Voor-westerse geschiedenis (12) “cattle culture”

Kastor en Polydeukes komen terug van een veediefstal (Schathuis van Sikyon, Delfi)

Deze reeks over de voor-westerse wereld heet zo omdat ze gaat over de tijd vóór het concept van “het westen” ontstond en omdat ze gaat over de diepere historische structuren en processen – zeg maar aan de omstandigheden die voorafgaan aan de keuzes waarmee individuen geschiedenis maken. Iets minder abstract: deze reeks gaat over een agrarische samenleving. En zoals u weet valt de landbouw uiteen in akkerbouw en veeteelt.

Toen ik onlangs een nog te plaatsen blogje over het jaarritme voorbereidde, realiseerde ik me dat ik het daarin vooral had over de akkerbouw. Herders kwamen alleen in het voor- en najaar aan de orde, als zij de kuddes verplaatsten van een akkerbouwersdorp naar een ongebruikt stuk land en weer terug. Over deze veetelers aan de rand van de samenleving valt wel iets te weten: hoewel het archeologisch bewijs indirect is (textiel, zuivel…), duiken herders regelmatig op in de geschreven bronnen. Naast deze vorm van gemengd bedrijf bestonden er echter ook pure veetelerssamenlevingen, de zogeheten “cattle cultures”, die we eigenlijk alleen kennen door etnografische parallellen.

Lees verder “Voor-westerse geschiedenis (12) “cattle culture””

De Wagenmenner van Delfi

De Wagenmenner van Delfi (Archeologisch Museum, Delfi)

Een bezoek aan het oud-Griekse heiligdom Delfi vergt voorbereiding. Je moet er vroeg in de ochtend zijn, vóór de toeristenbussen aankomen uit Athene, dus een hotel ter plekke is aanbevolen; en de opgraving maakt het meeste indruk als de toeristen, rond lunchtijd, weer zijn vertrokken. Dan is het heet, de cicaden zijn stil, en je staat alleen onder de brandende stralen die de zonnegod op je laat neerdalen. Ik weet het: de gelijkstelling van de orakelgod Apollo aan de zonnegod Helios is niet klassiek Grieks, maar wie rond een uur of drie op een middag in augustus door Delfi dwaalt, ervaart de identificatie als volkomen logisch.

De Wagenmenner van Delfi

Het museum ligt even verderop. Het beste moment om er naartoe te gaan, is als de toeristen net zijn aangekomen en op de eigenlijke opgravingen rondlopen. Het museum is nooit echt rustig, maar je kunt er volop genieten: de reliëfs van het schathuis van de Sifniërs, de beelden van – naar men zegt – Kleobis en Biton – en de Romeinse sculptuur. En uiteraard het pronkstuk: de Wagenmenner. Ik denk dat het beeld bij mij in mijn top-tien staat van voorwerpen die ik ronduit mooi vind.

Lees verder “De Wagenmenner van Delfi”

De Dei Consentes

De porticus van de Dei Consentes (rechts), met links de Saturnustempel en vooraan de tempel van Vespasianus

Een van de opvallendste en tegelijk minst bekende monumenten van het oude Rome is te zien op de oostelijke helling van het Capitool, vanaf het Forum Romanum bezien recht achter de Tempel voor Saturnus en voor de massieve bogen van het gebouw dat bekendstaat als Tabularium. Of die laatste naam verdiend is, is een andere kwestie. Maar het gaat me vandaag om bovenstaand portiek. Het was gewijd aan de Dei Consentes, wat een andere naam was voor de twaalf Olympische goden. Die klinken ons vertrouwd in de oren en ook er zijn meer cultusplaatsen voor dit dozijn bekend, zoals het Dodekatheon van Barcelona. Desondanks is de verering van deze twaalf redelijk zeldzaam in de antieke cultuur.

De Romeinen hebben de cultus voor dit twaalftal ingevoerd in 217 v.Chr., aan het begin van de Tweede Punische Oorlog. Hannibal was de Alpen overgestoken, bedreigde Italië en de schrik zat er goed in. De geschiedschrijver Titus Livius vertelt dat aan de eerste plechtigheid alleen mensen mochten deelnemen die enig bezit hadden en dus zorg droegen voor het algemeen welzijn. De logica van het “dus” was dat alleen mensen met eigen land krijgsdienst deden en belasting betaalden. Van de armen, die ten tijde van oorlog niets – althans geen land – hadden te verliezen, werd niet verwacht dat ze oprecht bezorgd zouden zijn om de openbare orde en vrede:

Lees verder “De Dei Consentes”

Achaimenidisch Perzië (3)

Het graf van Darius de Grote in Naqš-e Rustam diende als voorbeeld voor de graven van alle andere koningen van Achaimenidisch Perzië.

