Verdoemde steden

Adam Elsheimer, Philemon en Baucis
Adam Elsheimer, Philemon en Baukis

Gisteren wees ik op de parallel tussen het verhaal van Maria van Amnia en de sage van Filemon en Baukis. Nu ik er opnieuw over wil beginnen, schiet me te binnen dat ik daar al eens eerder over heb geschreven: u leest de volledige sage, vertaald en wel, hier. De parallel gaat echter verder dan alleen deze twee verhalen. De sage van Filemon en Baukis is namelijk een voorbeeld van een bij wel meer volken bekend verhaal dat we zouden kunnen aanduiden als “de verdoemde stad”.

In dit verhaal brengen de goden, uiteraard incognito, een bezoek aan de aarde. Overal constateren ze de zondigheid van de mensen, maar een arm echtpaar onthaalt ze gastvrij. Op dit punt kan de verteller het verhaal naar believen uitbreiden. Als Ovidius het bijvoorbeeld heeft over Filemon en Baukis, wijdt hij uit over de pogingen van de twee arme mensen om een fatsoenlijk maal op tafel te scheppen. Na een kras voorbeeld van de rechtschapenheid van de betrokkenen onthullen de goden hun ware identiteit en nemen de mensen mee, naar buiten de stad. Als ze omkijken, zien ze dat hun stad is verwoest: de goden straften de stad maar redden de enige rechtvaardigen.

Een ander voorbeeld van dit verhaal staat in de Bijbel en betreft de ondergang van Sodom. Hier is het eerste bedrijf, in de Willibrordvertaling.

De twee engelen kwamen tegen de avond in Sodom aan, terwijl Lot bij de stadspoort zat. Toen Lot hen zag aankomen, stond hij op, ging hun tegemoet, boog diep en zei: “Ik verzoek u, mijne heren, neem uw intrek in het huis van uw dienaar en breng daar de nacht door; was uw voeten, dan kunt u morgenochtend uw reis voortzetten.”

Ze zeiden: “Nee, wij zullen buiten overnachten.”

Maar hij bleef zo aandringen dat ze bij hem hun intrek namen. Toen zij in zijn huis gekomen waren, richtte hij met ongezuurde broden die hij had laten bakken een maaltijd voor hen aan en zij aten ervan.

De verteller breidt het verhaal nu uit met een beschrijving van de zondigheid van de Sodomieten, die in contrast staat tot Lots gastvrijheid.

Zij waren nog niet gaan rusten toen de mannen van de stad, de Sodomieten, om het huis samenschoolden, jong en oud, de hele bevolking, allemaal samen. Zij riepen Lot en zeiden: “Waar zijn die mannen die voor vannacht bij u hun intrek hebben genomen? Breng ze naar buiten, dan kunnen wij omgang met hen hebben.”

Lot kwam naar buiten, maar de deur deed hij achter zich dicht. Hij zei: “Doe die mannen geen kwaad aan, broeders. Luister eens; ik heb twee dochters die nog nooit bij een man zijn geweest. Die wil ik wel naar buiten brengen; dan kunnen jullie met hen doen wat je wilt. Maar laat die mannen met rust, want zij staan onder de bescherming van mijn huis.”

Ze zeiden: “Ga opzij.” En ze voegden eraan toe: “Dat is hier als vreemdeling komen wonen en wil ons nog de wet voorschrijven ook. Het zal je nog slechter vergaan dan die anderen.”

Heftig duwden zij Lot achteruit en wilden de deur al openbreken. Maar de mannen binnen [de engelen] grepen Lot vast, trokken hem het huis in en deden de deur dicht. Degenen die voor de deur stonden, klein en groot, sloegen zij met blindheid, zodat zij de deur niet meer konden vinden.

Een door-en-door verdorven samenleving, wil de auteur zeggen, waar de meute het zózeer voor het zeggen heeft dat mensen hun gasten alleen maar kunnen beschermen door het ondenkbare te doen, zoals het ter verkrachting uitleveren van de eigen dochters. Een stad zonder rechtvaardigheid. (Overigens wijs ik erop dat dit verhaal dus niet over homoseksualiteit gaat, zoals vaak wordt aangenomen.)

