Geliefd boek: Playing Cards in Cairo

De Britse journalist Hugh Miles (1977) vertelt in zijn persoonlijke Playing Cards in Cairo. Mint tea, Tarneeb and Tales of the City (2008) over liefde in Caïro. Hij beschrijft onder andere de amoureuze omgangsvormen tussen jonge mensen in een chaotische stad. Zelf raakt hij verliefd op Roda, een Egyptische arts, hoewel het aanvankelijk erg moeilijk is haar te ontmoeten. Voor een ongehuwde vrouw is het problematisch om met een man, laat staan een buitenlander, in het openbaar te verschijnen. Ze brengen daarom veel avonden bij Roda thuis door waar ze met haar vriendinnen Tarneeb spelen, een kaartspel dat op bridge lijkt.

Toneelspel

Miles vertelt dat zijn vriendin Roda geen broer heeft en haar vader in Koeweit werkt. Door de afwezigheid van nauw verwante mannen kan ze zich meer vrijheden veroorloven dan haar getrouwde en ongetrouwde vriendinnen. Maar ze gaat in het begin niet zo ver om Hugh in zijn appartement te bezoeken, want dat zou erg slecht voor haar reputatie zijn. Zelfs in haar eigen buurt is na korte tijd bekend dat Miles ongehuwd is en haar bezoekt. Want in de

close-knitted Caïro society, where everybody makes it their business to know everyone else’s business

verspreiden geruchten zich snel. Uiteindelijk waagt ze het erop, lichtelijk vermomd en met een zonnebril, om bij hem thuis te komen. De conciërge en parkeerwachters maken er een sport van om haar zichzelf te laten verraden door Arabisch tegen haar te spreken. Ze reageert niet. Zoals Miles opmerkt, zijn Egyptische vrouwen onder de druk van zedig gedrag in het openbaar ervaren toneelspeelsters.

Lees verder “Geliefd boek: Playing Cards in Cairo”

Al-Hakim

Fatimidische kristallen fles (Louvre, Parijs)

Het was diep in de nacht van de 27e shawwal van het jaar 411 volgens de islamitische jaartelling ofwel 13 februari 1021, toen kalief Al-Hakim bi-Amr Allah zijn paleis verliet, gezeten op zijn grauwe ezel Qamar, “maan”, en vergezeld door twee dienaren. Het zou een veelbewogen nacht worden.

Kalief Al-Hakim was een wonderlijke man. Hij behoorde tot de Fatimidische dynastie, waarvan de heersers de sji’itische islam propageerden. Alleen niet in de vorm zoals die tegenwoordig in vooral Iran bestaat, maar in de zogenaamde Ismaëlitische stroming. Zoals wel meer shi’itische leiders keerde hij zich tegen de soennieten en was hij tolerant voor joden en christenen. In 1004 was aan dat beleid echter een einde gekomen. Hij verbood de christelijke feestdagen en ook mochten mensen geen wijn meer drinken, wat zowel voor christenen als joden problemen opleverde. Ook kwamen er kledingvoorschriften: niet-islamitische vrouwen dienden bijvoorbeeld één rode en één zwarte schoen te dragen.

Lees verder “Al-Hakim”

Het museum in Cairo

De Perzische koning Kambyses vereert de Apis: een reliëf dat wel behoort tot de collectie van het museum in Cairo, maar dat ik er niet heb gezien. Dit is dan ook een scan uit G. Posener, La première domination Perse en Egypte (1936).

Afgelopen maandag maakten enkele Europese musea bekend dat ze het Egyptisch Museum in Cairo – het staat aan het beroemde Tahrirplein – wilden gaan helpen om

met de gezamenlijk expertise een masterplan te ontwerpen voor de transformatie van gebouw, tentoonstellingen, publieksaanbod, collectiebeheer en onderzoek. Daarmee wil het Egyptisch Museum zich op de kaart zetten als modern (inter)nationaal centrum voor educatie, wetenschap en vermaak.

Als ik voor elke keer dat het cliché dat iets op de kaart gezet moest worden een euro had gekregen, kon ik nu een lang weekend op vakantie naar Cairo, daar mijn intrek nemen in het Carlton-hotel en twee dagen doorbrengen in opgemeld museum. Het zou me misschien tegenvallen, want een deel van de collectie is overgebracht naar een Grand Egyptian Museum in Giza, bij de piramiden, dat in 2020 zal worden geopend. De vondsten uit het graf van Toetanchamon zijn niet langer aan het Tahrirplein en dus is er inderdaad reden om het museum te herorganiseren. En het valt alleen maar te prijzen dat het daarbij samenwerkt met andere musea.

Lees verder “Het museum in Cairo”

De Armeense genocide: Verzet

De resten van de oude stad van Van; citadel in de achtergrond, minaret iets links van het midden.

[Vijfde deel van een serie van zes; het eerste is hier.]

Natuurlijk verzetten de Armeniërs zich. De tegen hen ondernomen operatie hing immers al een kleine kwart eeuw in de lucht en het is niet voor niets dat Talaat Pasha eerst de Armeense dienstplichtigen uit het leger haalde en ontwapende. Zoals al aangegeven bood de bevolking van de oostelijke stad Van weerstand. Cevdet Bey, een zwager van minister van oorlog Enver Pasha, slaagde er niet in de stad in te nemen, wat hem er niet van weerhield het platteland te terroriseren. Uiteindelijk waren het de Russen die Van ontzetten en de macht overnamen in de gebieden rond het Van-meer.

Toen de Ottomaanse legers de Russen terugdreven, vluchtten de Armeniërs met hun bevrijders mee naar Oost-Armenië (d.w.z. het door de Russen beheerste deel van het gebied, de huidige republiek). Wie Van tegenwoordig bezoekt, zal ten zuiden van de citadel een eenzame minaret zien staan en links en rechts nog wat muren. Dat is alles wat resteert van de oude stad.

Lees verder “De Armeense genocide: Verzet”

Het Midden-Oosten en zijn verledens

Zomaar iets oud-oosters: het beeldje van een Nubiër (Metropolitan Museum of Art, New York)

Nationale archeologische musea vertellen veel over de wijze waarop een natie kijkt naar haar verleden. Een vergelijking tussen de musea van Ankara en van Cairo is verhelderend.

Het Egyptische Museum in Cairo concentreert zich op de Bronstijd, dat wil zeggen het derde en tweede millennium v.Chr., waarin het land van de Nijl achtereenvolgens het Oude, het Midden- en het Nieuwe Rijk zag bloeien, onderbroken door tussenperioden van politieke verdeeldheid. De IJzertijd, ruwweg het eerste millennium, blijft betrekkelijk onderbelicht.

Lees verder “Het Midden-Oosten en zijn verledens”