MoM | Mooie migranten: verhalen

Brandaan en de vis-die-op-een-eiland-lijkt

Het thema van de Week van de Klassieken is migratie en dat betekent dat we het ook eens moeten hebben over oraliteit ofwel mondelinge literatuur. Of beter: mondeling doorgegeven informatie. Ik heb het er weleens eerder over gehad: het verhaal dat Ovidius vertelt over Philemon en Baucis correspondeert prachtig met een van de bijbelse verhalen over Abraham en Sara. In allebei de tradities onthalen twee oude mensen enkele incognito op aarde rondreizende hemelingen en wordt een stad verwoest. Ovidius kan het verhaal niet hebben gelezen in de Bijbel, maar wat verklaart de overeenkomst dan?

En om het nog complexer te maken: er zijn tientallen, honderden volksvertellingen die frappante overeenkomsten hebben. De vis die zó groot is dat zeelieden denken dat het een eiland is en die onderduikt als Sinbad de Zeeman er een fikkie stookt, komt weer boven water in de legende van Sint-Brandaan. Zie plaatje hierboven. Het mandje waarin Mozes de Nijl afdreef, vervoerde Sargon van Akkad door het Tweestromenland, nam Romulus en Remus mee naar Rome en spoelde uiteindelijk aan bij de Kinderdijk. Het verhaal over de dood van de grote god Pan wordt eveneens verteld over de Kabouterberg bij Hoogeloon, waar koning Kyrie dood is. De lijst is eindeloos.

Lees verder “MoM | Mooie migranten: verhalen”

Verdoemde steden

Adam Elsheimer, Philemon en Baucis
Adam Elsheimer, Philemon en Baukis

Gisteren wees ik op de parallel tussen het verhaal van Maria van Amnia en de sage van Filemon en Baukis. Nu ik er opnieuw over wil beginnen, schiet me te binnen dat ik daar al eens eerder over heb geschreven: u leest de volledige sage, vertaald en wel, hier. De parallel gaat echter verder dan alleen deze twee verhalen. De sage van Filemon en Baukis is namelijk een voorbeeld van een bij wel meer volken bekend verhaal dat we zouden kunnen aanduiden als “de verdoemde stad”.

In dit verhaal brengen de goden, uiteraard incognito, een bezoek aan de aarde. Overal constateren ze de zondigheid van de mensen, maar een arm echtpaar onthaalt ze gastvrij. Op dit punt kan de verteller het verhaal naar believen uitbreiden. Als Ovidius het bijvoorbeeld heeft over Filemon en Baukis, wijdt hij uit over de pogingen van de twee arme mensen om een fatsoenlijk maal op tafel te scheppen. Na een kras voorbeeld van de rechtschapenheid van de betrokkenen onthullen de goden hun ware identiteit en nemen de mensen mee, naar buiten de stad. Als ze omkijken, zien ze dat hun stad is verwoest: de goden straften de stad maar redden de enige rechtvaardigen.

Lees verder “Verdoemde steden”