De Alexandersarcofaag

De Alexandersarcofaag achter spiegelend glas (Archeologisch Musea, Istanbul)

Osman Hamdi was een van de belangrijkste Ottomaanse archeologen, en het is aan hem te danken dat de koninklijke graven in Sidon in 1887 niet zijn geplunderd maar redelijk professioneel zijn opgegraven. Het gaat om twee complexen; het een was door antieke vandalen geplunderd, in het ander stonden de sarcofagen van een dynastie die in de vijfde en vierde eeuw v.Chr. regeerde over de Fenicische havenstad. De jongste van de stenen grafkisten staat bekend als de Alexandersarcofaag en was het graf van koning Abdalonymos (Abd-Elonim, “dienaar van de hoogste goden”). Deze koning van Sidon zou Alexander volgen tot in India.

Hamdi begreep meteen het belang van de vondst, borg alle sarcofagen en liet ze overbrengen naar het Ottomaanse Museum in Constantinopel, niet ver van het Topkapi-paleis. Daar staat de verzameling grafkisten nog altijd, al heet de instelling inmiddels de Archeologische Musea van Istanbul.

Lees verder “De Alexandersarcofaag”

Ekbatana

Gouden rhyton uit Ekbatana (Nationaal Museum, Teheran)

Een van de vele wonderlijke verhalen die de Griekse onderzoeker Herodotos van Halikarnassos vertelt, is zijn beschrijving van Ekbatana, dat volgens hem de hoofdstad was van het Iraanse volk der Meden. Het gaat met zekerheid om de huidige stad Hamadan in het westen van Iran: beide plaatsnamen gaan terug op een oud-Iraans woord Hagmatana, “verzamelplaats”. Herodotos vertelt dat een zekere Deïokes, een onkreukbare rechter, de verschillende Medische groepen tot een eenheid maakte en een hoofdstad stichtte.

Ekbatana is vanwege de concentrisch gebouwde muren onneembaar. Ze zijn zo aangelegd dat iedere ringmuur slechts met zijn tinnen boven de volgende uitsteekt. Deze constructie werd vergemakkelijkt door het feit dat de vesting zich op een heuvel bevindt, maar het is voornamelijk het werk van mensenhanden geweest. In totaal zijn er zeven van dergelijke cirkels en in het middelpunt staat het paleis met de schatkamers. … De tinnen van de eerste vijf zijn fel beschilderd in verschillende kleuren: wit voor de eerste, dan zwart, de derde rood, de vierde blauw en de vijfde oranje. De twee binnenste muren zijn respectievelijk verzilverd en verguld. Dit vestingwerk diende om de koning en zijn onderkomen te beschermen. Op bevel van Deïokes moest het volk zijn huizen in een kring om de buitenmuur heen bouwen.noot Herodotos, Historiën 1.98; vert. Hein van Dolen.

Lees verder “Ekbatana”

De drie antieke filosofische culturen (2) Ontstaan en wisselwerking

[De komende tijd zal Kees Alders in enkele blogseries de verschillende stromingen binnen de antieke Chinese en Indische filosofie behandelen. Vandaag het slot van de inleiding, waarvan het begin hier was.]

Het gangbare beeld is dat de Griekse, Indische en Chinese filosofie tegelijkertijd, ongeveer zes eeuwen vóór het begin van onze jaartelling, zouden zijn ontstaan, onafhankelijk van elkaar, en dat ze zich in de eerste daarop volgende eeuwen vrijwel los van elkaar hebben ontwikkeld. Maar is dat wel zo?

Lees verder “De drie antieke filosofische culturen (2) Ontstaan en wisselwerking”

Wat is een diadeem?

Alexander met een diadeem met ramshoorns (Numismatisch museum, Athene)

Het nadeel van een blog die al bijna veertien jaar loopt, is dat je weleens in herhaling moet vervallen. Ik heb weleens eerder geblogd over diademen, die voornaamste tekens van koninklijke waardigheid in de Oudheid. Zo lepelde ik een keer de mooie anekdote op dat op een dag, toen Alexander de Grote een boottochtje maakte op de Eufraat, zijn diadeem afwaaide en in het moeras belandde, en dat Seleukos die zwemmend ophaalde, waarbij hij de haarband droog hield door die op zijn eigen kruin te plaatsen. Zijn koning beloonde hem én liet hem slaan omdat hij het koninklijk attribuut had gedragen – en achteraf bleek het een voorteken van Seleukos’ koninklijke macht.

