Friezen en Franken (1)

tuuk_friezen

Het zal de trouwe lezers van deze kleine blog niet zijn ontgaan dat mijn belangstelling voor het “Germaanse” deel van onze oude geschiedenis groeit. De reden is dat die nogal stiefmoederlijk wordt bedeeld nu er zo verschrikkelijk veel aandacht is voor de limes, de grens van het Romeinse Rijk langs de Rijn. Tegelijk is ons Germaanse verleden belangrijk: de Germanen gelden immers traditioneel – en niet zonder goede redenen – als onze voorouders. Dat maakt ze automatisch interessant.

Op zich is het echter wel logisch dat ze wat weinig aandacht krijgen: ze schreven nauwelijks. Er zijn geen bronnen waarin ze zelf melden wat ze dachten van de komst van de Romeinse legioenen. We weten niet hoe ze zich voelden bij handel en ruil, we kennen hun religie vooral uit latere, vijandige bronnen en we kennen hun literatuur alleen uit middeleeuwse teksten. Als het Romeinse staatsapparaat instort en de Franken de macht overnemen, zijn het christelijke auteurs die schrijven over de nieuwe, Germaanse heersers. Zelden of nooit horen we hen in hun eigen woorden.

Gelukkig is er de archeologie. Uit Friesland zijn talloze terpen bekend. Groningers spreken liever van “wierden” en Hollanders van “werven”, maar ze bedoelen hetzelfde. In Noord-Holland was ooit een belangrijk heiligdom bij Velserbroek. Uit Drenthe kennen we dorpen als Wijster en veenlijken zoals het Meisje van Yde. De Gelderse archeologie ken ik enigszins uit de krantenknipsels die mijn moeder me trouw toestuurt en verder van Erve Eme. Overijssel ken ik dan weer wat minder, al is hier de Salland, het gebied waarnaar (zo zegt men weleens, maar er is kritiek) de Salische Franken zijn vernoemd: de groep die, onder leiding van de dynastie der Merovingen, de macht in Gallië zou overnemen.

De puzzel van archeologisch materiaal en tekortschietende bronnen is boeiend, maar ik ben er niet voor opgeleid. Oudhistorici doen er in Nederland geheel niets aan en de archeologiecolleges die ik heb gevolgd gingen enerzijds over Griekenland en Rome en anderzijds over wat “provinciaal-Romeins” heette. Zelfs over de archeologie van Mesopotamië leerde ik meer dan over de Germanen. Die waren slechts aanwezig als decor, zoals ze dat in feite ook zijn in de presentatie van de limes: elk Romeins fort krijgt aandacht, veel aandacht, maar de Germanen komen er bekaaid vanaf. De limes, zoals ze nu wordt gepresenteerd, is een grens zonder vijand.

Wat was ik blij toen Henk ’t Jong me attendeerde op de boeken van Luit van der Tuuk, de curator van het Museum Dorestad in Wijk bij Duurstede en de webmaster van deze site. En ik kan alleen zeggen: de boeken die ik de afgelopen maanden heb gelezen – De Friezen (2013), Koningen en krijgsheren (2009) en Bonifatius in Dorestad (2016) – zijn uitstekend.

Het gebied waarover Van der Tuuk in De Friezen schrijft, is het kustlandschap benoorden de Schelde. Er woonden – of het nu gaat om de Romeinse tijd of de Vroege Middeleeuwen – mensen

  1. op de eilanden Walcheren (denk aan Domburg) en Schouwen;
  2. aan de monding van de Maas, Waal en Lek (denk hier aan Vlaardingen);
  3. aan de monding van de Oude Rijn (Katwijk, Valkenburg, Oegstgeest en Leiden);
  4. in het gebied van de Kromme Rijn en Vecht (Utrecht, Vechten, Dorestad);
  5. in het Kennemerland, waar het IJ soms wel en soms niet in de Noordzee uitstroomde (Velserbroek, Velsen, Egmond);
  6. rond Medemblik;
  7. op de eilanden Wieringen en Tessel;
  8. op de terpen van Westergo in het huidige Friesland (Wijnaldum, Dronrijp);
  9. op de terpen van Oostergo (Hogebeintum, Dokkum);
  10. op de wierden van Humsterland (Ezinge);
  11. op de wierden van Hunzingo;
  12. en verder op de wierden van wat nu het Duitse Ostfriesland is en enkele oostelijker gelegen gebieden (waar bijvoorbeeld de opgraving van Feddersen Wierde ligt);
  13. en nog verder, naar wat nu Noord-Friesland wordt genoemd, het gebied van de Deense istmus.

