Gehoornde god

Beeldje van een gehoornde godheid uit Enkomi (Cyprusmuseum, Nicosia)

Nog even een voorwerp uit het Cyprusmuseum in Nicosia: het mooiste museum waar ik in tijden ben geweest, vooral om een oogstrelende collectie puntgaaf bewaard aardewerk. Daarover zal ik het nog hebben. Vandaag schrijf ik over een bronzen beeldje, iets meer dan een halve meter hoog, dat is gevonden in Enkomi.

Dat vond ik op Cyprus de interessantste opgraving. Het gaat om een stad die in de Bronstijd – dus zeg maar het tweede millennium v.Chr. – bloeide dankzij de handel in koper, dat hier werd verscheept naar Byblos en Ugarit aan de kust van de Levant. Ook de Hittieten en Egyptenaren moeten tot de handelspartners hebben behoord. In de veertiende en dertiende eeuw legden ook Mykeense Grieken in Enkomi aan. Misschien heette de stad Alashya, de naam van een koninkrijk op Cyprus dat in Egyptische, Hittitische, Akkadische, Ugaritische en Mykeense teksten wordt genoemd. Het verhaal van Wen-Amun eindigt er.

De Griekse aanwezigheid in Enkomi, eerst als kooplieden en na ca. 1175 v.Chr. ook als kolonisten, heeft altijd de aandacht getrokken omdat de havenstad een van de “doorgeefluiken” kan zijn geweest waarmee oosterse ideeën naar het westen kunnen zijn gekomen. Dat is een thema dat de gemoederen altijd bezighoudt. Er is immers een complete cultuurindustrie ontstaan rond het veronderstelde wonder van de Griekse originaliteit: ik heb weleens gewezen op het hopeloze boek van Simon Goldhill, die ergens schrijft dat ons idee van hoe een goed lichaam eruit behoort te zien, afkomstig is uit Griekenland, en dit uitsluitend kan beweren door te negeren dat de Egyptenaren daarover ook iets te melden hebben gehad. Wie zijn oogkleppen echter  afzet, herkent bijvoorbeeld dat de structuur van de Griekse en Romeinse oertijdverhalen is ontleend aan het Babylonische nationale epos Enuma Elish. Een ander voorbeeld: sommige passages uit de Ilias vertonen meer dan oppervlakkige gelijkenis met oosterse teksten. De vraag hoeveel in de Griekse cultuur origineel is en hoeveel is gebaseerd op ontlening is pertinent. Net als de vraag of deze tegenstelling wel zo’n zinvolle invalshoek is.

Enige nuance is dus op zijn plaats, maar het probleem is dat de periode vóór Homeros slecht is gedocumenteerd. De twaalfde tot en met negende eeuw zijn wel aangeduid als de “dark ages” en uit de daaraan voorafgaande Bronstijd zijn uit Griekenland geen literaire teksten bekend. Dit moet echter de periode zijn geweest waarin – om bij ons voorbeeld te blijven – de Grieken de oosterse oertijdverhalen hebben overgenomen. We zouden daar meer over willen weten, maar het is een tijd waarover we onvoldoende gegevens hebben. Zoals in de oudheidkunde uiteraard te doen gebruikelijk.

Juist daarom is Enkomi interessant: het was een van de plekken waar bezoekers uit Byblos of Ugarit verhalen uit het Midden-Oosten moeten hebben verteld aan bezoekers uit de Mykeense paleisburchten. Al die aandacht voor de Griekse aanwezigheid heeft er echter wel toe geleid dat de opgraving van Enkomi in 1974 ten einde kwam: de Turken bezetten dit deel van het eiland en wilden niet te veel weten van het niet-Turkse verleden.

Het bronzen beeldje was kort daarvoor gevonden in “huis 18”, een monumentaal gebouw aan wat de hoofdstraat lijkt te zijn geweest. Het dateert uit de tijd tussen 1175 en 1050 v.Chr. Einde Bronstijd, begin IJzertijd. Als je niet zou weten dat het van Cyprus kwam, zou je denken dat het afkomstig was van Kreta, want het ranke zandloperfiguur oogt een beetje minoïsch. De hoorns zijn dat dan weer niet. Voor gehoornde goden moet je in het Nabije Oosten zijn.

