Alles van waarde is kwetsbaar (2)

Kwetsbaar

De culturele sector is verward. Wat willen we ook alweer, wat is daarvoor nodig, waardoor loopt het spaak, wat is nu de situatie? En ook: voel ik me niet een beetje belachelijk dat ik anno 2018 nog vasthoud aan een ideaal dat al dertig jaar onhaalbaar is?

Wat willen we ook alweer?

Een liefde voor geschiedenis (geesteswetenschappen, klassieken, cultuur, humaniora, erfgoed, letteren…) zou haar eigen beloning kunnen zijn – en is dat gelukkig ook vaak. Het is een prima hobby. Je hebt het bovendien getroffen als je van die hobby je beroep kunt maken, zoals al die kleine bureautjes en cursus-instituten van mensen die hun enthousiasme willen delen.

Naast deze welbeschouwd hedonistische visie op het belang van het verleden – ik laat het vanaf nu aan uzelf over in te vullen dat het ook gaat om de letteren, het erfgoed, klassieken, humaniora… – is er ook een wat verhevener visie. Je kunt er iets van leren. Als u dat laatste een hatelijk woord vindt: we kunnen onszelf verrijken, bevoordelen. Ik heb bijvoorbeeld op deze blog onlangs verteld hoe je door de bestudering van keizer Constantijn zou kunnen ontdekken dat het in West-Europa gangbare idee dat je maximaal één godsdienst kunt hebben, is ontstaan onder vrij specifieke laatantieke omstandigheden. Zoiets brengt je dan tot het inzicht dat er geen reden is waarom je niet én islamitisch én christelijk zou kunnen zijn of én gelovig én ongelovig. Je hebt zo je eigen, westerse standpunt beter doorgrond. Of, ouderwets gezegd: je bent wijzer geworden.

Er zijn andere manieren om te leren van het verleden, die ik nu niet zal behandelen. Ik benadruk bovendien dat u van het verleden ook mag genieten, dat u het mag beleven en dat u er ook lak aan mag hebben. U bent tot niets verplicht. Waar het me om gaat is dat we als gemeenschap de verrijking belangrijk genoeg vinden om te zorgen voor openbare financiering van de culturele sector, musea, bibliotheken, wetenschap en monumenten. Je mag van de diverse instellingen dus verwachten dat ze niet alleen aandacht vragen voor een bepaald facet van onze cultuur maar ook op een of andere manier zorgen voor verdieping. De balans is echter doorgeslagen naar het eerste, de vraag om aandacht. In elk geval als het gaat om de oude wereld kent het aanbod nagenoeg geen verdieping.

Nu is het op zich normaal dat in de dagelijkse praktijk van n’importe welke menselijke activiteit het einddoel soms uit het zicht raakt. Vergelijk het met een reisbureau: er gaan vermoedelijk weken voorbij zonder dat de medewerkers erbij stilstaan waartoe vakantie ook alweer dient. Zo is het ook in de culturele sector, lijkt me: je staat er niet altijd bij stil waarom cultuur relevant is. Het wordt routine en dat is vermoedelijk ook wel zo efficiënt. Maar als de terugkoppeling op de idealen al te ver terugwijkt, is ontsporing onvermijdelijk. Musea zijn er om inzichten over te dragen: een fotografieverbod staat daar haaks op, valt niet te rechtvaardigen en leidt tot ergernis. De universiteiten zijn wettelijk verplicht hun inzichten over te dragen: academische betaalmuren staan daar haaks op, zijn principieel onjuist en roepen woede op. Zulke ontsporingen zijn niet nodig als je af en toe even kijkt naar het einddoel.

Wat is nodig?

Willen we de mensen verrijken, dan moeten we in elk geval zorgen voor een doordachte structuur waarmee ze informatie krijgen. Je begint met het vragen van aandacht en biedt ze daarna informatie aan op verschillende niveaus. Om het te houden bij een onderwerp waarvan ik denk iets te weten: je legt mensen eerst uit dat er zoiets was als de limes, vervolgens toon je ze wat deze inhield en welke culturele verschillen én kruisbestuivingen er waren en daarna kun je verder gaan met uitleg van het concept “grens” in de Romeinse tijd. Tot slot zou je mensen kunnen tonen dat het idee van een territoriaal begrensde staat negentiende-eeuws is en dat de Romeinen dachten in invloedssferen. Zo kun je de Oudheid benutten om mensen inzicht te geven in het betrekkelijke van hun eigen visie op grenzen.

