Wat zijn heidenen?

Apollo, Minerva en Mercurius: vierde-eeuws reliëf uit Lauterbourg (Straatsburg, Palais Rohan)

Als het goed is, is vandaag Het visioen van Constantijn in de boekhandels aangekomen, het boek dat ik maakte met Vincent Hunink en dat gaat over de vraag hoe een heidens visioen kon veranderen in een christelijke legende. U bestelt het hier (levert landelijk) of bij uw plaatselijke boekhandel en hieronder hebt u een stukje uit de inleiding.

***

De bekering van Constantijn betekende – wat er ook gebeurd moge zijn – het einde van het heidendom. Maar wie waren die heidenen eigenlijk? Het begrip komt uit de joods-christelijke wereld, waarin alle niet-medegelovigen over één kam werden geschoren, hoewel de niet-joden en niet-christenen zichzelf nooit definieerden als heidenen.

Ze vereerden de goden van hun eigen stad en van de Romeinse staat. Ook betoonden ze eer aan de keizer. Sommige volken hadden eigen godheden – zo hadden de Egyptenaren hun Isis, de Galliërs hun Grannus en de Bataven hun Magusanus – en daarnaast hadden bepaalde beroepsgroepen eigen culten. Over dit bonte geheel werd verschillend gedacht, maar niemand noemde zichzelf heiden. In Het visioen van Constantijn gebruiken we het woord alleen omdat het nu eenmaal ingeburgerd is. Dat bewijst overigens eens te meer in welke mate het in de vierde eeuw doorgebroken christendom het latere denken blijft beïnvloeden.

Heidendom is niet het enige joods-christelijke concept dat nog in gebruik is. Een ander is polytheïsme: de heidenen zouden in meer dan één god hebben geloofd. Onwaar is dit niet, maar het meergodendom was wel onderhevig aan verandering. In de vierde eeuw waren het niet alleen de filosofen die meenden dat de vele goden manifestaties waren van één ware god. Omgekeerd waren lang niet alle joden en christenen zuivere monotheïsten. Verschillende teksten noemen christelijke gelovigen die de realiteit erkennen van de hogere machten die anderen beschouwden als goden. Menig christen beschouwde die machten als vervaarlijke demonen. Zeker, die waren machteloos tegenover Christus, maar je kon beter voorzichtig zijn met bijvoorbeeld heidens offervlees.

Nog zo’n vraag: hoe zag het christendom in de vierde eeuw er eigenlijk uit? De christelijke bronnen, voor een belangrijk deel geschreven door bisschoppen en andere beroepsgelovigen, wekken de indruk dat het gaat om een exclusieve cultus: wie zich liet dopen mocht de oude goden niet langer vereren en omgekeerd vereerden de heidenen, wie dat ook waren, Christus niet. Dit is het dominante beeld gebleven: tot in onze tijd wordt het vreemd gevonden als iemand én christen én hindoe is. In de Oudheid sprak dit echter bepaald niet vanzelf. Een voorbeeld is de Romeinse officier Bacurius, die leefde aan het einde van de vierde eeuw, toen het heidendom al was geïmplodeerd en het christendom de dominante religie was geworden. De christelijke auteur Rufinus beschouwde deze Bacurius als christen, terwijl de heidense auteur Libanios meende dat de man de oude goden in ere hield. Beiden waren met hem bevriend en er is geen reden aan te nemen dat een van hen liegt. De officier moet zich beleefd hebben aangepast aan zijn gastheren: in het ene gezelschap zal hij het Onzevader hebben gebeden en in het andere tot de huisgoden.

Wie zou er representatiever zijn: de exclusivistische auteurs van de christelijke bronnen of de hoffelijke Bacurius? De vraag is verwant met een andere. Het christendom van de tweede en derde eeuw was heel pluriform en de diverse stromingen claimden allemaal dat alleen zij het ware geloof hadden. Tijdens het Concilie van Nikaia legden de bisschoppen een officiële leer vast, maar daarmee kwam nog geen einde aan de discussies. In feite kristalliseerde het christendom zich pas uit na Constantijn. Zo komt de vraag op waartoe hij zich eigenlijk bekeerde.

18 gedachtes over “Wat zijn heidenen?

  1. Als niet-kerkelijke en ongelovige groeide ik op in het Katholieke Zuiden. Op de lagere school leerden wij toen dat Heidenen meerdere goden zouden aanbidden.

    Door de Katholieke omgeving werden wij als Heidenen gezien en aangesproken.

    Dat wij niet geloofden in een god en ook niet naar een kerk gingen werd niet begrepen.

    Dit maakte dat ik lang naar de diepere betekenis van godsdiensten en religies heb gezocht. Niets heb ik gevonden. Dus ben ik nog steeds ongelovig en niet Kerks.

    Maar nu is dat gewoner en meer geaccepteerd.

    Vriendelijke groet,

    1. Ik neem aan dat u met ‘ongelovig’ bedoelt dat u niet het christendom of een vergelijkbare godsdienst aanhangt. Uw onkerkelijkheid vloeit daaruit vanzelfsprekend automatisch voort, al ken ik wel personen die ter kerke gaan maar eigenlijk niet geloven wat er gepredikt wordt.

