MoM | Epische verdichting

De Terebintenvallei

Wie doodde de reus Goliat? Het gemakkelijke antwoord is de herdersjongen David, die in de Terebintenvallei de Filistijnse kampioen met een welgemikte slingersteen vloerde. U leest het na in 1 Samuel 17. Het probleem is 2 Samuël 21.19:

Toen het enige tijd later nogmaals tot een gevecht kwam met de Filistijnen, in Gob, versloeg Elchanan, de zoon van Jaare-oregim, uit Betlehem, de Gittiet Goliat, wiens lansschacht als een weversboom was.

De woonplaats van deze Goliat is dezelfde als die van Davids tegenstander. De laatste bijzin uit het citaat keert woordelijk terug in het verhaal van David. Aangezien het niet bijster aannemelijk is dat er in hetzelfde stadje twee Goliats waren met lansen als weversbomen, moet het gaan om dezelfde man – en de overwinning werd dus door twee mannen opgeëist, Elchanan en David.

Het probleem werd al in de Oudheid herkend en 1 Kronieken 20.5 past het verhaal van Elchanan dan ook maar iets aan: deze doodde niet Goliat maar diens broer. Helemáál uitgesloten is het niet: het is theoretisch denkbaar dat al onze manuscripten van 2 Samuël teruggaan op één handschrift waarin toevallig de woorden “broer van” zijn weggevallen, maar dat is dan wel verrotte toevallig. Een veel plausibelere verklaring is dat we te maken met een verschijnsel dat bekendstaat als epische verdichting of epische concentratie: de menselijke neiging opvallende daden toe te schrijven aan opvallende personen.

Een leuk voorbeeld is het lot van het standbeeld van de Tyrannendoders, een beroemde sculptuur uit Athene die door de Perzen, toen ze de Griekse stad in 480 en 479 v.Chr. plunderden, meenamen naar hun hoofdstad Susa. De Atheners lieten daarop een kopie maken maar kregen een kleine twee eeuwen later het origineel terug van de Macedonische generaal Seleukos Nikator. Het geschenk wordt echter ook toegeschreven aan Alexander de Grote. Ten onrechte, maar de laatste was beroemder en trok daardoor als een magneet anekdotes aan. Personen die sterke verhalen aantrekken, worden wel aangeduid als kristallisatiefiguur en u mag ook denken aan Churchill, Napoleon of Einstein.

Ander voorbeeld: Nederland won in 1988 tijdens de EK in Duitsland de finale niet van Duitsland maar van de Sovjet-Unie. Duitsland was in feite al een paar dagen eerder verslagen, maar was natuurlijk een veel interessantere tegenstander om tijdens een finale in Duitsland te verslaan. In de herinnering zijn de twee gebeurtenissen verstrengeld geraakt. (Het leidde overigens tot grootse poëzie.)

Die verstrengeling treedt niet alleen op met daden maar ook met uitspraken. De laatste woorden van Laurentius, een van de belangrijkste christelijke martelaren uit de stad Rome, zijn beroemd: terwijl hij levend zou zijn geroosterd, zou hij de tegenwoordigheid van geest hebben gehad te zeggen dat het vlees gaar was en dat hij kon worden omgekeerd en opgegeten (assum est, versa et manduca). Dat maakte hem tot patroonheilige van de komieken en de koks, maar dat maakt de anekdote nog niet waar. Ze gaat terug op een wat minder bekende martelaar, Maurus.

Epische verdichting kan ook gebeuren doordat uitspraken op een beroemde maar verkeerde gebeurtenis worden betrokken. De suggestie van minister-president Colijn dat de mensen gerust naar hun legersteden konden gaan om te slapen, was niet aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog (toen Colijn geen premier meer was) maar is gedaan in 1936.