Zo zou je het kunnen doen. Het kan ook anders. Het toverwoord is echter “opbouw”: je maakt mensen niet alleen belangstellend, je geeft ze ook informatie die deze belangstelling rechtvaardigt. Het is niet anders dan wat op een school gebeurt: didactiek is dat je kinderen steeds nét boven hun niveau aanspreekt en ze steeds iets nieuws en aansprekends vertelt. Met nieuwsgierigheid zit het bij kinderen en volwassenen doorgaans wel goed; het gaat erom die nieuwsgierigheid te blijven prikkelen.

Daarnaast dient er een tweede lijn te zijn waarin wordt uitgelegd hoe we weten wat we weten. Op die manier snijd je scepsis af voor deze zich voordoet. Om een punt dat ik vaker heb gemaakt te herhalen: de Nijmeegse aquaductenaffaire, waarbij critici én de Nijmeegse rekenkamer in twijfel trokken dat er een Romeins aquaduct heeft gelegen in het oosten van die stad, was eenvoudig te vermijden geweest als de voorlichting had voldaan aan de gangbare eisen voor cultuureducatie en wetenschapsvoorlichting.

Ik zeg niet dat het precies zo behoort te gaan, maar het gaat erom dat als we mensen willen verrijken, we een structuur moeten bieden waarin ze kunnen groeien. Ontbreekt die, dan zijn het mooiste geschiedenisboek, de beste expositie, de knapste website overbodig. Sterker nog: zonder zo’n structuur zorgen we er zélf voor dat degenen die geïnteresseerd raken, concluderen dat er niets diepers is en gefrustreerd afhaken. Daarvan is de limes een schoolvoorbeeld.

[Wordt dinsdag vervolgd]

22 gedachtes over “Alles van waarde is kwetsbaar (2)

  1. Kinderen net boven hun niveau aanspreken:

    Ik werk nu al een kwart eeuw in de erfgoedsector en waarom heb ik deze verwoording nou nooit zelf bedacht? Dit is precies wat het is.

  2. mnb0

    “voel ik me niet een beetje belachelijk”
    Hoe je je voelt weet ik natuurlijk niet, maar ik vind je iig volstrekt niet belachelijk, alleen een beetje te pessimistisch. Maar hier treedt een paradox op: juist door pessimisten als jij is er nog een goede kans op redding van de ondergang der menswetenschappen.

    “didactiek is dat je kinderen steeds nét boven hun niveau aanspreekt”
    Jippie! Lev Vygotsky is de naam. Nou kwam die uit de Sovjet-Unie, dus dat is al minstens 30 jaar hoogst verdacht. Niettemin heb ik altijd veel aan dit principe gehad – ik het het toegepast om het onderwijsniveau in het binnenland van Suriname flink op te krikken.

    “we een structuur moeten bieden.”
    Dan berijd ik ook weer eens een stokpaardje. Wetenschap biedt een verhaal, een ontstaansgeschiedenis. Jouw vak heeft daar een essentiële plaats in. Voor mij is dat structuur genoeg.

    1. mnb0

      Oeps, ik ben een beetje te ijdel. Verzoeke te lezen “het onderwijsniveau op mijn school in het binnenland van Suriname flink op te krikken”. Bovendien heb ik het niet in mijn eentje gedaan.

    2. jacob krekel

      De Russische onderwijspsycholgie van o.m. Vygotski en Gal’perin werd inderdaad in de jaren 70 bekend (hoewel Vygotski al in 1934 was gestorven) en heeft een zekere invloed gehad op de ontwikkeling van het onderwijs. De achteruitgang in parate kennis die sommigen signaleren hangt daar mee samen, maar daar staan andere dingen tegenover. Leerlingen van nu zouden de examens van 1980 niet kunnen maken. Maar die van 1980 ook de examens van nu niet.
      Omdat men nu op school veel meer leert van vroeger over hoe je kennis moet appreciëren zou het wel eens kunnen dat het pessimisme van Jona Lendering toepasselijker is op mijn generatie (en zo te zien van veel andere commentatoren), dan op latere generaties.