[Derde van zes blogs over Achaimenidisch Perzië, dat tussen het midden van de zesde eeuw v.Chr. en 330 heel het Nabije Oosten verenigde. Het eerste deel is hier.]

Ondanks de voorkeur die Achaimenidisch Perzië had voor zo geweldloos mogelijke oorlogen, is de geschiedenis van het wereldrijk gewelddadig genoeg. Onze voornaamste bron voor het ontstaan van het imperium is Herodotos, en hoewel deze niet altijd een even duidelijk onderscheid maakt tussen historische waarheid en stichtingssage, weten we uit oud-oosterse teksten voldoende om te kunnen zeggen dat de hoofdlijn van zijn relaas klopt.

Rassembleurs des terres

De stichter van het Perzische Rijk was koning Cyrus, die tussen 559 en 530 het Iraanse cultuurgebied verenigde, Lydië in West-Turkije veroverde en zich meester maakte van het Babylonische Rijk, dat ruwweg bestond uit het huidige Irak, Syrië, Libanon en Israël/Palestina. Cyrus werd opgevolgd door zijn zoon Kambyses, die in 525 Egypte veroverde en drie jaar later stierf.

De nieuwe koning was (na een complexe burgeroorlog) Darius I de Grote, eveneens een lid van het huis van Cyrus, de dynastie der Achaimeniden. Hij breidde het rijk uit door campagnes tot in Libië, Oekraïne en Pakistan. Toen hij in 486 stierf, had het imperium zijn grootste omvang bereikt. Dat is gesymboliseerd op het grafreliëf van deze vorst in Naqš-e Rustam bij Persepolis: Darius zit op een troon die wordt gedragen door achtentwintig representanten van onderworpen volken. In het grafschrift staat te lezen:

Lees verder “Achaimenidisch Perzië (3)”

Aeneas, Augustinus en Augustus

De vlucht van Aeneas (Nationaal Museum, Boedapest)

In zijn blog van 28 augustus over Augustinus schiet deze christelijke auteur volgens Jona Lendering “een stroman omver” omdat Augustinus in De Civitate Dei 3.2 (“Over de Stad van God”) gebruik zou maken van een retorische truc: “zoek een extreem standpunt, maak het belachelijk, en verdoezel dat het niet representatief is”. In 3.2 zou Augustinus de heidense goden via deze truc belachelijk willen maken.

Zo laat Homerus volgens Augustinus de god Neptunus “voor het nageslacht van Aeneas – en Rome is door diens nazaten gesticht – een grote toekomst profeteren.” Jona zegt hierover: “Dat Romulus en Remus afstamden van Aeneas, is natuurlijk nergens bij Homerus te lezen. Het was echter een bekende mythe, die Augustinus bekend kan veronderstellen.”

Lees verder “Aeneas, Augustinus en Augustus”

Griekse goden

Goden op het Schathuis van de Sifniërs (Delfi)

De Griekse religie behoort tot de beroemdste delen van de antieke cultuur. De namen van de goden en hun beleidsterreinen zijn algemeen bekend. Om die reden begrijp ik niet goed waarom het eerstejaars-handboek van De Blois en Van der Spek, Een kennismaking met de oude wereld, een overzichtstabel bevat. Wie heeft die nodig? Wie een letterenstudie gaat doen, weet wel dat Artemis gaat over de jacht en dat de zee ressorteert onder Poseidon. Een eerstejaars-handboek, dat dus wordt gebruikt in het onderwijs, dat het desondanks uitlegt, onderschat het niveau van de lezer. Dat is jammer. De didactische handeling komt er immers op neer dat je, als je iemand niet net bóven zijn niveau aanspreekt, dan toch aanspreekt óp zijn niveau.

Ter zake. De enorme bekendheid is wat problematisch. Althans, ik ervaar het als ingewikkeld. Naarmate ik langer met de Oudheid bezig ben, begrijp ik minder van de antieke religies. Vandaag dus een stukje over onduidelijkheden en onzekerheden, vooral ingegeven doordat ik almaar niet los kom van dat algemeen bekende standaardbeeld.

Lees verder “Griekse goden”

Apollo en Marsyas

Apollo met het hoofd van Marsyas (Torlonia-collectie)

Volgens de Griekse mythen was Marsyas een satyr: een meestal vrolijk natuurwezen met puntoren en een paardenstaart. Hij kon goed spelen op de diaulos (een dubbel fluit) en daagde op een dag de god Apollo uit: wie was de beste musicus? Een beetje een rare wedstrijd, want Apollo speelde lier, maar goed, het is een mythe. Apollo won en strafte vervolgens de arme Marsyas door hem aan een boom te binden en te villen. Er zijn diverse kopieën van de marteling van Marsyas: ik heb ze gezien in het Louvre, in de Glyptothek in München, in de Capitolijnse Musea en in de archeologische musea van Istanbul. Het was voor een kunstenaar een buitenkansje om zijn beheersing van de anatomie te tonen.