Een verwante kwestie is de zwerfanekdote: een goed verhaal dat over diverse beroemde personen wordt verteld. Ik hoorde ooit dat Paul Kruger, toen hij in paleis Het Loo koningin Wilhelmina bezocht, aan tafel niet bleek te weten waarvoor het kommetje met water diende dat met de kip werd geserveerd. Hij dronk ervan, in plaats van het te gebruiken om zijn vingers schoon te maken. Wilhelmina redde de situatie door demonstratief uit haar kommetje te drinken, waarop de andere aanwezigen dit ook deden en Kruger niet in verlegenheid werd gebracht. Ik heb de anekdote ook horen vertellen over koningin Victoria. De anekdote zwerft dus van personage naar personage.

Terug naar epische verdichting in engere zin: het verschijnsel komt echt veel voor. Ik gaf tot nu toe enkele voorbeelden waarvan we zeker weten dat een beroemde persoon of een beroemde gebeurtenis een uitspraak of een anekdote naar zich toe heeft getrokken. Deze voorbeelden waren controleerbaar. Maar hoe vaak komt het niet voor dat we slechts één bron hebben, dat we het niet kunnen controleren en dat we ten onrechte iets aan de verkeerde persoon toeschrijven of met de verkeerde gebeurtenis in verband brengen? We kunnen dat niet weten en dat is eigenlijk behoorlijk verontrustend.

[Geschiedenis is geen amusement, leuk voor een vrijblijvend stukje in een tijdschrift of een item op TV. Het is een wetenschap. In de reeks “Methode op Maandag” (MoM) leg ik uit wat de oudheidkundige wetenschappen, en de historische wetenschappen in het algemeen, maakt tot wetenschappen. Een overzicht van deze en vergelijkbare stukjes is hier.]

40 gedachtes over “MoM | Epische verdichting

  1. FrankB

    “dat is eigenlijk behoorlijk verontrustend.”
    Och, dat valt wel mee. Dergelijke anekdotes zeggen immers vooral iets over beeldvorming en dus over de mensen die die anekdotes vertellen. Of het nou de halve finale was of de finale in 1988, de overwinning op Duitsland (in mijn foute herinnering trouwens in München gespeeld) was belangrijker dan die op Rusland. Deelder maakt zich overigens niet schuldig aan verstrengeling.

    1. Verontrustend? Dit is hoe herinnering werkt. Zelfs in de terugblik op het eigen leven plak je dingen die je meemaakte aan elkaar of eigen je je dingen toe die je niet zelf hebt meegemaakt. Lees er Elizabeth Loftus op na. Maar als je weet dat dit zo werkt ben je een gewaarschuwd mens. Je hebt wat minder zekerheden, dat is alles.

      1. Rob Duijf

        ‘Je hebt wat minder zekerheden, dat is alles.’

        Sterker nog: praktisch gezien moeten we uitgaan van zekerheden om te kunnen functioneren. Zekerheid is echter een aanname. Aangezien het denken werkt op basis van herinnering is er psychologisch gezien geen enkele zekerheid, ondanks al onze vertwijfelde pogingen ons aan van alles en nog wat vast te klampen.

        1. FrankB

          “praktisch gezien moeten we uitgaan van zekerheden om te kunnen functioneren.”
          Een flinke tijd geleden heb ik begrepen dat causaliteit een ongerechtvaardigde vereenvoudiging is en zekerheden dus een illusie. Gelukkig ben ik altijd goed geweest in kansberekening en statistiek. Daarmee weet ik de waarschijnlijkheid van goede (en niet optimale) beslissingen aardig te vergroten. Dus nee, ik ga hier praktisch helemaal niet van uit. Het heeft wel wat oefening vereist om dat te leren.

      2. FrankB

        U hebt het tegen de verkeerde. Het was JL die “verontrustend” schreef, niet ik. Vandaar de aanhalingstekens.

  2. mw p.j. van wieringen

    Doet me denken aan het gezegde ‘zwaan kleef zwaan’. Of ben ik nu helemaal abuis …

  3. Rob Duijf

    “Ik verzoek den luisteraars dan ook om, wanneer zij straks hun legersteden opzoeken, even rustig te gaan slapen als zij dat ook andere nachten doen. Er is voorhands geen enkele reden om ongerust te zijn. En daarmee, geachte luisteraars, laat ik u over aan de verpozing die de radio u pleegt te bieden. Goedenavond.”

