
Tussen het bij toeristen zeer populaire Saint-Rémy-de-Provence en de kleine, maar indrukwekkende bergketen van de Alpilles, ligt één van de belangrijkste opgravingen van Frankrijk: Glanum. Waar je in steden als Arles, Orange en Nîmes verspreid over het hedendaagse stedelijk grondgebied grootse bouwwerken vindt als (amfi)theaters, tempels, triomfbogen necropolen of villa’s, en nabij Nîmes ook nog eens het imposante aquaduct van de Pont du Gard, is Glanum echt een nederzetting waar moderne bebouwing nauwelijks een rol speelt.
Eerder kwam in deze Franse serie al Alba-la-Romaine voorbij, en later zal Vaison-la-Romaine volgen. Alba is bescheiden qua omvang, en Vaison biedt – naast een prachtig maar zwaar gerestaureerd theater – ook een opgravingsterrein dat (in tweeën gesplitst) beslist het bezoeken waard is: vergeet daarbij vooral ook niet het mooie museum met een aantal meer dan levensgrote beelden van Hadrianus, Sabina en Claudius en een marmeren torso van (vermoedelijk) Antinoös.
Keltisch/Gallisch, Grieks en Romeins Glanum
Glanum is goed vergelijkbaar met Vaison, zij het dat de zichtbare resten van een andere orde zijn. We concentreren ons op twee afzonderlijke gebieden: de auto kan worden geparkeerd bij een reusachtig grafmonument en een ereboog annex stadspoort (hierover later meer) en op enkele honderden meters daarvan begint een tamelijk goed ontsloten gebied met alle openbare en woongebouwen van de stad, zoals winkels, tempels, bronnen en een forum.

Loop naar de entree van Glanum door een kleine olijfboomgaard. Daar bevindt zich de kassa en een uitstekend geoutilleerde winkel met een schat aan boeken. Bovendien is in dit entreegebouw een mooi overzicht te zien van de hele geschiedenis van Glanum, van de Keltische periode tot en met derde eeuw na Christus. Gelukkig is alles drietalig toegelicht: in het Frans, Engels en het Spaans. Uit de tijdlijn wordt duidelijk dat Glanum aanvankelijk bewoond werd door een lokale Keltische stam (de Salyes), vervolgens onder invloed van de Griekse kolonie Marseille/Massilia hellenistisch werd en daarna Romeins.
Na de Crisis van de Derde Eeuw na Chr. is de site verlaten. Saint-Rémy-de-Provence nam de woonfunctie van Glanum over, de stad zelf werd door metersdik sediment bedekt, totdat ze in de twintigste eeuw min of meer herontdekt werd…waarbij de gebouwen (zie hierna) bij de parkeerplaats al eerder de aandacht hadden getrokken.

De woonhuizen
We benaderen het stedelijk gebied vanuit het noorden, waarvandaan het pad (een deels gerecontrueerde cardo) ons van een rijk winkel-/woongebied via het ‘officiële Glanum’ tot aan een deel van de stad met resten van meer eenvoudige woningen brengt. Opvallend is dat ook bij huizen uit de Romeinse tijd vaak een impluvium ontbreekt: de stad werd zeer goed van water voorzien door natuurlijke bronnen, die zelfs nu nog overvloedig stromen. Met een handig plattegrondje dat je bij de kassa krijgt, zijn veel gebouwen goed te herkennen.
Ter rechterzijde van de licht stijgende hoofdweg liggen twee laat-hellenistische c.q. Romeinse villa’s, die respectievelijk ‘Huis van de Antae’ (vierkante zuilen, bekroond met een Korinthisch kapiteel) en het ‘Huis van Kybele en Attis’, waarin een bas-reliëf is aangetroffen dat de mythe van Attis en Kybele verbeelde. Daar tegenover liggen de zeer goed voorziene en goed herkenbare thermen.

Het bestuursgedeelte
Iets verderop links begint het bestuursgedeelte van Glanum, met de curia, een tempel met resten van een timpanon, het omvangrijke forum en het prytaneion (raadhuis). Er is wel wat fantasie voor nodig om alle gebouwen goed van elkaar te onderscheiden, maar het meest opmerkelijk in dit deel van de stad is wel de dromos: een onderaardse bron van behoorlijke omvang terzijde van het forum.
Aan de overzijde van de weg naar boven komen we dan langs een complex met tempels voor ‘de tweelingen’: of het hier om Gaius en Lucius Caesar gaat, is nog steeds onderdeel van het debat. Hoe dan ook: dit deel van Glanum is in de loop van de geschiedenis van de stad bijna permanent verbouwd, zodat het wel eens moeilijk is om precies vast te stellen uit welke periode een bepaald gebouw stamt.

