Het museum in Cairo

De Perzische koning Kambyses vereert de Apis: een reliëf dat wel behoort tot de collectie van het museum in Cairo, maar dat ik er niet heb gezien. Dit is dan ook een scan uit G. Posener, La première domination Perse en Egypte (1936).

Afgelopen maandag maakten enkele Europese musea bekend dat ze het Egyptisch Museum in Cairo – het staat aan het beroemde Tahrirplein – wilden gaan helpen om

met de gezamenlijk expertise een masterplan te ontwerpen voor de transformatie van gebouw, tentoonstellingen, publieksaanbod, collectiebeheer en onderzoek. Daarmee wil het Egyptisch Museum zich op de kaart zetten als modern (inter)nationaal centrum voor educatie, wetenschap en vermaak.

Als ik voor elke keer dat het cliché dat iets op de kaart gezet moest worden een euro had gekregen, kon ik nu een lang weekend op vakantie naar Cairo, daar mijn intrek nemen in het Carlton-hotel en twee dagen doorbrengen in opgemeld museum. Het zou me misschien tegenvallen, want een deel van de collectie is overgebracht naar een Grand Egyptian Museum in Giza, bij de piramiden, dat in 2020 zal worden geopend. De vondsten uit het graf van Toetanchamon zijn niet langer aan het Tahrirplein en dus is er inderdaad reden om het museum te herorganiseren. En het valt alleen maar te prijzen dat het daarbij samenwerkt met andere musea.

Niet dat iemand in Cairo dit ooit zal lezen, maar ik wil wel een suggestie doen: toon niet alleen mooie en boeiende voorwerpen, maar vertel ook hoe we die interpreteren. Dat idee vergt wat toelichting.

Mij sloeg de schrik om het hart toen het Grand Egyptian Museum aankondigde dat het de aandacht zou vestigen op het thema van de Egyptische koningen. Dat is een nogal negentiende-eeuws idee. Toen het hiëroglyfenschrift was ontcijferd, werden de eerste egyptologen geconfronteerd met allerlei vormen van moeilijk begrijpbare informatie en het was onvermijdelijk dat ze die interpreteerden vanuit hun eigen kaders. Dus werd het oude Egypte getypeerd als een territoriaal begrensde staat, net als de Europese staten, geregeerd door een koning, net als de Europese staten, die behoorde tot een dynastie, net als de Europese vorsten, met imperialistische ambities, net als de Europese staten. Andere typisch negentiende-eeuwse thema’s waren slaven, steden en de spanning tussen enerzijds unificatie, centralisatie en natie en anderzijds de lappendeken van regionale eenheden. En altijd was er weer godsdienst: de bizarre ratjetoe aan goden gold als eerste fase van een evolutie richting monotheïsme en atheïsme. Hierbij werd het verre verleden gereconstrueerd door het hedendaagse heden gewoon om te keren. (We zijn opgezadeld met antieke harems omdat het de omkering was van het victoriaanse, monogame huwelijk.)

Het focus op koningen en dynastieën is dus nogal tijdgebonden en honderdvijftig, tweehonderd jaar oud. Je kunt het compenseren door aandacht te besteden aan het dagelijks leven van de gewone Egyptenaar, zoals in het Grand Egyptian Museum ook zal worden gedaan. Maar je kunt het ook structureler aanpakken: toon die wisselwerking tussen de negentiende eeuw, het verre verleden en onze eigen tijd. Anders gezegd: leg uit hoe wij proberen los te komen van verouderde frames.

Eén zo’n frame is het nationalisme. Begrijp me niet verkeerd, er is niets mis met trots op je eigen land. Ik zal nooit verheimelijken afkomstig te zijn uit een land met een overlegtraditie, waar mensen wonen die te eerlijk zijn om hoofs te huichelen (en daardoor nogal eens bot overkomen). Maar de Oudheid kende geen volken zoals wij die kennen en het is tijd dat negentiende-eeuwse idee los te laten. Net als de territoriaal begrensde staat, koningen, dynastieën en nog zo wat thema’s.

Wat me brengt bij een verdere suggestie: kijk eens in Ankara, in het Museum voor Anatolische Beschavingen. Dat toont dezelfde millennia die egyptologische musea tonen. Alleen wordt daar niet de nadruk gelegd op één cultuur, maar op de wisselwerking tussen diverse culturen.

Het aardige is dat zoiets in Egypte ook heel goed kan. Nu allerlei vondsten uit het derde en tweede millennium v.Chr., toen Egypte redelijk in zichzelf besloten was, van het Tahrirplein zijn verhuisd richting piramiden, kan in het museum van Cairo de aandacht komen liggen op het eerste millennium: de waanzinnig interessante Late Tijd, toen Egypte open kwam te staan voor invloeden uit Libië, Nubië, Assyrië, Perzië en de Griekse wereld. Denk aan de Judese, Syrische en Babylonische troepen in Elefantine waarover ik zondag schreef. Of denk aan de stele die hierboven staat afgebeeld.