    Slotregels uit de radiotoespraak van minister-president Hendricus Colijn op 11 maart 1936 n.a.v. de Duitse bezetting van het Rijnland op zaterdag 7 maart 1936. Dat was in strijd met het Verdrag van Locarno uit oktober 1925.

    1. FrankB

      De houten geweren bij oefeningen, het gebrek aan voorbereiding, pacifistische mentaliteit … mythes. Nederland begon met de herbewapening op ongeveer hetzelfde moment als Frankrijk en Engeland. Een behoorlijk deel van wat fout ging lag simpelweg buiten de mogelijkheden.

      1. Rob Duijf

        Ik kan daar wel in meegaan, Frank, maar dat is niet het basale praktische aspect waarop ik doel. We hebben bijvoorbeeld tijdsplanning nodig om in onze complexe maatschappij te functioneren. Om op tijd op onze afspraak te komen, moet we onze reis plannen, maar óf ‘het busje zo komt’, daarover hebben we geen zekerheid…

      2. Rob Duijf

        Precies. Waarbij mag worden opgemerkt dat de politieke partijen met een pacifistisch programma (het ‘gebroken geweertje’) géén deel uit maakten van de regering, maar wel de schuld in de schoenen kregen geschoven van het falende regeringsbeleid, waarin Colijn nota bene de ijzervreter was.

        Helaas moeten we nog steeds ‘even rustig gaan slapen’, dan zal Rutte wel op ons ‘breekbare vaasje’ passen. Op 20 maart gaan we weer naar de stembus, kleuren een hokje rood zonder ons bewust te zijn van wat we eigenlijk doen, en hebben onze ‘burgerplicht’ gedaan. Ons geweten is gesust en we slapen weer even rustig verder…

  4. FrankB

    Stukjes als deze blijven in mijn hoofd hangen. Pas net schoot me een fraai voorbeeld van verdichting binnen.

    “Ik verafschuw wat u zegt, maar ik zal uw recht om het te zeggen met mijn leven verdedigen.”
    Schijnt niet van Voltaire afkomstig te zijn maar van een bewonderaar die ruim 100 jaar later leefde.

    1. Frans

      Er zijn wel meer van dat soort voorbeelden. “L’etat c’est moi” of “Soldats! Du haut de ces monumemts, quarante siecles vous regardent “. Is waarschijnlijk ook nooit door Louis XIV en Napoleon gezegd. Maar vooral die opmerking van de Zonnekoning past zo goed bij een absoluut vorst dat hij het gezegd had kunnen hebben. Net als bij Voltaire.

      1. Het citaat van Lodewijk XIV is overigens – en ik maak geen grap – afkomstig van… Napoleon. (“L’état, c’était moi”, schrijft hij in zijn memoires.)

          1. Henk Smout

            Ik bezit een napoleonnetje op een marmeren sokkeltje met, net als soms bij schaakstukken en nooit bij damschijven, vilt van onderen. Jarenlang gedacht dat ik dat in Parijs had gekocht. Pas enkele dagen geleden verzekerde iemand die erbij geweest is dat ik dat beeldje in Waterloo had aangeschaft. En die heeft waarachtig nog gelijk ook!

      2. Roger van Bever

        Klopt: essentieel lijkt mij dat een beroemde historische figuur het gezegd zou ‘kunnen’ hebben, omdat je zoiets van hem/ haar niet vreemd zou vinden. Claude Favre de Vaugelas (1585 – Parijs, 1650) zou op zijn sterfbed als laatste woorden gezegd hebben: “Je m’en vais ou je m’en vas, l’un et l’autre se disent”. Beide vormen werden toen inderdaad goed gerekend en wel veel mensen zullen deze uitspraak in die tijd gemaakt hebben. Maar ze in de mond leggen van deze beroemde grammaticus heeft meer betekenis als metafoor voor ‘ik ga weg of ik vertrek’ in de betekenis van ‘ik sterf’, want Vaugelas was het bekend dat hij voortdurend met taal bezig was. Daardoor heeft het ook nog iets komisch. Waarschijnlijk is het een broodje aap.