Het bovenstaande beeld behoort tot de Torlonia-collectie waartoe ook de Euthydemos en het meisje van Vulci behoren. Het toont Apollo met de huid van Marsyas in de hand. Het is een zogeheten pastiche: het is samengesteld uit onderdelen van klassieke standbeelden die eigenlijk niet bij elkaar horen, maar zijn samengevoegd tot een nieuw geheel.

Lees verder “Apollo en Marsyas”

Historische hernoemingen

Artemis en Apollo doden de kinderen van Niobe (Glyptothek, München)

Een paar weken geleden deed iemand me een oud kinderboek cadeau, gewijd aan Jan Pieterszoon Coen. Degene die het me gaf, vroeg zich af hoe lang de Coentunnel nog Coentunnel zou heten en we vroegen ons af of de Coentunnel wel was vernoemd naar de Slachter van Banda. En we hadden het erover dat we eigenlijk niet goed wisten wat we ervan moesten denken. Ja, dat de Amsterdamse Stalinlaan in 1956 is omgedoopt tot Vrijheidslaan, dat was wel logisch. Stalin was niet alleen een tiran maar er was ook voldaan aan de voorwaarde dat mensen dat wisten. Er moet enig historisch bewustzijn bestaan, er moet enige ijking van historische feiten aan eigentijdse normen zijn, voordat het gaat schuren en een straat wordt hernoemd. Het Vondelpark wordt pas hernoemd als meer mensen Hierusalem verwoest kennen.

Griekse mythen

Ik was het gesprek eigenlijk alweer vergeten toen ik gisteren, dinsdag dus, eraan dacht dat het Apolloproject is vernoemd naar een Grieks-Romeinse godheid die een stuk of wat verkrachtingen op zijn geweten heeft. Nooit eerder bij stilgestaan. Het huidige Artemisproject is vernoemd naar de zus van Apollo, die erop toezag dat de jager Aktaion door zijn eigen honden werd verscheurd. Broer en zus moordden ook de kinderen van Niobe uit, zes meisjes en zes jongens.

Lees verder “Historische hernoemingen”

Het Tempe-ravijn

Het ravijn Tempe

De Tempevallei is de diepe kloof tussen de bergen Olympos en Ossa, waar de snelle rivier Peneios zich een weg van Thessalië naar de Egeïsche Zee baant. Wat zo vaak een vallei wordt genoemd, is in feite maar 25 tot 50 meter breed, bijna 500 meter diep en tien kilometer lang. Het is een ravijn.

Er zijn prachtige kliffen en de vegetatie is lieflijk, zodat het niet verwonderlijk is dat het landschap altijd door dichters is geprezen: zo was er van Dion Chrysostomos een Ekfrasis (beschrijving). De tekst is helaas verloren gegaan.

De Grieken vertelden dat de god Apollo hier eens had geprobeerd de nimf Dafne aan te randen, maar dat ze was veranderd in een laurierboom. Apollo zou een loot vanuit de canyon hebben overgeplant naar de Kastalische Bron bij Delfi.

Lees verder “Het Tempe-ravijn”

Misverstand: Constantijn

Constantijn de Grote (Valkhof Museum, Nijmegen)

Misverstand: Constantijn bekeerde zich na een visioen tot het christendom

De derde eeuw, waarin het Romeinse Rijk van alle zijden werd aangevallen, eindigde met een herstel van de orde. Wel was het zo dat er voortaan verschillende keizers tegelijk waren, elk verantwoordelijk voor een eigen sector in de grensverdediging. Officieel waren ze elkaars collega’s, maar dat wil niet zeggen dat de relaties altijd collegiaal waren.

In 312 versloeg Contantijn, de keizer van het westelijkste deel, zijn in Italië residerende rivaal Maxentius. Dit gebeurde bij de Milvische brug, even ten noorden van Rome. Kort daarvoor zou Constantijn in een visioen een kruis hebben gezien met daarbij geschreven de woorden dat de God van de christenen hem de zege beloofde. Na de overwinning maakte een dankbare Constantijn een einde aan de christenvervolgingen en bekeerde hij zich zelfs tot het christendom. Dat is ongeveer wat in de schoolboekjes staat, en zo staat het ongeveer in het Leven van Constantijn dat de christelijke auteur Eusebios een kwart eeuw na de veldslag schreef. Maar hoewel de keizer aan het einde van zijn leven inderdaad christen was, liggen de zaken verder aanzienlijk ingewikkelder.

Lees verder “Misverstand: Constantijn”