Romeins goudstuk, Saksisch offer

Goudstuk van Constans (©Christina Kohnen)

Hé, dat is fijn: ik kan eens iets leuks vertellen. Over archeologie nog wel. En ik hoef niet eens over te schakelen op oudheidkundige standaardoverdrijving. Ook zonder hijgerig geschreeuw is deze vondst gewoon aardig.

Het gaat over de munt hierboven. Het opschrift op de voorzijde (de “kop”) identificeert de afgebeelde keizer als Fl(avius) Jul(ius) Constans en meldt verder dat hij een pius felix augustus is, een “vrome en gelukkige keizer”. De andere zijde (de “munt”) toont twee Victoria’s en een schild met het opschrift VOT X MVLT XV, steno voor votis decennalibus multis quindecennalibus, wat zoiets wil zeggen als “de geloftes voor het tienjarige jubileum zijn ingelost en er zijn nog meer geloftes voor het vijftienjarige jubileum”. Het opschrift luidt ob victoriam triumphalem, “wegens een triomfantelijke zege”. De munt is geslagen in Siscia, het huidige Sisak in oostelijk Kroatië.

Lees verder “Romeins goudstuk, Saksisch offer”

Piraterij

Reliëf van een Romeins vrachtschip (Lepcis Magna)

Juist toen ik gisteren dacht dat ik even geen zin had om een stukje te schrijven, viel mijn oog op een pareltje dat ons is overgeleverd door én een van de redenaars uit de collectie die bekendstaat als de Panegyrici Latini én door de Zosimos over wie ik onlangs blogde. De eerste tekst is een toespraak uit het jaar 297 en staat bekend als “Redevoering VIII(4)”, wat wil zeggen dat het de achtste is in het manuscript en de vierde in chronologische volgorde. Als u het wil nazoeken: het is daarin paragraaf 18.3.

De redenaar vertelt over Frankische soldaten die door keizer Probus (r.276-282) in dienst waren genomen en, zoals gebruikelijk, waren ingezet in een gebied vér van hun thuisland: aan de Zwarte Zee. Een stad of fort noemt de spreker niet, maar het is bekend dat er een vlootbasis was in Trapezos, het huidige Trabzon, en ik verbeeld me dat het verhaal daar begint, al kan het evengoed zijn geweest in een van de havens van het huidige Bulgarije. In elk geval: de Franken waren niet heel gelukkig daar aan de Zwarte Zee en stalen wat schepen.

Lees verder “Piraterij”

Crossroads

In de vijftiende eeuw was ze er ineens, de term “Middeleeuwen”. Het achterliggende idee was dat er ooit een glorieuze Romeinse Oudheid was geweest, dat het daarna allemaal minder was geweest maar dat men nu, in het Italië van de Renaissance, althans de ambitie had die glorieuze tijd te doen herleven. De driedeling Oudheid – Middeleeuwen – Nieuwe Tijd is sindsdien blijven bestaan, inclusief de negatieve beoordeling van het middelste tijdvak. Het is geen compliment als iemand je toevoegt dat je er middeleeuwse denkbeelden op nahoudt.

Geen historicus die er nog zo over denkt. Enerzijds omdat aan het einde van de Middeleeuwen het belang van de Italiaanse Renaissance sterk is genuanceerd, anderzijds omdat aan het begin van de Middeleeuwen in feite een compleet nieuw tijdvak “ertussen is geschoven”. Werd vroeger een cesuur aangenomen op het moment dat het Romeinse staatsapparaat in West-Europa in de late vijfde eeuw desintegreerde, tegenwoordig zien historici de periode tussen pakweg 300 en 1000 meer als eenheid. Ik heb weleens geblogd over Chris Wickham, een van de historici die deze omslag hebben bewerkstelligd. Het Amsterdamse Allard Pierson-museum wijdt momenteel een prettige expositie aan dit tijdvak.

Lees verder “Crossroads”

Voorouders

De Bataafse ruiter Imerix (Archeologisch Museum, Zadar)

Ik heb weleens geschreven over de boeken van Luit van der Tuuk, de conservator van het (momenteel wegens verhuizing helaas gesloten) Museum Dorestad in Wijk bij Duurstede. Prima boeken over de doorgaans onderbelichte maar o zo belangrijke Late Oudheid en Vroege Middeleeuwen. Op een van de laatste dagen van het afgelopen jaar kreeg ik n.a.v. een van mijn stukjes een vraag voorgelegd.