  5. eduard

    Het verschijnsel lijkt te wijzen op orale overlevering, want het komt goed overeen met de werking van ons geheugen. Naast al onze familieleden, vrienden en kenissen kunnen we maar een beperkt aantal namen onthouden, maar de mens lijkt een schier eindeloze capaciteit te hebben voor het onthouden van verhalen en anecdotes, die je dus alleen op een beperkt aantal namen kan plakken.

    1. Rob Duijf

      ‘Het verschijnsel lijkt te wijzen op orale overlevering (…)’

      Interessant! Maar hoezo?

      Volgens de ovelevering leefde Goliat tijdens de regeerperiode van koning Saul (de eerste koning van de Israëlitieten, ca 1025 – 1010 vChr.); de jonge David en latere koning leefde van ca 1040 – 970. (Even daargelaten of de overlevering en dateringen juist zijn).

      Het Oud-Hebreeuws (de geschreven taal van de Bijbel) dateert al van ca 1200 vChr. Ik vraag me af hoe de schriftelijke traditie zich verhoudt met de orale traditie. De overlevering beschrijft immers gebeurtenissen die zich op en rond de koninklijke hof afspeelden en niet op een ruraal achterafje?

      Overigens zijn er meer verklaringen voor epische verdichting of epische concentratie dan een falend geheugen.

      1. jacob krekel

        Mensen onthouden vaak bepaalde informatie, maar vergeten waar ze die informatie hebben verkregen (hun bron). Omstreeks 1965 heb ik op college te horen gekregen dat dit het sleeper effect is, genoemd naar een meneer Sleeper, maar tegenwoordig verstaat men daar iets heel anders onder. Dus misschien heb ik dit wel helemaal verkeerd onthouden, maar het verschijnsel dat ik iets wist (of dacht te weten) zonder te weten waar ik die kennis had opgedaan heb ik vaak genoeg meegemaakt. Dat mensen, met hun feilbare geheugen, dan op een andere bron komen dan de echte is niet verwonderlijk.
        Er is een anecdote over een politicus die op verkiezingscampagne van een dame toegebeten kreeg: “als ik uw vrouw was zou ik u vergif geven”, waarop de politicus antwoordde: “als ik uw man was zou ik het onmiddellijk innemen”. Ik heb dit aan Churchill toegeschreven gezien, maar veel eerder ook aan Lloyd George, en dat is veel waarschijnlijker. Toen heel Engeland tijdens de tweede boerenoorlog in Jingoïstische hysterie verkeerde, was Lloyd George een van de weinige prominente politici die fel tegen deze oorlog was. De man was bij Jingo dus echt gehaat, zoals Churchill nooit gehaat is geweest. Maar Churchill is veel bekender en staat ook bekend om zijn snedigheid, dus….

        1. Rob Duijf

          Akkoord, ik begrijp de strekking Jacob. Het overkomt mij ook. Toch is dit niet het enige argument. Er werden (en worden!) door de eeuwen heen ook bewust daden aan personen toegeschreven om ze op een voetstuk te plaatsen, waardoor deze mythische proporties aannemen. Dat kan weer afstralen op bijv. de stam, stad of natie waar die personen toe behoren: ‘kijk, dat is er een van ons!’

  6. Jeroen

    Ach.. ik doe er ook nog eentje: misschien een iets andere variant.
    Ik vind het altijd zeer vermakelijk om over The Whitechapel Murderer, oftwel Jack the Ripper te lezen.
    Keer op keer plakt men (meestal niet-historici, maar niet altijd) daar namen van verdachten aan die men kent… de kroonprins Albert, de Elephant-Man, Lewis Carroll heb ik ook al eens gehoord…

    Alsof men met een kopje thee in de stoel gaat zitten, en denkt.. :’mmm… die moorden waren in de 19e eeuw…. wie ken ik allemaal uit de 19e eeuw…. Nou! Dan moeten die het geweest zijn!’

