Hekataios van Milete

Wereldkaart van Hekataios

Op deze blog is vaak genoeg gesproken over Herodotos van Halikarnassos, de vijfde-eeuwse Griekse onderzoeker die geldt als pater historiae, wat we het beste kunnen vertalen als “vader van de onderzoeksjournalistiek”. Hij was bepaald niet de eerste geschiedschrijver: de auteur van het Deuteronomistisch Geschiedwerk heeft dezelfde visie op historische causaliteit en was Herodotos anderhalve eeuw voor. Ook in het Griekse taalgebied was Herodotos niet de eerste: tot zijn voorgangers behoorde Hekataios van Milete, die net als Herodotos onderzoek deed naar het verleden en naar topografie, en die tevens een wereldkaart ontwierp. U moet hem plaatsen in de tweede helft van de zesde eeuw v.Chr., met een sterfjaar na 499.

Een nieuwe tijd

De zesde eeuw v.Chr. was voor de oude Griekse elite een soort fin de siècle. De diverse steden waren altijd door aristocraten bestuurd geweest, maar inmiddels hadden kooplieden de grenzen van de bekende wereld verlegd, veel geld verdiend en invloed gekregen op het bestuur. In tegenstelling tot de aristocraten, die de Homerische helden als hun voorouders hadden opgeëist, hadden de nouveaux riches niet zo’n claim op legitimiteit.

Lees verder “Hekataios van Milete”

De Nijl (2)

Langs de Nijl

Ik blogde gisteren al over de Nijl, de grootste rivier uit de oude wereld, en beschreef toen de loop vanaf de bronnen tot aan de zee. Vandaag wat andere aspecten.

Overstroming

Zowel de Blauwe Nijl als de Atbarah, die ik gisteren noemde, ontspringen in het hoogland van Ethiopië, waar in de vroege zomer zware moessonregens vallen. Dit water stroomt noordwaarts en veroorzaakt de beroemde, vijf maanden durende overstroming van de Nijl. De oude Egyptenaren vergeleken deze vloed met de chaos van de oertijd.

Omdat ze de bronnen van de Nijl niet kenden, vroegen Griekse bezoekers zich af wat de oorzaak van dit fenomeen kon zijn. Herodotos noemt verschillende theorieën. Dat de noordenwind het water terugblaast, zoals Thales van Milete had beweerd, was onzin:

Lees verder “De Nijl (2)”

De bronnen van Herodotos

De stadsmuur van Babylon, die Herodotos nooit heeft gezien.

[Vijfde van zeven stukken over de Griekse onderzoeker Herodotos van Halikarnassos. Het eerste deel was hier.]

Herodotos beweert dat hij de hele bekende wereld heeft bezocht. Onder zijn informanten heeft hij priesters uit Griekenland, Egypte en Babylon; Libiërs, Karthagers, Cyprioten, Egyptenaren, Grieken, Italianen, Perzen, Feniciërs en Skythen. Iedereen lijkt te hebben willen meewerken.

Fake nieuws?

Interviews lijken Herodotos’ belangrijkste bron te zijn geweest. Als een goed journalist presenteert hij zijn publiek verschillende versies van dezelfde gebeurtenis. Zo biedt hij in 8.37 niet alleen een Grieks verslag van de Perzische aanval op de Griekse tempel in Delfi, met daarin opgenomen de opportune verschijning van twee bovennatuurlijke helpers die de Perzische aanval pareerden, maar hij is er zelfs in geslaagd een Perzische informant van deze goddelijke interventie te vinden.

Lees verder “De bronnen van Herodotos”

En dan nu het nijlpaard!

Nijlpaard in de dierentuin van Antwerpen

De oude Egyptenaren hadden nogal gemengde gevoelens bij de nijlpaarden in de rivier de Nijl. Op plaatsen waar de god Seth werd beschouwd als een vernietigende kracht, gold het nijlpaard als een verachtelijk dier. In de tempel die in Edfu is gewijd aan Seths vijand Horus, zijn afbeeldingen van de nijlpaardenjacht. In andere heiligdommen werd het dier echter geassocieerd met de beschermgodinnen van de vruchtbaarheid en daarom in ere gehouden.

Herodotos’ hippo

Toen de Griekse onderzoeker Herodotos van Halikarnassos Egypte bezocht, herkende hij de ambiguïteit. We zien het in zijn beschrijving – een beschrijving die na die de derde zin echter volledig ontspoort.

En dan nu het nijlpaard! In het gewest Papremites is het een heilig dier, elders in Egypte niet. Het uiterlijk is een beschrijving waard, dus opgelet. Het beest is een viervoeter, de hoeven zijn gespleten als bij een os, de neus is stomp en de slagtanden zijn duidelijk zichtbaar. Het heeft de staart en de manen van een paard en hinnikt ook zo. Qua om vang kun je het vergelijken met een uitzonderlijk groot rund. Zijn huid is ongelooflijk dik en taai. Ze laten die drogen en maken er dan spiesschachten van. (Historiën 2.71; vertaling Hein van Dolen)

Lees verder “En dan nu het nijlpaard!”