De stichting van Rome

Nijlpaard op een munt van Philippus Arabs (Allard Pierson-museum, Amsterdam)

Het was in de IJzertijd niet ongebruikelijk dat mensen woonden op heuveltoppen en de vallei van de Tiber was geen uitzondering. Ook voor Rome is het gedocumenteerd: we weten dat er boeren woonden op de toppen van de Palatijn, Velia, Capitool en Quirinaal. Dat de Romeinen later dachten dat hun stad was gesticht door herders, is nog maar een eerste vergissing. Dat de stad was gesticht op 21 april is een volgend misverstand, ingegeven door het feit dat de Romeinen zich niets primitievers konden voorstellen dan herders en de herders in Latium op die dag een oud lentefeest vierden.

Wat in feite gebeurde is dat in de late negende eeuw v.Chr. de heuveltopdorpjes begonnen samen te werken. Een echo klinkt door in een opmerking van de Romeinse taalkundige Festus, die het woord Septimontium, “zevenheuvelenfeest”, moet verklaren en zegt dat

op zeven plaatsen offers werden gebracht: op de Palatijn, op de Velia, op de Fagutal, in de Subura, op de Germalus, op de Caelius, op de Oppius en op de Cispius.

Lees verder “De stichting van Rome”

En dan nu het nijlpaard!

Nijlpaard (Louvre, Parijs)
Nijlpaard (Tweede Tussentijd; Louvre, Parijs)

De oude Egyptenaren hadden nogal gemengde gevoelens bij de nijlpaarden in de rivier de Nijl. Op plaatsen waar de god Seth werd beschouwd als een vernietigende kracht, gold het nijlpaard als een verachtelijk dier. In de tempel die in Edfu is gewijd aan Seths vijand Horus, zijn afbeeldingen van de nijlpaardenjacht. In andere heiligdommen werd het dier echter geassocieerd met de beschermgodinnen van de vruchtbaarheid en daarom in ere gehouden.

Toen de Griekse onderzoeker Herodotos van Halikarnassos Egypte bezocht, herkende hij de ambiguïteit. We zien het in zijn beschrijving – een beschrijving die na die de derde zin echter volledig ontspoort.

En dan nu het nijlpaard! In het gewest Papremites is het een heilig dier, elders in Egypte niet. Het uiterlijk is een beschrijving waard, dus opgelet. Het beest is een viervoeter, de hoeven zijn gespleten als bij een os, de neus is stomp en de slagtanden zijn duidelijk zichtbaar. Het heeft de staart en de manen van een paard en hinnikt ook zo. Qua om vang kun je het vergelijken met een uitzonderlijk groot rund. Zijn huid is ongelooflijk dik en taai. Ze laten die drogen en maken er dan spiesschachten van. (Historiën 2.71; vertaling Hein van Dolen)

Lees verder “En dan nu het nijlpaard!”