Alles van waarde is kwetsbaar (3)

Journalisten zijn niet vertrouwd met de Oudheid. Bij de NU.nl vinden ze alles wat oud is hetzelfde. Dit plaatje zit er dertien eeuwen naast, alsof je een afbeelding van Karel Martel gebruikt voor  Mark Rutte.

Zoals ik gisteren aangaf is de culturele sector verward. Wat willen we ook alweer, wat is daarvoor nodig? Ik gaf gisteren aan dat het draait om een goede opbouw: je moet mensen niet alleen belangstellend maken, je moet ze ook informatie bieden die de gegroeide belangstelling rechtvaardigt. Anders roep je vooral teleurstelling op. Helaas gaat dit in mijn vakgebied, de bestudering van de Oudheid, nogal eens mis.

Wat is de situatie?

De structuur die we behoren te hebben om de oude wereld uit te leggen, ontbreekt. Het weinige dat er aan verdieping is, is moeilijk te vinden. Evenmin is er een tweede lijn. Wat er wél is, is de allereerste fase, waarin we aandacht proberen te vragen. Helaas gebeurt dat ook op weinig verrassende wijze. Dat kan ik vrij gemakkelijk nakijken, want ik stel elke maand een digitale nieuwsbrief samen waarin ik alles (nou ja, veel) samenbreng van wat er in de voorafgaande maand online is geweest. Dat is eigenlijk steeds hetzelfde:

  • Er is een Romeins schip / een boerderij / een stuk weg ontdekt. Opgravers veinzen stomverbaasd te zijn, koppenmaker gebruikt het woord “schat”, wethouder wil gemeente “op de kaart zetten”.
  • Er is weer eens een uitvoering van een Grieks toneelstuk. De thematiek is universeel / van alle tijden / actueel. Recensent verrast met woordspelletje “oud maar nieuw”.
  • Er is weer wat opgegraven in Israël. De Bijbel blijkt gelijk te hebben / de Bijbel blijkt geen gelijk te hebben. Archeoloog doet alsof je een antieke tekst letterlijk mag lezen. Journalist verspilt alinea aan navertelling Bijbelverhaal.
  • Iets met Toetanchamon. Of piramiden. Er was een mysterie / raadsel en dat hebben wetenschappers opgelost. Journalist gebruikt “anders dan tot nu toe werd aangenomen”.

Er is nog een categorie waarmee de Oudheid in het nieuws komt: iets uit de oude wereld wordt benut als catchy inleiding tot een nieuwsbericht dat eigenlijk gaat over iets anders (“Aristoteles wist al dat walvissen zoogdieren waren”, “de Romeinen gebruikten al beton”).

Kortom, als de oude wereld in het nieuws komt, is het met trivialiteiten. Terwijl er wel degelijk echt nieuws is. Een voorbeeld: een jaar of drie geleden was er een werkelijk belangrijke wetenschappelijke doorbraak. Fundamenteel, domeinoverstijgend onderzoek, deels de verdienste van een Nederlandse wetenschapper, deels gepubliceerd in een in Nederland uitgegeven wetenschappelijke reeks. Kortom: nieuws. Ik tipte enkele journalisten, maar die vonden de materie allemaal persoonlijk geweldig boeiend maar voor hun publiek te lastig.

Dat was meer een vriendelijke smoes dan feitelijk juist. De chronologie van de Mesopotamische Bronstijd – want daarover gaat het – is namelijk eenvoudiger dan pakweg kwantumverstrengeling, waarover de kranten wél schrijven. Ik snap de afwijzing echter heel goed. Journalisten hebben veel nieuws om uit te kiezen en weinig tijd, dus ze laten weleens een verhaal liggen om hun tijd te kunnen besteden aan iets dat ze in de beschikbare tijd rond kunnen krijgen. Het Bronstijdverhaal zou teveel tijd en externe expertise hebben gevraagd.