Eerst even twee voorlopers. De beroemde wagenmenner van Delfi, een van de indrukwekkendste beelden uit de Oudheid, heeft een inderdaad een haarband; een praktisch ding als je in een vierspan moet racen. Het beroemde, rond 420 v.Chr. door de beeldhouwer Polykleitos vervaardigde beeld van de Diadoumenos toont een jonge atleet die zijn haar aan het binden is – de door Winckelmann gegeven naam is een beetje een misvatting. De diadeem werd pas meer dan een gewone haarband toen de Griekse alleenheersers van Syracuse gouden kransen rond hun hoofd begonnen te binden.

Lees verder “Wat is een diadeem?”

Cornelis de Bruijn (10) Persepolis

De uitklapplaat van Persepolis in het boek van Cornelis de Bruijn

Dit is het tiende van dertien stukjes over Cornelis de Bruijn. Het is ook het meest spectaculaire (vind ik). Het eerste blogje was hier.

***

Persepolis

Op 8 november 1704 arriveerden Cornelis de Bruijn en VOC-ambtenaar Adriaan Backer in Persepolis, waar ze tot 23 januari 1705 zouden blijven. Ze waren niet de eerste westerlingen die de oude stad bezochten. Ze ligt immers langs de hoofdweg van de Perzische Golf en Shiraz naar Isfahan. Verschillende Europese reizigers hadden al beschrijvingen gegeven van Chehel Minar, “veertig kolommen”, maar geen van hen verbleef tweeënhalve maand tussen de ruïnes, geen van hen raakte zo vertrouwd met de plek, geen van hen maakte zulke prachtige illustraties.

De Bruijns boek, Reizen over Moskovie, door Persie en Indie, bood de eerste betrouwbare beschrijving van de oude ruïnes, die hij correct identificeerde als de overblijfselen van de hoofdstad van het oude Achaimenidische Rijk, wat destijds nog werd betwist. De Fransman Jean de Thévenot (1633-1667) vond de plek te klein en suggereerde dat het een tempel was. De Bruijn realiseerde zich echter dat het terras slechts een deel was van de stad en dat de mensen in de vlakte hadden gewoond: een idee, zo geeft hij toe, dat hem in een Perzisch boek was geopperd.

Lees verder “Cornelis de Bruijn (10) Persepolis”

Jood: een antiek, ambigu begrip

Een sjekel van Israël uit het tweede jaar van de Joodse Opstand (Museum Masada)

Ik blogde gisteren over het nieuwe boek van Ewoud Sanders, Jood. De vergeten geschiedenis van een beladen woord. Het lezen van Sanders’ boek bracht me op het idee eens een blogje te wijden aan het antieke gebruik van datzelfde woord – יְהוּדִי, Ἰουδαῖος, Judaeus.

Juda

Zulke woorden zijn afgeleid van de naam van de stam Juda, die in de IJzertijd leefde in de omgeving van de stad Jeruzalem. Koning David voegde die stad, die niet bij een van de twaalf Bijbelse stammen behoorde, toe aan zijn koninkrijk.noot 2 Samuël 5.6-9. Na het uiteenvallen van dat rijk, ergens rond 930 v.Chr., bleef Jeruzalem de hoofdstad van het zuidelijke koninkrijk. Dat bestond uit twee voormalige stammen, Juda en Benjamin, en omdat die laatste nogal klein was, heette het koninkrijkje dat vanuit Jeruzalem werd bestuurd, naar de grootste stam: Juda.

Lees verder “Jood: een antiek, ambigu begrip”

Pamfylië

Korakesion

Pamfylië: eigenlijk iedereen die zich met de Oudheid bezighoudt heeft er wel eens van gehoord, maar het is ook een onbekend gebied. Je rijdt er doorheen als je van oostelijk Turkije langs de kustweg naar het westen gaat. Voor toeristen is Aspendos vermoedelijk de voornaamste plek om te stoppen, wellicht gevolgd door een bezoek aan het museum van Antalya als er in die stad wordt overnacht.

Pamfylië is een kuststrook, gevormd door de afzettingen van drie rivieren: de Kestros, de Eurymedon en de Melas. Ze monden uit in de Middellandse Zee, die hier de Golf van Antalya wordt genoemd. In het westen ligt Lycië, in het noorden liggen nog altijd de dennenbossen van Pisidië en in het oosten gaat Pamfylië over in Cilicië. Het grensfort had een oude Luwische naam waarin de Grieken hun woord Korakesion hoorden, “kraaiennest”. Het is het huidige Alanya.