      Toch denk ik niet dat u ‘ongelovig’ bent. Ik moet namelijk de eerste persoon nog tegen komen die strikt alleen aanneemt wat wetenschappelijk bewezen is. U mag dan niet een traditionele godsdienst aanhangen, ik wed dat u wel degelijk iets ‘gelooft’. 😉

  2. Knotwilg

    De hoffelijke Bacurius kan natuurlijk één geloof aangehangen hebben en voor de rest meegedaan met zijn gastheer, zoals ik nog lange tijd ter communie ben geweest op begrafenissen terwijl ik nooit geloofd heb.

    Maar de exclusivistische gedachte is inderdaad sterk aanwezig: vandaag kan ik me moeilijk outen als liberaal én groene jongen. Is dat de invloed van Constantijn? Of is exclusivistisch denken gewoon van alle tijden?

  3. Ton Spamer

    In mijn lezing een over resterend “heidendom” in een “christelijk” Europa gebruik ik het woord ‘heidendom’ alleen in de titel. Ik maak zo snel mogelijk mijn publiek duidelijk dat het woord een negatieve betekenis heeft. Ik kreeg van mijn moeder vroeger opdracht om mijn kamer op te ruimen omdat het er een ‘heidense’ rotzooi was. Mijn vader, musicus met gevoelige oren, ergerde zich aan het ‘heidens’ kabaal van vroege trams in de bocht van de Rotterdamse Bergweg.
    Het is ook een typisch stadse afkeer van aanhangers van een natuurgodsdienst. Pagani woonden ergens in de ‘pagus’, ofwel heidenen woonden op de heide (waarschijnlijk de Mokerheide, een geliefde plaats om iemand naar toe te wensen).
    Ik vermijd het woord zoveel mogelijk. Tenslotte ben ik zelf een ‘heidense’ katholiek;-)

    1. mnb0

      “dat het woord een negatieve betekenis heeft.”
      Wie bepaalt dat eigenlijk, of die betekenis negatief is? U? Iemand anders? Is er een referendum over gehouden? Zelfs in dat laatste geval kunt u alleen maar hooguit zeggen dat voor de meeste mensen het woord heiden een negatieve betekenis heeft.
      Of dat voor mij ook opgaat bepaal ik liever zelf. Er is een bepaald type christen uit wiens/wier mond het woord heiden voor mij een positieve betekenis krijgt. Kerkvader Ambrosius is daar een voorbeeld van. Als hij iemand een heiden noemt vind ik het mikpunt direct sympathiek.

      1. Ik snap je tweede punt, maar het eerste lijkt me te kort door de bocht. De betekenis van de woorden wordt zelden bepaald door individuele sprekers. Dat zou immers een privétaal zijn en die is per definitie voor niemand begrijpelijk. Je communiceert er niet mee (zoals Thierry Baudet die in de Tweede Kamer iets sprak dat leek te zijn geënt op Latijn). Du moment dat taal dient om te communiceren, ontstaan woordbetekenissen min of meer democratisch. En dan is “heidens” toch wel een negatief woord. Wat niet wegneemt dat je het als geuzennaam kunt gebruiken.

  4. FransL

    Concilie van Nikaia

    Jona, niet dat ik in verwarring ben, maar zou je willen toelichten waarom je hier niet Nicaea gebruikt? En komt dat meer voor in je boek?

    1. De eerste keer dat het woord wordt gebruikt, heb ik het over “Nikaia (Nicea)”.

      Dat latiniseren van Griekse woorden is een vreemde gewoonte, die een linguïstische eenheid suggereert die er domweg nooit is geweest.

      1. Martijn N.

        Hm. Ik zou mij kunnen voorstellen dat de Latijnsprekende rijksgenoten toch wel een Latijnse naam gebruikten, zoals wij ook Keulen en Berlijzeggen. Of Rijssel. Het fonetisch vertalen van Grieks vind ik eerlijk gezegd ook tamelijk gekunsteld aandoen. Het zal een kwestie van smaak zijn (en uiteraard het prerogatief van de schrijver).

  5. René

    @jona, een tijd terug linkte je een interview van een hoogleraar over visioenen. Helaas ben ik de link en naam kwijt. Zou je me kunnen helpen?

    Leuk stuk, onlangs las ik dat de christelijke leer vooral een stedelijke cultus was. Is dit te verklaren?

  6. Dirk

    Een kwartiertje geleden maakte de schoolbel hier een einde aan een boeiend gesprek. Een leerling beweerde: “Ik ben christen, maar ik geloof niet in God.”, waarop de buurman fronst: “Oedoededa?”. En zo komen we dan op identiteit, sacramenten, uiterlijk vertoon, traditie…Die geplande wiskundeles over grafieken en diagrammen werken we wel een andere keer af.

    1. vortigernstudies

      Kijk, daar word ik nou blij van. Ruimte voor brede discussies buiten het lespakket. Welke klas?

  7. Henry Stadhouders

    Indien we Minucius Felix’ dialoog Octavius exemplarisch voor de vroege christenen mogen achten, en dat mogen we, dan kunnen we in de zin “Menig christen beschouwde die machten als vervaarlijke demonen” het woordje “menig” beter vervangen door “elk”; zie Min. felix, Oct. xxvii.

    1. Ik weet niet of dat mag. Het feit dat Paulus al waarschuwt voor heidens offervlees, bewijst dat althans sommige christenen redeneerden dat valse goden niet bestaan en offervlees dus gewoon normaal vlees is.

Reacties zijn gesloten.