Voorouders

De Bataafse ruiter Imerix (Archeologisch Museum, Zadar)

Ik heb weleens geschreven over de boeken van Luit van der Tuuk, de conservator van het (momenteel wegens verhuizing helaas gesloten) Museum Dorestad in Wijk bij Duurstede. Prima boeken over de doorgaans onderbelichte maar o zo belangrijke Late Oudheid en Vroege Middeleeuwen. Op een van de laatste dagen van het afgelopen jaar kreeg ik n.a.v. een van mijn stukjes een vraag voorgelegd.

Van der Tuuk merkt namelijk ergens op dat we de mensen die in de Romeinse tijd in de Lage Landen woonden onze voorouders niet kunnen noemen. Mijn correspondent vroeg zich af hoe dat zo kon zijn. Als je familie al een paar eeuwen in het rivierengebied woonde, zo schreef hij, dan was het toch niet uitgesloten dat er een directe Bataafse voorouder in de stamboom was, iemand die hier al in de Romeinse tijd leefde? Was dat niet waarschijnlijk?

Terechte vragen. Ik ben het ook met de aannames eens. Evidente families van landverhuizers daargelaten – denk aan de hugenoten – is er een grote kans dat iemand die in Nederland is geboren, minimaal enkele voorouders heeft die tweeduizend jaar geleden hier hebben gewoond. Ik heb er daarom geen moeite mee de Bataven als voorouders aan te duiden.

Ik denk echter dat Van der Tuuk iets anders bedoelde, namelijk dat onze cultuur, onze samenleving, onze identiteit niet bepaald continu uit de antieke zijn voortgekomen. De Nederlandse nationale identiteit is bijvoorbeeld ergens tussen de Bourgondische tijd en de late achttiende eeuw gegroeid en er is geen lijntje dat daarvandaan ononderbroken naar de Oudheid toe gaat. De etiketten die in de Oudheid gangbaar waren, waren al in de Vroege Middeleeuwen verdwenen; in de Middeleeuwen ontstonden nieuwe etiketten, die ook weer zijn verdwenen; de Bourgondische landen maakten weer plaats voor de zuidelijke en noordelijke Nederlanden; daaruit zijn België en Nederland ontstaan; en die eenheden zullen ook wel weer een keer worden vervangen. In die zin zijn de Bataven, de Chamaven, de Cananefaten en de Romeinen niet de voorouders van de Nederlanders. Evenmin zijn de Eburonen, Nerviërs en Tungri de voorouders van de Belgen.

Je zou nog een andere draai kunnen maken en kunnen kijken naar de taal. Het Nederlands stamt af van het Frankisch, de taal die hier rond het jaar 500 n.Chr. werd gesproken. Die taal stamt weer af van de Germaanse talen die werden gesproken in noordelijk Nederland en het noordwesten van Duitsland. Verder kunnen we niet teruggaan, maar speculatie is niet verboden. Weten we iets over het Proto-Frankisch?

Misschien wel. De Franken zijn in de loop van de derde eeuw ontstaan als een federatie van eerdere stammen, zoveel is duidelijk, maar er lijkt toch iets meer aan de hand te zijn geweest. In diezelfde derde eeuw werden de wierden en de terpen verlaten en die mensen moeten toch ergens zijn gebleven. Dat geldt ook voor het Romeinse platteland: het raakte ontvolkt. Tegelijk begonnen de dorpen in de Achterhoek en in Overijssel – in het Frankische gebied dus – groter te worden. Het is verleidelijk aan te nemen dat de Franken niet slechts zijn ontstaan uit een samengaan van oudere, Germaans-sprekende stammen, maar ook uit afstammelingen van de oorspronkelijke, door de Romeinen onderworpen bewoners van de provincie Germania Inferior.