Van der Tuuk merkt namelijk ergens op dat we de mensen die in de Romeinse tijd in de Lage Landen woonden onze voorouders niet kunnen noemen. Mijn correspondent vroeg zich af hoe dat zo kon zijn. Als je familie al een paar eeuwen in het rivierengebied woonde, zo schreef hij, dan was het toch niet uitgesloten dat er een directe Bataafse voorouder in de stamboom was, iemand die hier al in de Romeinse tijd leefde? Was dat niet waarschijnlijk?

Lees verder “Voorouders”

De Visigoten

Tichel met christusmonogram uit Spanje (British Museum, Londen)

Een kleine twee weken geleden maakten archeologen van de Amsterdamse Vrije Universiteit bekend dat er bij Lienden gouden munten waren gevonden die nieuw licht wierpen op de wijze waarop de Frankische koning Childerik de macht in het noordwesten van het Romeinse Rijk had kunnen overnemen. De Romeinse keizer Majorianus had – vermoedelijk over de twee schijven van generaal Aegidius en een Frankische heerser als Childerik – rond het jaar 460 goud betaald om een Frankisch leger voor zich te winnen en daarmee de Romeinse macht in Gallië te herstellen. Ik beschreef hier en daar hoe het latere Frankische koninkrijk is gegroeid uit het netwerk dat de Romeinen bij die gelegenheid met hun goud versterkten.

De Frankische staat is dus te beschouwen als voortgekomen uit het Romeinse Rijk. Net als het Byzantijnse Rijk. Net zoals de continuering van de Romeinse cultuur in de halfwoestijn van Libië waarover ik al eens schreef. En net als het koninkrijk dat een van oorsprong Visigotische groepering stichtte op het Iberische Schiereiland. Het verhaal van deze groep is soms parallel en soms tegengesteld aan dat van de Franken.

Lees verder “De Visigoten”

#Romeinenweek: De Franken

Een Frankische krijger: de Heer van Morken (Johnny Shumate)

[Momenteel is de Romeinenweek. Er zijn tientallen activiteiten in het hele land en ze zijn zonder uitzondering allemaal ontzettend leuk. Het thema is “100% Romeins?”: hoe Romeins was de Romeinse tijd eigenlijk? Voor het laatst blog ik over de Romeinse aanwezigheid in de Lage Landen.]

De laatste Romeinse keizer die nog belang stelde in de gebieden ten noorden van de Alpen was Majorianus (r.457-461). Dat betekende dat hij het conflict aanging met de Franken, die inmiddels in het noorden van Gallië een staat aan het opbouwen waren. Ik blogde al eens over hun leider Childerik.

De Romeinse auteur Sidonius Apollinaris hield een lofrede op zijn keizer, waarin hij alle stereotypen uit de kast haalde om de Franken neer te zetten als allerafschuwelijkste woestelingen. De toekomst behoorde echter wél aan die woestelingen: Majorianus bereikte weinig en de Franken namen de macht in Gallië over. Over deze episode is groot nieuws op komst maar het is nog onder embargo.

Lees verder “#Romeinenweek: De Franken”

Clovis

Zo zou Clovis eruit gezien kunnen hebben.

[In de aanloop van de Romeinenweek (toelichting) stelde ik u negen keer voor aan mensen die in de Romeinse tijd hebben gewoond in de Lage Landen. Vandaag de laatste: Clovis. De teksten zijn aangeleverd door RomeinenNU, de stichting die de Romeinenweek organiseert. De Romeinenweek begint overmorgen, zaterdag, en ik zelf houd een spreekbeurt in Ermelo.]

De Frankische koning Clovis verenigde grote delen van Gallië nadat het Romeinse gezag er was afgebrokkeld. Zijn opmars begon eind vijfde eeuw, toen hij koning werd in Belgica Secunda, in het huidige België en Noord-Frankrijk.

Lees verder “Clovis”