Ondertussen hebben de goden – of beter: de engelen – hun identiteit onthuld toen ze Lot te hulp schoten. Het is nu tijd voor het slotbedrijf: de uittocht.

Nu zeiden de twee mannen tegen Lot: “Hebt u hier in de stad nog familieleden? Uw schoonzoon, zonen en dochters en iedereen die bij u hoort moet u naar buiten brengen, weg uit deze plaats. Wij gaan de stad verwoesten: de roep om wraak over de bewoners klinkt zo hard, dat de heer ons heeft gezonden om de stad te verwoesten.”

Toen ging Lot praten met zijn toekomstige schoonzoons, de mannen die met zijn dochters wilden trouwen; hij zei: “Maak dat je wegkomt, vlucht uit deze plaats, want de Heer gaat de stad verwoesten.” Maar zijn schoonzoons lachten hem uit.

Toen de dageraad aanbrak, zetten de engelen Lot tot spoed aan en zeiden: “Vooruit, neem uw vrouw en uw beide dochters mee; anders wordt u het slachtoffer van de bestraffing van de stad.”

Toen Lot nog aarzelde, grepen de mannen hem, zijn vrouw en zijn beide dochters bij de hand, want de Heer wilde hem sparen, en zij brachten hem buiten de stad.

Niets staat hierna de verwoesting van Sodom nog in de weg: God vernietigt de gedoemde stad met zwavel en vuur, zoals Jupiter en Mercurius het stadje van Filemon en Baukis blank zetten.

Er zijn meer van dit soort verhalen, waarin de namen van de betrokkenen en de aard van de zonde variëren, maar de pointe steeds dezelfde is: wees gastvrij, want de vreemdeling kan een hemeling zijn. Het illustreert de eindeloze, door alle Mediterrane volken gedeelde verhalencultuur.

4 gedachtes over “Verdoemde steden

  1. mnb0

    “De twee engelen ….. aten ervan.”
    Ah, dan zijn ze beter af dan de geesten van Rowling. Die kunnen alleen maar praten.

    “dit verhaal dus niet over homoseksualiteit gaat”
    Dat klopt natuurlijk, maar het zegt wel degelijk het één en ander over de auteur dat de verdorven meute liever twee mannen verkracht dan twee maagdelijke jongedames. Het is niet de essentie van het verhaal, alleen maar bijzaak, maar homo’s komen er niettemin slecht af. En dat begrepen lezers best.
    Daarbovenop is volgens dit verhaal het schenden van gastrecht ernstiger is dan verkrachting. Dat vind ik allemaal niet zo best als ik geacht wordt aan te nemen dat dat Heilige Boek Eeuwige Waarheden bevat, want goddelijk geïnspireerd.

    De versie van Ovidius bevalt me veel en veel beter: “beiden meester, beiden knecht”. Als de overeenkomsten van belang zijn, dan de verschillen ook. En die verschillen zijn nou net waarom ik de Grieks-Romeinse verhalen zo veel beter te genieten vond dan de Oud-Testamentische. Lot was naar mijn gevoel toen al lang zo rechtvaardig niet als Baukis en Filemon.

  2. Harm-Jan

    Weer iemand die denkt dat homo en kontneuken synoniem zijn. Bij
    Lot gaat het overigens om verkrachting met en verkrachting zonder schending van het gastrecht en dan lijkt het eerste me indrdaad erger. Overigens gaat het strikt genomen over seks hebben met, niet over tegen de zin seks hebben met. Gelukkig maar dat een eindje verderop vaders die hun dochters zwanger maken verheerlijkt worden (Lot opnieuw), dan zien we wat een betrouwbaar moreel kompas het Oude Testament is, En in het verhaal bij Ovidius, geen sage maar een verhaal vol fraaie details waar het vooral om gaat ( de ontbrekende tafelpoot, de te slachten gans die harder loopt dan de twee oudjes etc.) is volgens mij nergens sprake van een stadje. Zo wel even genoeg gemopperd

    1. Het oude testament als moreel kompas hangt gelukkig niet samen met een paar al dan niet goed begrepen (of vertaalde) passages over zaken die ergens in de Bronstijd hebben plaatsgevonden.

Reacties zijn gesloten.