Die zullen makkelijker door de nieuwe federatie zijn geassimileerd als al voordien een Germaanse taal spraken. Dat wordt bevestigd door enkele uit Latijnse teksten bekende, reconstrueerbare Bataafse namen, waarover ik al eens blogde: Chariovalda (*Harjawaldaz, “legerleider”), Civilis (Kivilaz, “strijder”), Imerix (*Īmirīkz, “krijgsheer”), Servofredus (*Sarwafriþuz, “bewapende bescherming”) en natuurlijk Batavi (*bat-agwiō, “bewoners van het goede land”). Je zou dus kunnen zeggen dat er een talige continuïteit is van de vroegste bewoners van de Lage Landen, ondanks een dominante Latijns-sprekende elite, via de Franken naar ons.

Wat ik maar zeggen wil: of we de Bataven onze voorouders noemen, is een beetje een definitiekwestie, maar er zijn perspectieven van waaruit het te verdedigen valt. Evengoed begrijp ik Van der Tuuks aarzeling. Een linguïstische en genetische continuïteit wil nog niet zeggen dat er ook een algemenere, culturele continuïteit is en er zijn in de negentiende en twintigste eeuw teveel onhoudbare claims gedaan in deze sfeer: dat Duitsers Germanen zijn, dat Griekenland de bakermat is van de Europese beschaving. De gedachte dat zulke culturele continuïteiten bestaan is weliswaar niet op zich onjuist, maar zulke claims moeten zorgvuldig worden onderbouwd. Dat is eigenlijk nooit het geval.

27 gedachtes over “Voorouders

  1. Rudmer Koopal

    De ‘denkfout’ mbt het benoemen van onze voorouders zit ook vaak in het (on) bewust intekenen van de huidige landsgrenzen op kaartjes. Soms staan de huidige landsgrenzen niet ingetekend, maar zelfs dan kijk je onbewust toch met die bril op. Ik betrap mijzelf daar ook wel eens op.
    De tweede ‘denkfout’ zit in de hem om een volk/stam als een etniciteit te zien. De Franken bestaan niet alleen uit Germanen maar ook uit de afstammelingen van de Kelten en Romeinen. De naam is niets anders dan een overkoepelende benaming voor de hele bevolking van een vaak afgebakende regio.

  2. Robbert

    Ook weer zeer interessant, die vraag naar onze voorouders, met zoals vaak een hoog koffiedik gehalte. Wat vind je van de overwegingen van Jona belangrijk: feitelijke afstamming (“genen”), taal, cultuur?
    Ikzelf beschouw als mijn voorouders iedereen die in het gebied dat we nu Nederland noemen, met z’n toevallige grenzen, heeft gewoond en heeft bijgedragen aan de inrichting ervan.
    Dus degenen die de wilde gebieden ontgonnen, hunebedden bouwden, terpen opwierpen, landbouw en veeteelt bedreven, strijd leverden, later dijken maakten en regelingen voor waterbeheer en zo verder.
    Als mijn zeer directe voorouders zie ik degenen die van oudsher op de donk hebben gewoond waar mijn dorp Hillegersberg is ontstaan en nog ligt en waarbij pas veel later, begin 17e eeuw, de Hillegersbergse schoenmaker Mees (Bartholomeus) Janszoon op de stamboom verschijnt.

    1. Rudmer Koopal

      Stel dat je via dna en wat stamboomonderzoek er achter komt dat je voorvader (van vader op zoon bedoel ik) een Viking was die met Rollo is blijven hangen in Normandië, vervolgens na de Slag bij Hastings carrière maakt in Engeland en vervolgens tussen 1350-1650 in Nederland moet zijn beland. Je kunt dan toch heel moeilijk diegene op Nederlandse bodem alleen als je voorouders beschouwen. En dan heb ik het alleen nog maar over deze afstammingslijn.
      Met de Frankische taal als voorloper van het modern Nederlands kan ik ook niet zoveel. Het overgrote deel van mijn directe voorouders sprak Fries, wat een Noordzeegermaanse taal is. Het Frankisch is dat niet. Nederlands werd in de 19e eeuw door mijn voorouders pas gesproken en is tot mijn grootouders van vaderszijde altijd tweede taal gebleven. Ik kan dus niet zoveel met het Nederlands (als uitkomst van het Frankisch) als identiteit. En dan heb ik nog niet eens over een aantal Franstalige en Duitse voorouders uit de19e eeuw.
      De meeste cultuur in Nederland is van na de Middelleeuwen of zelfs later. Landbouw, veeteelt, godsdienst etc is net zo specifiek Nederlands als je het zelf wilt zien. Waterbeheer idem. Het kent in andere landen vaak equivalenten.
      Op basis van bovenstaande is het al moeilijk om je te vereenzelvigen met genen, taal en cultuur in een afgebakend gebied (ofwel Nederland), laat staan om een volgorde van belangrijkheid aan te brengen. Te veel analyses, historische verklaringen en identiteit aanmeten worden gedaan op basis van de natiestaat. Ik kan er in ieder geval weinig mee.