Deze zones spelen steeds opnieuw een rol, of het nu gaat om de Romeinse tijd, de Late Oudheid of de Vroege Middeleeuwen. Daarnaast woonden er gedurende het hele eerste millennium n.Chr. mensen in het rivierengebied, waar in de Middeleeuwen gebieden lagen met namen als Teisterbant, de Betuwe en Hamaland. Deze zone behoorde in de Romeinse tijd tot het imperium, net als de vijf eerstgenoemde gebieden in het lijstje hierboven. Met de andere werd nu eens handel gedreven, dan weer oorlog gevoerd.

Na de Romeinse tijd zien we deze regio’s opnieuw, met steeds weer andere machthebbers. Een voor een vallen ze in handen van de Franken, die in hun bronnen alle bewoners van het land aan de kust aanduiden als Friezen. Dat was – ik heb er #al eens over geschreven – een archaïsme, waarvan er in die tijd meer waren. De naam suggereert een etnische continuïteit met de kustbewoners uit de Romeinse tijd, maar in feite gaat het om twee groepen. Vanaf de derde eeuw raakte het kustgebied namelijk steeds verder ontvolkt en tussen 325 en 425 leefde er vrijwel niemand (al zal het gebied nooit helemaal leeg zijn geweest). De bewoning die er vanaf de vijfde eeuw is, gebruikt een type aardewerk dat bekend is uit Jutland, Noord-Duitsland en Engeland. Van der Tuuk noemt de nieuwkomers “Nieuwe Friezen”, een aanduiding die ik ook ben tegengekomen in het Huis van Hilde.

Oude Friezen, bevolkingsneergang, Nieuwe Friezen: als er één ding is dat ik van De Friezen heb geleerd, is dat het belang van het fysisch milieu. De continuïteit van de naam is een grappige bijkomstigheid, maar aardrijkskundige constanten bepalen dat in de Romeinse én de Frankische tijd steeds dezelfde gebieden een rol spelen – en ook in vrijwel dezelfde rol: een redelijk georganiseerde staat in het rivierenlandschap en een losser geordende samenleving langs de kust.

Er is ook een verschil: waar de Romeinen nauwelijks schreven over hun buren, bieden de christelijke auteurs die in de Frankische tijd schreven, meer informatie. Waar de Oud-Friese leiders Verritus en Malorix eigenlijk slechts namen zijn, kunnen we over Nieuwe Friezen als Radbod iets meer vertellen en over bisschoppen als Willibrordus en Bonifatius zelfs veel.

[Wordt vervolgd]

10 gedachtes over “Friezen en Franken (1)

  1. Veel mensen denken dat de Friezen in Friesland hun oorsprong hebben. Wat ik heb geleerd is dat er Friezen ooit woonden van Normandië tot ver langs de kust van Denemarken. De Friezen hebben zich uiteindelijk teruggetrokken in Friesland.

        1. Het verschil tussen de Friezen en de ‘Saksen’ (taal, maar ook allerlei culturele en politieke verschillen in de late middeleeuwen) komt volgens mij voor een belangrijk deel door de natuurlijke barrières (veenmoerassen) en de economische specialisaties van de kwelderbewoners.
          De ‘Kwelder-Saksen’ van rond 450 zijn daardoor uiteindelijk de Friezen van rond 1200 geworden met een duidelijk afwijkende taal (en afwijkende wijze van bestuur).

  2. John

    Voor de lezers: ‘Friese graafschappen tussen Zwin en Wezer’ van Dirk Jan Henstra is een vergelijkbaar boek, dat op deze site nog niet besproken, maar wel de moeite waard is.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s