Late Romeinen

Uitleg over het Romeinse leger in de Late Oudheid (Orientalis bij Nijmegen)
Uitleg over het Romeinse leger in de Late Oudheid (Orientalis bij Nijmegen)

Er zijn momenten waarop ik denk dat we met een Romeinenweek, een Nijmeegs Romeinenfestival, een Zuid-Limburgs Romeinenfestival, een limes-zomer, Romeinse Spelen en een “Late Roman Event” wat erg veel Oudheid hebben. Zeker als ze in Tongeren en Xanten, dus net over de grens, ook uitpakken, als er bovendien een Week van de Klassieken is en als we ook nog enkele goed-bezochte musea hebben. Het wonderlijke is echter dat er vrijwel steeds voldoende bezoekers komen om het voor de betrokkenen interessant te houden. Er is elk weekend wel ergens wat te doen, scholen blijven mensen vragen om uitleg te komen geven.

Zonder iets ten nadele van de andere activiteiten te willen zeggen: ik voor mij vind het “Late Roman Event” het leukst. Misschien wel om de rustige toon waarmee het zich presenteert; misschien omdat ik de organiserende re-enactmentgroep al jaren ken; misschien omdat het op de perfecte plek is, namelijk Museumpark Orientalis bij Nijmegen; misschien omdat de re-enactors uit meer landen komen en je dus beter voelt hoe groot dat wereldrijk was; misschien omdat de Late Oudheid veel belangrijker is dan men wel aanneemt.

Simpel gezegd: de contouren van onze eigen wereld werden tussen pakweg 300 en 425 zichtbaar. In de eerste plaats moet de doorbraak van het christendom worden genoemd. De Romeinse wereld neigde al naar monotheïsme maar dit was een heel specifieke vorm, die in de loop van de vierde eeuw bovendien steeds belangrijker werd. Ook in de Lage Landen verscheen het christendom, zoals in de persoon van Servatius, die begraven ligt in Maastricht.

Een tweede ontwikkeling is de doorbraak van wat ik gemakshalve het Nederlands zal noemen. In onze contreien werd voordien Latijn geschreven en vermoedelijk ook gesproken, hoewel vermoedelijk niet als enige taal, maar dat veranderde na het midden van de vierde eeuw. In 355 was er een grote inval van Germaanssprekende Franken, waarmee generaal Julianus – de latere keizer Julianus de Afvallige – in 358 afrekende. Hij stond groepen binnendringers toe zich te vestigen in Toxandrië, dat wil zeggen: op de schrale landbouwgronden ten noorden van de grote weg van Keulen naar Boulogne (zeg maar het oer-hertogdom Brabant).

Verscheidene Frankische boeren waren daar al eerder komen wonen en in de tweede helft van de vierde eeuw werden de Franken de dominerende bevolkingsgroep. Het blijkt uit de analyse van het aardewerk en uit het feit dat Latijnse plaatsnamen uitgesproken bleven worden zoals in de vroege vierde eeuw gebruikelijk was en niet zoals in de late vierde eeuw in de mode raakte. Ik meen ergens gelezen te hebben dat er inmiddels ook DNA-onderzoek is dat de migratie documenteert, al ben ik even kwijt waar. In elk geval: vanaf de late vierde eeuw spreken de bewoners van de Lage Landen een taal die lijkt op de onze en die we met enige moeite zouden kunnen verstaan.

Verder wil ik noemen dat in de laatste kwart van de vierde eeuw onze klassieke canon ontstond. Auteurs die toen in de mode waren, werden door kopiisten overgeschreven. Die konden in de Middeleeuwen dus gekopieerd blijven worden. De rest ging onherroepelijk verloren. Ons beeld van de oude schrijfcultuur is bepaald door wat mensen in de late vierde mooi vonden: Juvenalis en Martialis bijvoorbeeld, schrijvers van rond het jaar 100 n.Chr. waar tijdenlang niemand naar had omgezien.

De vierde eeuw zag ook een gestage economische differentiatie. In grote delen van het Romeinse Rijk raakten de steden in verval en steeds grotere groepen mensen wisten zich te onttrekken aan de belastingheffing. Hierdoor raakte het staatsapparaat, ondergefinancierd als het was, in de problemen. In de Lage Landen was echter al eerder, in de derde eeuw, een andere crisis geweest en was de economie al wat veranderd: men keek niet meer overwegend naar het zuiden, maar tevens naar de Noordzee. Toen in de loop van de vijfde eeuw het Romeinse staatsapparaat definitief verdween in de westelijke gebieden, hadden de Lage Landen een soort voorsprong en het is dan ook niet vreemd dat de Franken Toxandrië gebruikten als springplank naar zuidelijker gebieden. Er was een machtsvacuüm te vullen. De Nederlandse geschiedenis begint met de verovering van Frankrijk.

Nog een allerlaatste punt: in 405 of 406 raakten de Romeinse legers in de Lage Landen, afstammelingen van Frankische migranten maar in dienst van het Imperium, afgesneden van de Mediterrane wereld. Invallende stammen maakten het tussenliggende Gallië onveilig. De Romeinse legers in onze contreien moeten hebben gewacht op hernieuwd contact met Rome, maar dat is er niet meer gekomen. De laatste commandanten hier werden de eerste middeleeuwse heren. De boeren waren al eerder “aan de grond gebonden” en verplicht hun producten af te dragen aan die commandanten. In feite was het feodale stelsel al aan het groeien.

Kortom, de Late Oudheid is een belangrijke en boeiende periode uit onze geschiedenis. U hoort er meer over op het “Late Roman Event” in Museumpark Orientalis, bij Nijmegen, dat zélf ook erg de moeite waard is. Meer informatie hier en op Facebook daar.

6 gedachtes over “Late Romeinen

  1. Dit ‘begin van de Nederlandse geschiedenis’ ligt dan wel grotendeels in België, want was het Nederlandse deel van Brabant niet behoorlijk ontvolkt geraakt in die tijd?

    In Noord Nederland komen die Franken pas eeuwen later de boel overnemen dan ze al in Frankrijk gedaan hadden.

    1. De ‘Franken’ die je de macht ziet overnemen waren dan de koningen denk ik. Want de Franken zelf kwamen allang uit deze streken. Al tijdens de 4de eeuw dienden mannen uit Drenthe in het Romeinse leger, om na hun diensttijd trots terug te keren en met hun door het leger verstrekte riemen en en wapens begraven te worden. Later zien we die mensen uit zuidelijker nederzettingen komen (zoals Ede), en weer later, bij het begin van de 5de eeuw, keren ze niet terug uit Gallië, maar laten ze hun mensen naar het zuiden komen. Maar ondertussen bleef het noorden ook Frankisch. En zo ontvolkt was Brabant ook niet. We vinden steeds meer resten.

      1. Ik zie als Franken zij die permanent migreerden. Dat waren inderdaad mensen uit noordelijker streken, maar zij die in het Noorden bleven richtten zich naar de West-Saksische (Fries, Angelsaksisch, ‘Saksisch’) cultuur en taal, en kun je geen Franken noemen. De Franken assimileerden met de geromaniseerde Kelten. Het Frankisch heeft in zijn uitspraak een Gallo-Romaans substraat, en die taal heeft zich pas later weer meer Noordelijk uitgebreid, samenvallend met de toenemende invloed vanuit het Zuiden.

        Wat ik me wel afvraag, is waar nog zoveel niet gevluchte Kelto-Romanen woonden dat zij de uitspraak van het Frankisch zo konden beïnvloeden.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s