NWA | Westerse cultuur

Sommige open deuren moet je gewoon intrappen. Ik zou u teleurstellen als ik schreef over westerse cultuur zonder u te trakteren op dit belegen grapje.
Ik zou u teleurstellen als ik schreef over westerse cultuur zonder u te trakteren op dit belegen grapje.

In mijn reeks rond de vragen van de Nationale Wetenschapsagenda (NWA) vandaag een kwestie die mij zelf buitengewoon boeit:

Wat is de oorsprong van de Westerse cultuur?

Antwoorden zijn er momenteel niet. Een van de deelvragen stond al op de vorige Wetenschapsagenda, die van 2011, en dat wil zeggen dat dit een erkend wetenschappelijk vraagstuk is. Onoplosbaar als de kwestie is, kan ik wel de contouren schetsen van het probleem. In de eerste plaats is er de vraag wat een cultuur is. De beroemde definitie van E.B. Taylor, de vader van de culturele antropologie, luidt als volgt:

Culture, taken in its wide ethnographic sense, is that complex whole which includes knowledge, belief, art, morals, law, custom, and any other capabilities and habits acquired by man as a member of society.

Deze mooie definitie, waarvan ik me nog herinner dat die indruk op me maakte tijdens mijn antropologiecolleges, brengt het probleem met zich mee dat je een cultuur beschrijft als een kolossale verzameling elementen – laten we zeggen 100.000 – terwijl die voortdurend veranderen. Hoe lang kun je dan nog spreken van dezelfde cultuur? Niemand zal zeggen “bij 99.999”, maar wat denk je van “bij 98.000”? (Een Vlaming, die nauwelijks verschilt van een Nederlander, zal zich niet snel rekenen tot de Nederlandse cultuur.) Het zou helpen als we onderscheid konden maken tussen cultuurelementen die zó belangrijk zijn dat we ze absoluut niet kunnen missen en cultuurelementen die wat minder cruciaal zijn.

Uiteraard introduceer ik hier wat bekend is komen staan als “structuur”. Je moet daarbij niet denken aan het starre skelet van een bouwwerk maar aan de soepele regels van een grammatica: zoals je eindeloos veel zinnen kunt construeren door een overzichtelijk aantal grammaticaregels toe te passen, zo maakt de structuur van een cultuur een door de tijd variërende verzameling uiterlijke vormen mogelijk. Steeds anders maar in wezen hetzelfde. Wat we dus nodig hebben is een aantal zaken die de westerse cultuur definiëren. Een culturele grammatica. Een beschavingsparadigma.

En dat is ons tweede probleem, want dit is zo makkelijk nog niet. Het negentiende-eeuwse idee dat de westerse wereld wordt gekenmerkt door onder meer rationaliteit, vrijheidszin en humanisme en dat dit drietal is ontstaan in Griekenland, keert nog regelmatig terug. Dat gebeurt dan doorgaans in oppositie tot de veronderstelde irrationaliteit, het despotisme en de mystieke inslag van de bewoners van het Midden-Oosten. Het was nog niet zo lang geleden nog te vinden in boeken voor de middelbare school, en wellicht is dat nog altijd zo, maar de publicatie van honderdduizenden kleitabletten heeft dit gedachtegoed definitief onhoudbaar gemaakt.

Maar laten we gemakshalve aannemen dat we een westerse culturele structuur kunnen definiëren. Dan komt het derde probleem: hoe stellen we vast dat er een eeuwenlange continuïteit is geweest? Dit is voor historici vertrouwde materie, die eerstejaars doorgaans uitgelegd krijgen aan de hand van het debat over continuïteit tussen het Duitse keizerrijk, de Weimarrepubliek, het Derde Rijk en de Bondsrepubliek. Ik blogde er al eens over. Deze deelvraag stond, zoals gezegd, ook op de vorige Wetenschapsagenda.

Op dit moment zou ik voor mij niet voor mijn rekening willen nemen dat er zoiets is als een continuïteit van de westerse cultuur vanuit het oude Griekenland tot op heden. Ik zou het over een heel andere boeg gooien. We moeten kijken naar die aspecten van een cultuur die, omdat ze waren verknoopt met economische middelen, generatie op generatie de levenswijze van de mensen konden beïnvloeden.

