylonische kleitabletten ontcijferd, waaronder de teksten van de chaldeeën. Hun leer is geen geheim meer en we kunnen tegenwoordig de Griekse beschuldigingen weerleggen.

[wordt om tien uur vervolgd]