Althans, meestal. De Grieken kenden een godheid die bekendstond als Apollo Keraïtas, de gehoornde Apollo. Het is geen superbekend bovennatuurlijk wezen, het is meer een godje van de C-categorie, vermeld in twee of drie bronnen (die ik hier, zittend in de trein, niet zal opzoeken). Nu is Apollo een beetje een wonderlijk figuur, want hij is niet bekend uit de Lineair-B-teksten en lijkt pas in de Vroege IJzertijd te zijn geïntroduceerd in Griekenland. Het is misschien significant dat Apollo in de Ilias wordt opgevoerd als god van de Trojanen, niet van de Grieken, en dat uit de Hittitische teksten blijkt dat de godheid van Wiluša (=Troje) Apalliunas heet. Ik heb daarover al eens geblogd en zal het nu even laten zoals het is. Ik sluit overigens niet uit dat er nog eens een Apollo opduikt in een Mykeens kleitablettenarchiefje, want wie beweert dat iets nooit is geattesteerd schrééuwt gewoon om bewijs voor het tegendeel.

Terug naar ons beeldje. Het zou zomaar kunnen dat Enkomi, waar Mykeense kooplieden aanlegden en waar later Griekse kolonisten zich vestigden, aspecten van de vroegste Griekse cultuur documenteert die later in het moederland alleen nog incidenteel werden herinnerd. Ongeveer zoals het Zuidafrikaans trekken van het oude Nederlands heeft bewaard die in Nederland en Vlaanderen zijn vergeten.

Overigens is het raadzaam het Griekse karakter van Enkomi niet teveel te benadrukken. De beeldjes van zittende goden, die eveneens zijn gevonden in Huis 18, passen veel beter in een oosterse context. Ze kunnen El weergeven. Ook beeldjes van de “smiting god”, een bliksemwerpende Syrische godheid die vaak wordt gelijkgesteld aan Baal, is bekend uit Enkomi. Tot slot wijs ik op de beeldjes van stieren, de we ook goed kennen uit het Nabije Oosten. Enkomi was vertrouwd met Griekse bezoekers en immigranten, maar was toch vooral een stad in het oostelijk deel van het Middellandse Zee-gebied.

[En o ja, ik rond nog even af met het cliché dat de “dark ages” niet zo “dark” zijn. Dan hebben we dat ook meteen gehad. Ik word  doodmoe van degenen die dat steeds weer presenteren als ei van Columbus. Dit was de 206e aflevering in mijn reeks museumstukken; een overzicht is hier.]

8 gedachtes over “Gehoornde god

  1. mnb0

    “De vraag hoeveel in de Griekse cultuur origineel is en hoeveel is gebaseerd op ontlening is pertinent. Net als de vraag of deze tegenstelling wel zo’n zinvolle invalshoek is.”
    Dat vind ik wel omdat ook dat ons een iets betere grip geeft op de manier waarop men destijds dacht. Het ironische is natuurlijk dat men destijds originaliteit helemaal niet zo hoog aansloeg. Die waardering is van tamelijk recente uitkomst. Waarom zouden we die ouwe Grieken en Romeinen minder moeten bewonderen omdat ze niet alles zelf bedacht hebben? Zoveel origineels heb ik zelf in mijn leven evenmin bedacht; misschien wel niets omdat alles op iets anders is terug te leiden.

    “ik rond nog even af met het cliché dat de “dark ages” niet zo “dark” zijn”
    Over de mi enig zinnige definitie van “donkere eeuwen” heb ik al eens een commentaar geleverd en dat zal ik niet herhalen. Wel heb ik een vraag naar aanleiding van die definitie. Zijn er pre-Homerische geschreven bronnen uit en/of over Griekenland? Zo ja, misschien iets voor een leuk stukje?

    1. Erik Bouwknegt

      Toevallig is het nou net op Cyprus waar je zou kunnen hopen ooit pre-homerische bronnen te vinden. Voorzover ik weet zijn er geen inscripties of andere teksten van voor de 8e eeuw bekend, maar het schrift waarin ze dan verschijnen is gebaseerd op het schrift dat op Cyprus werd gebruikt voor de Dark Ages. Dat kan alleen wanneer het schrijven op Cyprus nooit helemaal is verdwenen.

      1. Klopt helemaal en “terugwerken” van de bekende Cypriotische schriftsoorten uit de klassieke en archaïsche tijd naar de Bronstijdschriften is een van de weinige strategieën die we hebben om die ooit te kunnen ontcijferen. Overigens zijn de corpora klein, dus zelfs als we het ontcijferen, kunnen we niet weten of we het echt hebben ontcijferd of dat onze reconstructie berust op louter toeval.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s