Lees verder “Pamfylië”

De Kariërs

De kust van Karië

Het huidige Griekenland geldt als het moederland van de Grieken, maar vanouds woonden er Grieken aan de overzijde van de Egeïsche Zee. Van noord naar zuid heetten die de Aioliërs, Ioniërs en Doriërs. Die laatsten woonden naast de Kariërs, een volk dat al in de Bronstijd staat vermeld in Hittitische teksten en dat een eind vorige eeuw ontcijferde Anatolische taal sprak. Na de instorting van het Bronstijdsysteem en de slecht begrepen Vroege IJzertijd is Homeros de eerste die ze weer vermeldt: de Kariërs waren bondgenoten van de Trojanen en ze woonden rond Milete.noot Homeros, Ilias 2.867ff. Dat is wat noordelijker dan we zouden verwachten, maar het kan zijn dat Homeros authentieke informatie bewaart uit de Late Bronstijd. In de tussentijd waren namelijk de Frygiërs vanuit Europa overgestoken naar Anatolië en er waren wat verschuivingen.

De banden tussen de Kariërs en de Grieken waren nauw. Herodotos, geboren in de Karisch-Griekse stad Halikarnassos (Bodrum), is een voorbeeld: zijn vader droeg de Karische naam Lyxes.

Lees verder “De Kariërs”

Het zoroastrisme

De kosmologie van het zoroastrisme als rotsreliëf. Rechts vertrapt Ahuramazda de duivel Angra Mainyu, links vertrapt Ardašir I zijn tegenstander Artabanos IV .

De Gatha’s, die ik in het vorige stukje introduceerde, vormen slechts een deel van de Avesta, en taalkundigen herkennen de jongere delen. De belangrijkste innovatie van het latere zoroastrisme is dat Zarathuštra’s volgelingen De Leugen personaliseerden. In verschillende teksten, geschreven in een taal die even oud lijkt als die van de Gatha’s, krijgt het kwaad een naam: Angra Mainyu, “de vijandige geest”. Hij geldt als leider van de demonen en in het Scheppingsverhaal plaatst hij tegenover alles wat goed is steeds iets slechts. De Geist der stets verneint staat in jongere teksten ook bekend als Ahriman.

Onuitgewerkt monotheïsme

Dat twee kosmische machten, de scheppende kracht Ahuramazda en de anti-kracht Angra Mainyu, tegenover elkaar staan, leidt tot de vraag of de laatste door de eerste is geschapen. In voor ons iets herkenbaarder jargon: schiep god de duivel? Wilde het goede het kwade? Het lijkt erop dat de vroegste zoroastriërs deze concepten, die zij als eersten ontwikkelden, nog niet volledig hadden doordacht.

Lees verder “Het zoroastrisme”

Achaimenidisch Perzië (6)

Darius III Codomannus op het Alexandermozaïek (Pompeii, nu in het Archeologisch Museum van Napels)

[Laatste van zes blogs over Achaimenidisch Perzië, dat tussen het midden van de zesde eeuw v.Chr. en 330 heel het Nabije Oosten verenigde. Het eerste deel is hier.]

Ik vertelde in mijn vorige blogje dat de Griekse bronnen over de regering van Artaxerxes IV Arses niet heel erg betrouwbaar zijn. Feitelijk woedde een burgeroorlog. Als een koning uit de dynastie der Achaimeniden zijn macht vestigde, wilde nog wel eens een satrapie in opstand komen. Vaak was de leider een halfbroer, door de vorige koning verwekt bij een andere echtgenote.

Burgeroorlog in Achaimenidisch Perzië

Ook Artaxerxes IV werd ermee geconfronteerd. Er is weinig bekend over de opstand van Nidin-Bel in Babylonië, die wordt genoemd op slechts één, beschadigd kleitablet. Meer zekerheid is er over de revolte van een zekere Chababash, die de onafhankelijkheid van Egypte wilde herstellen. Dat in het verre westen de steden der Yauna in opstand kwamen, is bekend uit verschillende Griekse bronnen, die melden dat in het voorjaar van 336 het Macedonische leger op sommige plaatsen met open armen werd ontvangen. De voor Artaxerxes gevaarlijkste opstand lijkt in Armenië te zijn begonnen en wordt genoemd in de zogeheten Dynastieënprofetie, een Babylonische tekst die op cryptische wijze de regering van enkele heersers beschrijft. Artaxerxes IV, zo lezen we,

Lees verder “Achaimenidisch Perzië (6)”