  7. En is koning Arthur dan een van de hoogtepunten in dit genre? Van alles en nog wat wordt hem toegedicht, over een tijdspanne van diverse eeuwen.

      1. Laatst gaf iemand op de radio, in een of andere discussie over de teloorgang van het Nederlands, Karel ende Elegast als voorbeeld van hoe saai Nederlands wel niet was. Karel ende Elegast! Saai!! Zou hij het wel gelezen hebben?(Of zij, dat ben ik al weer vergeten. Over herinnering gesproken…)

    1. Robert

      Zeker is Koning Arthur zo’n figuur, maar de verdichtsels vonden pas op een veel later tijdstip plaats. hem voorgegaan was koning Alfred de Grote.

  8. Robert

    Een ander recent voorbeeld zijn de voedseldroppings boven de Randstad in de laatste dagen van de Tweede Wereldoorlog. Ik heb ook heel lang de beschrijvingen gelezen (en voor waar aangenomen) dat er broden uit de vliegtuigen werden gegooid. Maar dit blijkt niet zo te zijn – het waren zakken met meel.

    1. Henk Smout

      Niet te vergeten de soms ook door ‘ik-heb-het-meegemaakters’ verkondigde beweringen dat Nederland tijdens de Duitse bezetting was ingelijfd of dat het Wilhelmus toen verboden was. Het zingen ervan op verjaardagen van nog levende leden van het Oranjehuis werd als provocatie beschouwd (c’est le ton qui fait la musique), maar de NSB zong zowel het eerste als het zesde couplet, met voorkeur voor het laatste, tot het eind toe. Er was ook het lied ‘Wenn alle untreu werden’ op dezelfde melodie.

    2. Rob Duijf

      ‘(…) het waren zakken met meel.’

      Dat is niet helemaal volledig. De inhoud van de voedselpakketten bestond uit: zakken meel, blikken scheepsbeschuit, legerrantsoenen, thee, eipoeder, bonen, Spam (nu bekend als Smac), sigaretten, chocolade en margarine.

      Het ‘Zweedse wittebrood’ kwam inderdaad niet als hemels manna uit de lucht vallen, zoals zich in de collectieve herinnering heeft vastgezet, maar werd in Nederland gebakken. Het meel werd in januari/februari 1945 in Delfzijl aangevoerd door drie grote schepen van het Zweedse Rode Kruis (de Noreg, de Dagmar Bratt en de Hallaren).

      1. Robert

        Helemaal correct. ik beperkte me tot de herkomst van het brood dat uit de lucht zou zijn gevallen. Mijn moeder (1942) vertelde dat verhaal, en ook op school werd dat herhaald.

        1. Rob Duijf

          Zeker. Ook mijn ouders hebben mij dat op de mouw gespeld. Pas na jaren kwam ik er achter dat het allemaal anders was gegaan.

          Ik vraag me nog steeds hoe het kan, dat daar zo’n (toch recent) historische misvatting over kan ontstaan. Mijn moeder woonde in de winter van ’44-’45 bij familie op de Veluwe. Daar had men nog wel te eten. Mijn vader was een van de velen die vanuit Amsterdam hongertochten moest ondernemen naar West-Friesland. Zo zie je maar hoe twee gebeurtenissen (voedseldroppings en (later) Zweeds wittebrood) door elkaar gaan lopen…

  9. Onlangs sprak ik een kennis waarvan ik weet dat ze een zeer problematische had met haar inmiddels overleden moeder. Ze vertelde enthousiast over een sketch van Koot & Bie die ze zich herinnerde, waarin een zoon zijn onmogelijke bejaarde moeder in haar rolstoel voortduwt. In werkelijkheid ging het om een dochter (Wim de Bie) die haar bejaarde vader (Kees van Kooten) voortduwde. Mooi voorbeeld van epische verdichting in engere zin.

Reacties zijn gesloten.