In zo’n tof museum zou ik geen twee dagen nodig hebben, maar twee weken.

12 gedachtes over “Het museum in Cairo

  1. Ineke C.W. Rabbering

    Beste Jona,
    wat weet jij op een lichtvoetige manier, belangrijke thema’s aan de orde te stellen. Inspirerend. Ik word er leergierig van.

    Ik ben op zoek naar meer informatie ove (aarts)bisschop Remigius van Reims in de 5/6 eeuw. Via google is er wel het een en ander te vinden. Over het verhaal rondom Clovis 1 die door hem is ingewijd/ gezalfd in het Christendom. Er is kennelijk over deze bijzondere Remigius weinig beschreven? In Oudewater had ik het bijna voor elkaar een gedicht op de muur te krijgen bij de vernieuwde boogbrug die eens de Remigiusbrug heette.Mijn doel? Remigius uit de eeuwenoude stofnesten “op het podium” te krijgen.

    [adresgegevens verwijderd door moderator]

    1. Roger van Bever

      Ik weet niet hoe uitgebreid uw kennis is van de Heilige Remigius en waarom die boogbrug ooit de naam Remigiusbrug heeft gekregen. Over het leven van ‘Saint-Rémi de Reims’ is vrij veel bekend, meestal gaat dat natuurlijk wel over de bekering van Clovis en zijn vrouw Clotilde en de invloed die hij had op deze koning en koningin der Franken. Weet u zeker dat de brug naar deze bisschop-heilige vernoemd is? Er zijn nog een drietal andere Franse heiligen met de voornaam Rémi, soms ook als Remi gespeld.
      Zie: https://nominis.cef.fr/contenus/saint/439/Saint-Remi.html
      Toevallig ben ik momenteel een boek aan het lezen ‘Clovis’ van emeritus hoogleraar Raoul Bauer (Leuven) uitgegeven door het Davidsfonds. Daarin komt de Heilige Remigius ook vaak ter sprake.

  2. Frans

    Vertel ook hoe we die interpreteren… Dat gaat toch beter in een boek. Ik weet niet hoe het met anderen is, maar als ik in een museum ben, heb ik geen zin om lange teksten te lezen. Maar goed, een tentoonstelling “Egyptologie van Napoleon tot nu” zou ook een goed idee zijn en kan laten zien hoe inzichten veranderen. In Caïro zal niemand dit lezen, maar misschien in Leiden wel?

  3. FrankB

    “Het focus op koningen en dynastieën is dus nogal tijdgebonden.”
    Als laat-20e eeuwer vind ik dat dan ook saaaaaiiiii.

  4. Jeroen

    Dat alles een erfenis is van ‘negentiende eeuw’ hoor ik echt bij elk stukje geschiedschrijving. Focus op ‘rijkemannengeschiedenis’, middeleeuwen vol modder en bochels, eurocentrisme etc. etc.

    Het enige wat mij nog nooit goed duidelijk is geworden, is wat er nu zo sterk was aan die negentiende-eeuwse boodschap dat zij kennelijk nog steeds (in de 21e!) niet zou zijn ingehaald. Hebben we dan geen 20e eeuw gehad? Heeft de 21e (die immers ook al weer voor 1/5 voorbij is.. aarrrgghh) dan geen impact?

    Waarom was dat 19e eeuwse beeld zo krachtig dat we het er nog steeds te pas en te onpas bij halen, danwel ervoor waarschuwen?

    1. Ik vrees dat het iets te maken heeft met de wijze waarop de academische wetenschap zich na de jaren zeventig heeft teruggetrokken uit de maatschappelijke discussie. Als je aanneemt dat wetenschappelijke inzichten veertig jaar vertraagd doordringen tot het grote publiek, dan zijn we dus in de jaren dertig blijven hangen. En inderdaad: een boek als het Herfsttij wordt herdrukt. De vernieuwingen daarna zouden hebben kunnen doordringen tot het grote publiek als de universiteit hun overdrachtstaak serieuzer hadden genomen.

      Een tweede factor zou kunnen zijn dat er minder uren voor geschiedenisonderwijs zijn, al weet ik niet goed hoe dit precies zo is.

      1. Jeroen

        Zou een groeiend individualisme er wat mee te maken kunnen hebben?; het is -vooral onder de wat jongere generaties- tegenwoordig de normaalste zaak van de wereld dat iedereen ‘zijn’ eigen waarheid heeft.
        Niet alleen universiteiten, maar ook politie, medici, de leraar, media en meneer pastoor hebben aan gezag ingeboet, danwel zijn deze helemaal verloren.

        Iedereen googled er op los, via computer of telefoon… (uiteraard voorzien van dàt ene hoesje dat jouw unieke persoonlijkheid volledig tot uitdrukking brengt).
        Iedereen is zijn eigen expert en laat zich zomaar niet iets wijsmaken door een of andere ‘expert’!
        En dat zou op zich nog niet zo’n ramp zijn, als de informatie op google grotendeels zou kloppen.