      1. Ben Spaans

        Laat we eens ophouden met al die overdreven claims voor het Fries. Het is toch eigenlijk een variant van het (Neder-)Saksisch…(Niets, ik heb helemaal niets tegen Friezen of Friesland of tegen het Fries.)

      2. Rob Duijf

        Als we over voorouders praten, dan hebben we het doorgaans over onze genetische danwel familiaire afstamming en verwantschap.
        Het idee van een ‘cultureel voorouderschap’ is zo gek nog niet. Daarbij kunnen culterele verworvenheden van de ene groep door een andere worden overgenomen.
        Dat we hier door de geschiedenis heen redelijk droge voeten hebben gehouden, danken we aan al die mensen die de afgelopen eeuwen –
        dwars door alle culturen heen – aan waterbeheer hebben gedaan en deze tot in onze dagen hebben verbeterd.
        Vandaar dat spreekwoordelijk wel wordt gezegd, dat waterbeheer ‘bij de Hollanders in de genen zit’…

        1. Rudmer Koopal

          Ik zie de Danevirke, Mont Saint Michel en de Magna Carta ook als mijn cultureel voorouderschap. Ze hebben weinig te maken met alles binnen het tuinhek genaamd Nederland.

            1. Rob Duijf

              Volgens mij mis jij hier de pointe Rudmer.
              De zaken die jij noemt behoren tot het cultureel (wereld)erfgoed, net zo goed als de hunebedden, de piramiden en Stonehenge (maak het verhaaltje zelf af en kleur de plaatjes…).
              Dat is m.i. iets anders dan culturele overdracht. Taal en schrift zijn bijvoorbeeld van cultuur op cultuur overgedragen en ontwikkeld. Dat geldt ook voor de georganiseerde infrastructuur, waarin de Romeinen heer en meester waren. Tot op heden boduren wij weer voort op die kennis en kunde.
              Culturele overdracht dus.

              1. Rudmer Koopal

                Ik mis niet de pointe. Die voorbeelden zijn toevallig werelderfgoed. Volgens mij mis jij de pointe. Cultureel voorouderschap laat jij samenvallen met landsgrenzen. Nederland is een land van immigranten ( en dan laat ik die van na WOII nog even uit beschouwing). Cultureel voorouderschap is grensoverschrijdend.

              2. Rob Duijf

                Een ander voorbeeld van ‘grensoverschrijdende’ culturele overdracht ligt in de landbouw- en veeteeltsector, visserij en scheepsbouw.

                De Deense koning Christian II ( r. 1513 – 1523) nodigde Nederlandse landbouwers en melkveehouders uit om zich te vestigen op het eiland Amager. Daar stichtten ze een kolonie in het dorp Store Magleby, ten zuiden van Kopenhagen. De Hollandse boeren golden in die tijd als vooruitstrevend.

                Hollandse vissers en scheepsbouwers verwierven het recht om zich rond 1600 in Dragør op de oostpunt van het eiland te vestigen en daar een haven te bouwen.

                In de loop der jaren ontwikkelde zich op Amager een eigen dialect, het ‘Amagerhollandsk’, een mengsel van Nederlands, Platduits en Deens. Zo konden de Hollanders hun vakmanschap overdragen op de Denen.