Hieronder is een overzicht, ontleend aan mijn boek Vergeten erfenis. Links staan achttien zaken – of eigenlijk zestien, want #1 en #4 zijn verwant en #9 is ingehaald – die ik belangrijk acht. De volgende kolom geeft aan hoe die zaken zijn verankerd: anders gezegd, waar de knoop zit met de economische middelen. Een voorbeeld is #5: de wetenschappelijke methode werd bedacht door Babylonische astronomen, die hun werk eeuwenlang konden blijven doen doordat ze op de loonlijst stonden van de tempel. Dan nog twee kolommen die de ouderdom en ontstaansplek definiëren.

(klik = groot)
(klik = groot)

Onze westerse samenleving wortelt, zo bezien, in het oude Nabije Oosten, in Griekenland, in Rome, bij de Franken en in de islamitische wereld. Bovendien heeft Europa ook zelf dingen ontwikkeld. Scheiding van kerk en staat, machtenscheiding, de moderne natuurwetenschappelijke methode, vrijheid van meningsuiting en filhellenisme zijn echt uniek. Buiten Europa treffen we geen Marsilius van Padua of Galilei aan.

Laatste kanttekening: #10 en #18 zijn interessant. In beide gevallen wordt naar de Grieks-Romeinse wereld gekeken als bron van inspiratie. Niks mis mee, maar het is de uiterlijke vorm die de westerse samenleving heeft gekozen. Een façade. Na kerstmis zal ik daarop terugkomen, maar voor het moment wil ik erop wijzen dat “inspiratie ontlenen” een bewuste keuze is die je kunt maken en dat die niet per se hoeft te corresponderen met hoe een samenleving feitelijk is gegroeid.

***

[Morgen begint het kerstweekend. Ik behandel morgen om half drie één NWA-vraag maar heb vooral een reeks stukjes gepland waarmee u ziet dat in de oudheidkunde alle subdisciplines onderling samenhangen: archeologie en filologie, het klassieke westen en het oude Nabije Oosten. Ik wens u alvast een mooi kerstweekend.]

7 gedachtes over “NWA | Westerse cultuur

  1. mnb0

    “Hoe lang kun je dan nog spreken van dezelfde cultuur?”
    Verkeerde vraag – net zoals de vraag wanneer een kleur nog rood is en wanneer al oranje een verkeerde vraag is. De vraag is een mooi voorbeeld voor een typisch menselijke neiging: hokjesdenken.
    Als we dat beseffen wordt ook duidelijk dat continuiteit vs. discontinuiteit elkaar niet uitsluiten. Dit vinden we terug in de Evolutie Theorie (die zich ook al met het verleden bezighoudt). Van vissen tot en met de Homo Sapiens hebben ze allemaal, met een heel enkele uitzondering, twee ogen. Niet meer en niet minder. Dat is continuiteit. Toch is dat geen reden om te beweren dat een goudvis tot dezelfde soort behoort als de olifant.
    Iets vergelijkbaars is er aan de hand met de Antiek-Griekse en de 21e eeuwse Nederlandse cultuur. Er zijn wel wat gemeenschappelijke zaken aan te wijzen, maar de grote verschillen zijn net zo belangrijk.
    Als we willen weten waar de Westerse cultuur vandaan komt (ik denk daarbij aan wat we tegenwoordig het Westen en diens cultuur noemen) moeten we dus voor ogen houden dat deze geleidelijk is ontwikkeld en nog steeds aan het ontwikkelen is. En af en toe een radicale verandering komt ook al voor.
    Er is dus domweg geen eenduidig antwoord mogelijk. De vraag is te breed geformuleerd.

    “het oude Nabije Oosten, in Griekenland, in Rome, bij de Franken en in de islamitische wereld.”
    Die laatste wortelt ook weer in Griekenland en in Rome en het is nogal chauvinistisch om alleen de Franken te noemen. Of horen Australie, Canada, de VS, de Britse eilanden, Scandinavie en Oost-Europa er niet bij volgens jou?
    Zelfs als je alleen aan Nederland denkt klopt het niet – Friezen en Saksen, weet je wel.