      1. Peter J.I.

        Toen ik haar liet weten een betrekking te hebben gevonden (die van leraar Nederlandse taal en letterkunde aan een thans niet meer bestaande maar toen -in 1974- gerenommeerde school in het zuiden des lands), zei die hoogleraar Vergelijkende Literatuurwetenschap m.b.t. de Middeleeuwen (het vak waarin ik afstudeerde) me: ‘Nooit op je hurken gaan zitten, Flaton, de leerlingen moeten klimmen, jij mag niet dalen’, hetgeen trouwens een variant was/is op Bints opmerking tegenover De Bree (in Bordewijks befaamde u- of dystopie): ‘de meester mag niet dalen, de scholier moet klimmen’. Zoveel onderwijshervormingen later zijn we waar we nooit wilden wezen: op de schier eindeloze vlakte onder de middelmaat, een soort educatieve oost-vaardersplassen waar bijvoeren strikt verboden is.

      2. “De balans is echter doorgeslagen naar het eerste, de vraag om aandacht. In elk geval als het gaat om de oude wereld kent het aanbod nagenoeg geen verdieping.”

        In feite ben ik het daar natuurlijk helemaal mee eens, Jona, maar de vraag is natuurlijk of je geen ‘vox clamantis in deserto’ blijft. Met de reactie van sara ben ik het wel eens. Wil het volk wel zo erg graag verheven worden? In de tijd van de Verelendung hebben de socialisten goed werk gedaan omdat intellectuele verheffing vaak de springplank was naar het ontstijgen van de armoede. De vraag is of de elite in het huidige tijdsgewricht bij een verdieping van de wetenschapscommunicatie en verrijking van hun kennis die laag van de bevolking bereikt, die het het meest nodig hebben?
        Het klinkt misschien wel vreselijk elitair wat ik nu ga zeggen, maar ik vraag me af of het vaak niet zo is dat de elite zich niet boven de niet-elite plaatst, maar dat de niet-elite zich onder de elite plaatst. Nu bedoel ik met elite niet de graaiers van de banken en andere instellingen, maar ook er soms weinig bemiddelde personen die zo leergierig zijn dat ze hun honger naar kennis willen stillen.
        Een ander punt, we hebben de neiging om te denken dat vroeger alles beter was en dat mensen steeds dommer worden, met name door de overvloedige aanwezigheid van veel ‘brood en spelen’. Ik heb soms wel eens het gevoel dat ‘het volk’ vanaf 1 januari tot 31 december geamuseerd moet worden. Dus de vraag is of de overgrote meerderheid van de bevolking waarvan je de kennis wil verdiepen, daar wel zit op te wachten.
        Ik denk ook niet dat, ondanks de ‘zesjescultuur’ de studenten steeds dommer worden. Wat ik wel denk – ik kan het niet bewijzen – is dat onderzoek en onderwijs minder ‘om der kennis wille’ dan om utilitaire, economische redenen gedaan en gegeven wordt. Er schiet mij ook een uitspraak van Karel van het Reve te binnen: als de studenten steeds dommer worden, dan zouden ze op den duur niets meer weten.

  3. sara

    Wij willen mensen verrijken. Maar willen ‘die mensen’ wel verrijkt worden? Hebben ze het gevoel dat ze iets missen (met hun internet, sociale media, consumentisme, game of thrones, en wat dies meer zij)? Ik denk zelf van niet.
    Een onderwerp als (nationale) traditie of zelfs Europese traditie is tegenwoordig al controversieel.
    Verdacht als je wordt van nationalistisch c.q. xenofoob te zijn.
    Ik vrees dat we in een traditieloze wereld terecht zijn gekomen, waar alleen hier en daar nog krampachtig vastgehouden wordt aan bepaalde volkse tradities (zoals de Paasvuren, die voor een heel jaar hout stoken aan fijn stof de lucht in vuren).
    Over de zgn. elitaire tradities maar te zwijgen. Het woord ‘elitair’ is al bijna een scheldwoord.
    Geef het volk brood en spelen. Welnu, dat is gebeurd. En voor de rest worden ze ‘dom’ gehouden – door sociale media, lifestyle filosofie (lees: marketing), religie en dergelijke.
    De vroegere socialisten wilden altijd het volk verheffen. Het is nooit gelukt. De Republiek der Letteren zal altijd een kleine groep blijven.
    Dit denk ik zo af en toe wel eens.