                Ook begin deze eeuw emigreren er weer Nederlandse boeren naar Amager. Ze zijn daar wederom succesvoller dan hun Deense collega’s omdat ze betere technieken gebruiken.

              3. Rudmer Koopal

                Je mist nog steeds de pointe. Het gaat niet om Nederlandse grensoverschrijdende culturele overdracht, maar om cultureel voorouderschap van buiten Nederland .

              4. Rob Duijf

                Goed, wat joj wilt. Ik heb het idee van culturele overdracht geopperd. Ik heb ook de Romeinse kennis en kunde van infrastructuur genoemd. Je zou daar nog de draaischijf en het bouwen in steen aan toe kunnen voegen, ware het niet dat die technieken na hun vertrek niet meer werden toegepast en in de vergetelijkheid raakten.

      3. Robbert

        Dat waterbeheer, veeteelt en landbouw etc.ook in andere landen voorkwamen, doet er niets aan af dat rond 1000 in flinke delen van “Nederland” waterwegen bestonden, landbouw op de kleigronden, veeteelt in de nattere gebieden plaatsvonden, dorp- en stadskernen bestonden; hetgeen je nu ook allemaal nog kunt zien op dezelfde plaatsen; en dat toen bestuurlijke organisaties ontstonden die doorlopen tot in onze tijd, mn. de waterschappen.
        Ik heb ook niet veel met de natiestaat, wel voel ik me verbonden met wat onze “voorouders” hier gewrocht en uitgevroten hebben.

  3. mnb0

    “de dorpen in de Achterhoek en in Overijssel ….. uit afstammelingen van de oorspronkelijke, door de Romeinen onderworpen bewoners van de provincie Germania Inferior.”
    Wat nu Achterhoek en Overijssel wordt genoemd is nooit door de Romeinen onderworpen geweest. Het eerste kan dus geen reden zijn de aanname in het tweede te accepteren.
    Bovendien, toen de Franken waren vertrokken, vestigden zich Saksen in het gebied. De taal die daar nu wordt gesproken wordt tot het Nedersaksisch gerekend.
    Wie een linguïstische continuïteit wil aanvoeren zal dus met de Volksverhuizingen rekening moeten houden. En dan nog. Ik ben genetisch een West-Fries (mijn familienaam kwam 400 jaar geleden al in de regio voor) maar sprak tot aan mijn zesde ongeveer als Bennie Jolink. Tegenwoordig beheers ik noch het West-Fries noch het Achterhoeks.
    Luchtfietserij dus, die mij veel te sterk naar Bloed en Bodem onzin a la Tolkien riekt.

          1. Rudmer Koopal

            “Friezen waren Saksen”. Ik houd liever nog een slag om de arm: Oost-Friezen, Noord-Friezen, Angelen en Jutten zijn ook potentiële kandidaten. Kwestie van dna en tijd.

  4. Maurits de Groot

    Ik zie voorouderschap puur genetisch.. Ik heb vroeger wat aan genealogie gedaan en veel verder dan een paar eeuwen kom je niet. Zelfs in die korte tijd zie je al vaak veel instroom van ‘vreemd’ bloed. In mijn geval Engels van moederskant, Duits van vaderskant. Wellicht wonen er in het huidige Nederland nog afstammelingen van Bataven, maar te bewijzen is dat vermoedelijk niet. Al kan ik mij een verhaal herinneren uit Ierland waar enkele boeren genetisch konden worden gelinkt aan plaatselijke botvondsten van 4000 jaar oud.

    1. Rudmer Koopal

      Genealogie is geen genetica. Met Genealogie kom je vaak ergens tot 1600, tenzij je van adel bent. Met genetica zou je kunnen aantonen of je inderdaad afstammeling bent van de Bataven, maar zover zijn we (nog) niet. Kwestie van geld en gericht onderzoek.

  5. Jona
    Je eerdere vraag was “wat is een Romein?”
    Een meer courante vraag lijkt me is: “wat is een Nederlander”
    -In een veranderd Europa
    -En de opmars van nationalistische partijen (in de 2e kamer)

Reacties zijn gesloten.