  2. mnb0

    “Buiten Europa treffen we geen Marsilius van Padua of Galilei aan.”
    Van Marsilius van Padua weet ik het niet, maar het voorbeeld Galilei is ook al sterk chauvinistisch. In China en India doen ze ongeveer even lang aan wetenschap als in Europa. Laat ik ook met een paar namen strooien:

    https://en.wikipedia.org/wiki/P%C4%81%E1%B9%87ini
    https://en.wikipedia.org/wiki/Madhava_of_Sangamagrama

    https://en.wikipedia.org/wiki/Dream_Pool_Essays

    Je zult het ook wel met me eens zijn dat de volgende vier zaken van immense belang zijn voor de ontwikkeling van welke cultuur dan ook:

    https://en.wikipedia.org/wiki/Four_Great_Inventions

  3. Roger Van Bever

    Zeer interessante blog. Heel verhelderend, ook de bijgevoegde lijst. Is die door u samengesteld? Indien niet, uit welk boek komt hij?
    De definitie van cultuur van Taylor is interessant, maar is hij niets iets meer gericht op cultuur met een grote C.

    U weet natuurlijk net zo goed als ik dat er meerdere definities van cultuur mogelijk zijn: in brede zin of in enge zin. Zonder afbreuk te willen doe aan de definitie van Taylor, verwijs ik naar de brede en de enge definitie van cultuur in Wikipedia. Of het voor de ontstaanskwestie van onze cultuur veel zal uitmaken, weet ik niet. Een paar voorbeelden : landbouw en landschapsinrichting, houding tegenover dieren, enz.

    Een ding is duidelijk uit uw verhaal en dat correspondeert met mijn eigen mening: het is complete onzin om onze westerse beschaving voortdurend een joods-christelijke beschaving te noemen. Dit wordt vooral gedaan door bepaalde politici om .er zelf garen bij te spinnen.

  4. Dirk

    Een christelijk apologeet zou zijn wenkbrauwen kunnen fronsen omdat je maar één zaak expliciet aan het christendom toeschrijft en die is dan nog negatief. Ik denk dat er al voor de wetenschappelijke revolutie kritisch naar de bijbel gekeken werd: je doet middeleeuwse, christelijke denkers hier m.i. oneer aan.
    Laat ik op Kerstmis alvast een suggestie doen: je zou “zorg voor zwakken” of “solidariteit” kunnen toevoegen en daarbij verwijzen naar de Kerk. Om over “onderwijs” nog maar te zwijgen. Vooruitgangsgeloof (laat ik het als christen maar “hoop” noemen), of zelfs nog maar het basisidee van de wetenschap dat de wereld kenbaar is, schrijft Gerard Bodifee in “God en het gesteente” ook joods-christelijke wortels toe. Als is natuurlijk geen van boven aangehaalde zaken op één plek in één cultuur of periode ontstaan.

  5. Dieter Verhofstadt

    Je gedachte over “Vlamingen die nauwelijks verschillen van Nederlanders en zichzelf geen Nederlander zouden noemen” doet me bedenken dat eenheid van cultuur verschilt naar gelang van wie ze waarneemt. Een gelijkaardige gedachte bekroop me toen ik las dat de serie “Dicte” in Denemarken kritiek kreeg omdat ze zich zogezegd in Aarhus afspeelt terwijl de acteurs bijna allemaal een Kopenhagens accent hebben. Als niet-Deen heb ik daar weinig last van.

    Anno 2016 komt de idee dat een cultuur geografisch homogeen zou moeten zijn, overigens steeds meer op de helling te staan. Op een schlagerfestival voel ik me minder thuis dan wanneer ik naar een plaat luister van Nusrat Aleh Fati Khan. Anderzijds kan ik me op de folklore van mijn geboortestreek verbonden voelen met proleet en notabele.

    Nog een losse gedachte: mij boeit het enorm te weten of er inderdaad een soort van zelfopoffering ingebakken zit in onze cultuur en waar die vandaan komt. Ik merk dat allochtonen minder hoffelijk zijn in het verkeer en bijvoorbeeld minder vaak groeten als ik hen voorrang geef. Maar als je er de Europese veroveringsgeschiedenis op naslaat, kan je niet volhouden dat de “judeo-christelijke” traditie ons heeft genoopt tot overmatige zelfopoffering.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s