        Ik hoorde enkele dagen geleden nog een radio-stukje over huisartsen die patiënten op het spreekuur krijgen die letterlijk zeggen: ‘dit en dit mankeer ik; je kan me niks anders wijsmaken, en je gaat me deze en deze medicijnen voorschrijven’…daar zit zo’n arts dan… diploma netjes ingelijst aan de muur…

        Het Dunning-Kruger effect wordt dat op internet wel eens genoemd.

        Dus universiteiten kunnen zich wel weer opnieuw in het maatschappelijk debat proberen te wurmen, maar zou dat nog lukken? Zijn ze die plaats niet voorgoed kwijt (en ‘voorgoed’ gebruik ik uiteraard licht chargerend, for the sake of argument)?

      2. Roger van Bever

        Als we ons beperken tot het vak geschiedenis zou volgens mij de enigszins verouderde gedachte van historici een rol kunnen spelen dat geschiedschrijving niet te dicht de tijd waarin we nu leven moet benaderen. De geschiedenis moet een beetje ‘uitgerijpt’ zijn als het ware, want we weten nog niet alles. Jan Romein, met zijn zes fasen van geschiedschrijving, gaande van ooggetuige tot synthese, heeft deze stelling gelanceerd. Voor de periode na de oorlog (WO II) is er nog geen synthese geschreven en is het niet-professioneel publiek vaak aangewezen op de beeld-media en/ of de geschreven media. Ik moet er wel bij zeggen dat er ook al goede boeken over bvb. de Koude Oorlog bestaan. Of over het Midden-Oosten die ook veel dingen die daar nu gebeuren op basis van kennis van de voorgeschiedenis proberen te verklaren (denk aan het boek van Robert Fisk: The Great War for Civilisation: The Conquest of the Middle East )
        Als niet-historicus met een zeer grote belangstelling voor geschiedenis, ben ik geabonneerd op een tiental historische tijdschriften in het Nederlands, Duits, Frans, Engels of Italiaans. Wat opvalt is dat er in wat langere artikelen meer echte informatie staat dan in de kortere berichtjes die snip-snap over allerlei dingen gaan en die vooral ‘leuke’ weetjes, maar weinig ‘geschiedenis’ bieden aan de lezer over de hedendaagse periode. Verder is er een ‘overkill’ aan ‘informatie’, waardoor de essentie van wat er momenteel gebeurt, niet doordringt omdat het geen ‘herkauwde’ informatie is. Ik weet niet of de opvatting van historici waarmee ik mijn reactie begon nog steeds bestaat.

  5. En dan ben je nog niet eens in ‘de kelders’ van het museum aan het Tahrirplein geweest: met wat daar ligt te verstoffen, te verrotten of gewoon opgeslagen kun je nog een volledig museum inrichten. Het Carlton hotel vond ik destijds niet echt geweldig, maar mogelijk is het na mijn laatste bezoek aan Egypte wat aangepast. Daar waren wel plannen voor (maar plannen zijn standaard in Egypte, evenals samenzweringen).

  6. Rob Duijf

    Het probleem ‘met trots op je eigen land’ is, dat het zo snel verblind…

    ‘(…) een land (…) waar mensen wonen die te eerlijk zijn om hoofs te huichelen (…)’

    Welk land is dat?

    Alle gekheid op een stokje: we hebben hier een overlegcultuur en geen oplegcultuur en dat is een groot goed. Maar daarmee is de samenleving niet ‘af’. Het voortdurende conflict tussen behoudzucht en vooruitstrevenheid zet een rem op ontwikkeling. Het levert spanningen met grote krachten op, die vroeg of laat de kop op steken. Dan kun je lullen als bootsman, maar is de geest eenmaal uit de fles, dan is ie niet meer terug te stoppen. Ook hier niet.

  7. Roger van Bever

    @ JL

    ‘Ik zal nooit verheimelijken afkomstig te zijn uit een land met een overlegtraditie, waar mensen wonen die te eerlijk zijn om hoofs te huichelen (en daardoor nogal eens bot overkomen).’

    Zozo, Jona, wat ben ik, niet afkomstig uit dit land, trots en dankbaar om in dit ‘exclusieve’ land van mensen die ‘te’ eerlijk zijn om ‘hoofs’ te huichelen te mogen wonen! Wat hebben degenen die wel afkomstig zijn uit dat bijzondere land het toch buitengewoon goed met zichzelf getroffen.

    1. De Beck Stephan

      Wat mis ik in Vlaanderen de bereidheid tot staken zoals die diep ingeworteld zit in de zuiderse cultuur van hen die hier 5 km. verder wonen – de walen – hier in Vlaanderen is het ook veelal Ja baas Neen baas – onmiddellijk baas – overlegcultuur betekend dat je eenmaal je mening mag zeggen en dat je dan moet zwijgen en doen wat het patronaat je oplegt.

Reacties zijn gesloten.