    1. jan kroeze

      valt er nog iets te verheffen?
      ik snap je wel en je hebt gelijk, maar als iedereen een otomobiel heeft is de belangstelling voor verheffing gering vermoed ik.

  4. Gerard

    Jona, een beetje off-topic maar waar zou ik de Nederlandse versie van uw boek De Rand van het Rijk nog kunnen kopen? Ik kan alleen zeer dure tweedehandsversies op bol.com vinden maar boven de 60 euro wordt het me toch te duur. Een linkje zou handig zijn. Bij voorbaat dank.

  5. Ben Spaans

    Je kunt niet gelovig én ongelovig zijn. Dat kan niet, en dat heeft niets met de late oudheid of westerse bril te maken, dat kan niet.

      1. Ben Spaans

        Je kan niet gelovig én ongelovig zijn. Dat kan niet. Iemand kan zichzelf overtuigen dat hij én christen én moslim én boeddhist én wicca én spaghettimonster is, akkoord, maar je kan niet gelovig én ongelovig zijn. Hier stopt het.

        1. Dat lijkt me wat calvinistisch gedacht, namelijk dat geloof een overtuiging is. Probeer het te zien als een rol die je aanneemt. Je kunt in een christelijk gezin het Onzevader meebidden en spreken vanuit een reeks aannames die je niet zal gebruiken als je in een seculier gezelschap.

          1. Ben Spaans

            Dan kom je op gebied waar huichelen en alles zoveel mogelijk in het midden laten om pijnlijke confrontaties maar te vermijden begint. En ik weet waar ik het over heb.

            Maar los daarvan, het gaat me niet om een hoe mensen willen geloven of dat willen invullen, er is een grens aan wat er kan. Je kan niet geloven én niet geloven. Dan hou je alles voor de gek.

              1. Ben Spaans

                Ik ben heel beschaafd, probeer al decennia de kool en de geit te sparen in bepaalde situaties. Ik voel me wel vaak met lege handen staan.

                Ik heb altijd.gedacht dat huichelen een verwerpelijke eigenschap is. Misschien is dat een misvatting.

                Een ongelovige die doet of hij gelovige is kan natuurlijk altijd.

  6. ‘We bewegen ons immers iedere minuut tussen gebruiken, vraagstukken en eisen waarvan we alleen het laatste stukje kennen, zodat het heden onophoudelijk in het verleden grijpt; wij zakken, als u me toestaat, tot over de knieën weg in onderkelderde tijd en ervaren dit als toppunt van het heden.’
    Robert Musil: Der Mann ohne Eigenschaften, vertaling Ingeborg Lesener

    Musil schrijft het in een andere context, maar deze zin is ook hier van toepassing. Onze wereld is er een van heden en toekomst, waarin het verleden van stal wordt gehaald als het dat heden, of althans de kijk van de bovenliggende groep daarop, op de een of andere manier goed uitkomt.
    Voor het broodnodige tegenwicht hebben we de zwartkijkers meer dan nodig.

  7. jan kroeze

    als je het ene geloof alsook het andere geloof kunt aanhangen dan hoort daar ook de vergiet, de boomkruiper, de bosrietzanger, de platschilder, nou noem maar, etc. etc.bij: ik ben het overigens eens met jouw opvatting, jona!

  8. jacob krekel

    Ik ken heel wat mensen die zowel gelovig als ongelovig zijn. Of dat te maken heeft met de omgeving waarin ze verkeren weet ik niet. Maar de zin uit Markus 9: “Ik geloof, kom mijn ongeloof te hulp” heeft zich uit zijn context losgemaakt en is op eigen benen een succesvolle loopbaan begonnen.
    Gek is dat niet. Een menselijk brein kun je vergelijken met een soort Poolse landdag, met grote verschillen tussen wat mensen willen, zeggen dat ze willen, feitelijk doen, eigenlijk zouden willen, en dat ook nog eens nu weer dit en dan weer dat.

Reacties zijn gesloten.