Dit illustreert een vicieuze cirkel: de media besteden weinig aandacht aan een onderwerp omdat de journalisten er niet vertrouwd mee zijn, maar omdat het laag op de prioriteitenlijst staat, raken ze er ook niet mee vertrouwd. Tegelijk ontstaat een tweede vicieuze cirkel. De oude wereld komt vooral aan bod als verzameling trivialiteiten en niet om wat er eigenlijk gebeurt, zodat de waardering van het vak gering is en de pers er nooit naar omkijkt, behalve als er leuke rare feitjes zijn.

Er zijn twee manieren om deze vicieuze cirkels te doorbreken. Zoals de lezer vermoedt, zie ik het meest in het herbouwen van een doordachte structuur, waarmee mensen én geïnteresseerd raken én vervolg-informatie vinden én begrijpen waarom we komen tot deze of gene conclusie. “Oog op de Oudheid” is een van de initiatieven en ik probeer het ook met wat filmpjes – ik werk er nog steeds aan – en in het boekje over Constantijn dat ik met Vincent Hunink maakte en dat over een week of twee verschijnt.

Het helaas gangbaardere alternatief is overdrijving. Zo claimen Nijmeegse archeologen al een paar jaar dat op het Josephhof het hoofdkwartier is geweest van een legioenbasis. Dat heeft diverse media gehaald – ik ben een der goedgelovigen die nat gingen – maar tot op heden is de claim niet onderbouwd. U kunt dit voorbeeld zelf aanvullen met buitenlands nieuws over pakweg Amfipolis en met sensationalistisch gebrachte berichten over papyri. Of neem een auteur als Mary Beard, die steeds weer de aandacht trekt met prikkelende claims maar deze onvoldoende toelicht: de christenen hebben bijvoorbeeld hun vroegste geschiedenis herschreven, schrijft ze in SPQR, en dat moet de lezer dan maar geloven. Toevallig begrijp ik waarom dit klopt, maar ik begrijp ook degenen die legitieme vragen hadden, nul op rekest kregen en nu verontwaardigd afhaken.

Het probleem met geschreeuw om aandacht zonder verdieping is dat je de teleurstelling in de hand werkt en de mensen richting kwakgeschiedenis jaagt: de les die menigeen immers trekt, is dat oudheidkunde gewoon roeptoeteren is. Diepgang heeft het niet en een methode is er ook al niet.

Ik snap waarom mensen zo gaan denken maar denk zelf dat kennis van de Oudheid belangrijk en zinvol is. In mijn tweede stukje gaf ik voorbeelden. Maar wat belangrijk is, is niet per se onkwetsbaar. Ik vrees dat mijn vak makkelijk valt te beschadigen en ik ben bang dat dit geldt voor de gehele culturele sector en voor alle geesteswetenschappen. Alles van waarde is kwetsbaar en verdient daarom bescherming, maar in de praktijk blijft die achterwege en zijn de humaniora en de culturele sector hun eigen grootste vijand,

[Wordt vervolgd]

4 gedachtes over “Alles van waarde is kwetsbaar (3)

  1. Peter Verhaak

    Graag een compliment voor de uitstekende organisatie van deze blog (die ik, na er begin december 2017 toevallig op gestuit te zijn, dagelijks volg). De wijze waarop discussies van twee jaar terug moeiteloos te volgen zijn en aansluiten op de redeneerlijn van de actuele discussie roept bewondering op voor die organisatie én voor het geheugen van de auteur, die blijkbaar alles wat hij ooit geboekstaafd heeft weer moeiteloos weet op te hoesten

    1. Wat ik zelf leuk vind is dat de discussies niet zo vaak ontaarden in scheldpartijen. Het ontspoort weleens, en ik ben het niet altijd met iedereen eens, maar het is een fijne plek om over het vak te discussiëren en ik heb veel van de “reaguurders” geleerd.

Reacties zijn gesloten.