Nog hogerop ligt het bouleuterion en de heilige bron, die gezien wordt als de oorsprong van het Keltische Glanum (waar de godheid Glanis vereerd werd). Tempels voor Hercules (beschermer van bronnen, met een paar fraaie offeraltaren) en voor ‘Valetudo’ (gezondheid, met een inscriptie voor Agrippa) besluiten deze reeks van openbare en officiële gebouwen aan de linkerkant van de hoofdweg, terwijl eenvoudige tweekamerwoningen ter rechterzijde daarvan uiteindelijk de opgraving van nu afsluiten. Duidelijk is dat hier nog veel ontdekt zal worden, ook al wordt het terrein richting het zuiden steeds moeilijker begaanbaar.
De slagroom op de taart
Teruglopend naar het parkeerterrein kun je niet om de resten van twee monumenten heen: een mausoleum en een ereboog. De boog dateert uit het eind van de Augusteïsche periode en is helaas niet meer volledig. De reliëfs (die verticaal ongeveer tot halverwege bewaard zijn gebleven) laten zien hoe de Romeinen triomfeerden over Gallische stammen, waarbij het er – de afbeeldingen nauwgezet bekijkend – niet zachtzinnig aan toeging. Min of meer provisorisch is de boog nu met dakpannen afgedekt.

Nog fraaier en – vooral – beter bewaard is het mausoleum van de Iulii dat metershoog oprijst naast de triomfboog. Volgens een inscriptie is het door ‘Sextus, Marcus en Lucius Iulius, zonen van Gaius’ gebouwd om hun voorouders te eren. Het bestaat uit drie afzonderlijke, op elkaar gestapelde bouwdelen: bovenaan een ronde ‘kapel’ met korinthische zuilen bovenin, een middendeel dat gevormd wordt door een ‘quadrifrons’ (een vierzijdige ereboog, zoals de Boog van Janus in Rome) en het onderste deel lijkt veel op de Ara Pacis in Rome: een rechthoekige constructie met aan vier zijden bas-reliëfs.
Die laatste zijn uitzonderlijk goed bewaard gebleven: aan de noordzijde zien we een slagveld met ruiters te paard, waar een Victoria een trofee boven houdt, de oostkant wordt ingenomen door een scene, die waarschijnlijk gelijk te stellen is aan een zogenaamde ‘Amazonomachie’ (de oorlog tussen Amazones en Grieken), de zuidzijde laat een jachtscène zien, waarbij jagers proberen een everzwijn te vangen. Eén van de jagers is gewond geraakt en sterft in de armen van een collega-jager. En op de westzijde zien we de Grieken en Trojanen strijden om het lijk van Patroklos, Achilles’ vriend en strijdmakker.

Pracht en praal
Bij het zien van dit mausoleum moest ik enerzijds denken aan het monument voor Theodorik in Ravenna (imposant) maar anderzijds aan gebouwen waar ik vaker mijn oog op laat vallen: de Martinitoren in Groningen (met verschillende gestapelde bouwdelen in diverse stijlen) en ook aan het nogal protserige monument voor de familie Scholten in die stad (op de Zuiderbegraafplaats). De Iulii wilden kennelijk ook echt imponeren, en dat lukt ze tweeduizend jaar na dato nog steeds. Waar de rest van Glanum vooral uit fraaie kleinoden bestaat is het mausoleum een ‘palazzo prozzo’ eerste klasse. Maar: beslist de moeite waard om te bekijken.
Zelfde tijdvak
Arsinoë laat Achillas dodenoktober 18, 2022
Diodoros van Siciliëfebruari 17, 2025
Kunst uit Xinjiangaugustus 28, 2023

Als zeker twee zijden een mythologische scène tonen, is het reliëf met het everzwijn misschien de Calydonische Jacht.
Hoe komt Glanum onder metersdik sediment? Overstroming, aardverschuiving?
De site Glanum ligt in een smalle kloof, die begint in de nogal hoge en brokkelige Alpilles. Het lijkt mij waarschijnlijk dat eeuwenlange aanvoer vanuit die Alpilles de site bedekt heeft met aarde, stenen en klei.
Een mooie plek, ik heb er erg van genoten toen ik er deze augustus was.