De mantel van Syloson

Een Perzische “speerdrager”: reliëf uit Sousa, nu in het Louvre in Parijs.

De Griekse onderzoeker Herodotos heeft altijd goede verhalen, dus laat ik u eens op een daarvan trakteren. Het speelt zich af tijdens de veldtocht van de Perzische vorst Kambyses naar Egypte, rond het jaar 525 v.Chr. ’s Konings aanwezigheid in Memfis trok nogal wat mensen en een daarvan was Syloson. Zijn broer Polykrates was alleenheerser geweest op het Griekse eiland Samos, maar nadat hij was vermoord, was zijn familie in ongenade gevallen. Syloson hoopte op een gunst van Kambyses, maar het liep anders. De vertaling hieronder is van Hein van Dolen.

Op een dag ging Syloson inkopen doen op de markt in Memfis. Hij had een rode mantel omgeslagen. Daar kreeg Darius, die op dat tijdstip nog een onbetekenend lid van de lijfwacht van Kambyses was, hem in het oog. Die mantel leek Darius wel wat en hij ging eropaf om hem te kopen. Syloson zag dat Darius echt tuk op het kledingstuk was en zei in een moment van goddelijke inspiratie tegen hem: “Ik hoef er geen geld voor, je mag die mantel zo wel hebben als je er zoveel prijs op stelt.” Dat vond Darius nog eens aardig en maar al te graag nam hij het aanbod aan. Syloson wist niet beter of hij was weer eens iets kwijtgeraakt omdat hij zo’n goeie sul was. (Historiën 3.139)

Het leuke van deze tekst is het woord dat Herodotos gebruikt om aan te geven dat Darius diende als lid van de koninklijke lijfwacht: δορυφόρος. Het betekent letterlijk “speerdrager” en heeft vrijwel zeker betrekking op de manschappen die het allerdichtst bij de koning stonden. Precies wat we zouden verwachten van een man als Darius, die behoorde tot de koninklijke familie, zij het tot een andere tak dan Kambyses. Misschien is “adjudant” een betere vertaling.

Alleen: dat heeft Herodotos niet herkend. Hij beschouwt de speerdragers als onbetekenend.

We zien hier dus dat hij de beschikking had over betrouwbare informatie, maar die niet op waarde wist te schatten. Het geval is niet uniek. De roemruchte Onsterfelijken die hij vermeldt als een Perzische elitecorps, hebben nooit bestaan: het Griekse ἀθάνατοι is een correcte vertaling van het Perzische anauša, dat inderdaad zoiets als “onsterfelijk” betekent, maar vrijwel zeker niet was wat zijn Perzische zegsman zei. Die zal anūšiya hebben gezegd, “metgezellen”, wat inderdaad de naam was van een elite-regiment. Herodotos beschikte dus over een goede zegsman maar zijn tolk of hijzelf hebben iets niet begrepen.

Terug naar Syloson. Hoe ging het verder? Zoals bekend werd Darius na de dood van Kambyses de nieuwe koning van het Perzische Rijk.

Toen het Syloson ter ore was gekomen dat uitgerekend de man op de troon was gekomen aan wie hij nog eens in Egypte op diens verzoek zijn mantel had gegeven, reisde hij af naar Sousa. Daar ging hij in de portiek van het paleis zitten en beweerde “een weldoener van Darius” te zijn. De koning hoorde dit van zijn portier en begreep er niets van: “Wat? Een Griek een van mijn weldoeners? En ik zou hem dankbaar moeten zijn, terwijl ik nog maar net aan het bewind ben? Van dat volk is nog niemand hier geweest. Het is godsonmogelijk dat ik aan een Griek iets verschuldigd ben. Maar goed, laat hem binnen. Ik wil wel eens weten wat hierachter steekt.”

Een typische scène uit Herodotos, waar de groten der aarde worden geportretteerd als brave huisvaders, die zelf bepalen welke gast ze ontvangen. Alsof niet een of andere hoveling dit zou hebben afgehandeld. De claim een “weldoener” te zijn, was echter serieus. Zowel in het oude Griekenland als het oude Perzië hoorde je een goede daad te beantwoorden met een goede daad.

De portier bracht Syloson binnen en in aanwezigheid van de koning vroegen de tolken hem wie hij was en hoe hij het in zijn hoofd haalde te beweren een weldoener van de koning te zijn. Toen kwam Syloson met de geschiedenis van die mantel aan en wees op zichzelf als de gulle gever.

Daarop riep Darius uit: “Jij bent een prachtkerel! Jij hebt mij een cadeau gegeven op een moment dat ik nog niets te vertellen had. Hoe klein het ook was, je wordt ervoor beloond alsof ik een enorm geschenk van je heb gekregen. Ik geef je nu zo’n grote hoeveelheid goud en zilver dat je nooit spijt zult krijgen dat je mij, Hystaspes’ zoon Darius, een weldaad hebt bewezen.”

“Sire,” antwoordde Syloson, “ik hoef geen goud of zilver. Het enige wat ik vraag, is Samos terug te krijgen.”

Enfin, u voelt al aankomen waar het heen gaat: Darius gelastte zijn troepen Samos te veroveren en Syloson aan te stellen als alleenheerser, de positie die zijn broer Polykrates ooit had bekleed. Ook dat is plausibel: de Perzen streefden er ook naar Hippias terug te brengen, de alleenheerser die ooit over Athene had geregeerd.

7 gedachtes over “De mantel van Syloson

  1. gmknepper

    Prachtig verhaal, dank! Ik ben er alleen niet helemaal zeker van, of je op grond van deze passage wel mag concluderen dat Herodotus ‘de speerdragers als onbetekenend beschouwt’. Van Dolen vertaalt: “Darius, die op dat tijdstip nog een onbetekenend lid van de lijfwacht van Kambyses was…”, maar in het Grieks staat er letterlijk: Δαρεῖος, δορυφόρος τε ἐὼν Καμβύσεω καὶ λὸγου οὐδενός κω μεγάλου…, letterlijk ‘Darius, lijfwacht zijnde van Cambyses en nog niet van groot aanzien’. Dat impliceert niet dat (alle) lijfwachten in Herodotus’ ogen per definitie onbetekenend waren. Het lijkt me in elk geval dat καὶ λὸγου οὐδενός κω μεγάλου (“en nog niet van groot aanzien”) hier in elk geval niet bedoeld is om de lezer in te lichten omtrent Herodotus’ visie op de positie van lijfwachten, maar om de lezer voor te bereiden op het contrast met Cambyses’ latere functie als koning.

  2. eduard

    Die verwarring tussen anauša en anūšiya, “onsterfelijke” en “gezel” is leuk bedacht. Dat zouden dan later de Macedoniërs overnemen als hun hetairoi, de Romeinen als hun comes, en ook in het Perzisch bleef de term in gebruik, pasanik, in de islamitische periode Arabiserend tot khailtash, “ruitergezel”. Overigens hadden die Speerdragers inderdaad een hoge status, in de Hellenistische periode begrepen de Grieken dat inmiddels heel goed, zij spraken van de koninklijke lijfwachten EN ’s zijn andere archonten, koninklijke lijfwachten hadden dus een officiersrang, dat waren geen gewone soldaten.

Reacties zijn gesloten.