Madinat al-Zahra

Huis van Jaffar, Madinat al-Zahra.

Een tijdje geleden kondigde ik een stukje aan over Madinat al-Zahra, de paleisstad die Abd al-Rahman III van Córdoba stichtte nadat hij zich in 929 had uitgeroepen tot kalief. Al bijna twee eeuwen was die titel voorbehouden aan de Abbasidische heerser in Bagdad, en hoewel de Umayyadische heersers van het Emiraat van Córdoba behoorlijk wat eigendunk hadden, hadden ze er nooit moeite mee gehad de kalief te erkennen als de ene heerser der gelovigen. Dat was echter veranderd toen een andere dynastie, de Egyptische Fatimiden, het kalifaat eveneens had opgeëist. Nu er meer dan één kalief was, kon Abd al-Rahman niet achterblijven: ook hij moest de hoogste titel hebben. En dus kon zijn hoofdstad niet minder zijn dan Bagdad of Cairo.

Residentie

Abd al-Rahman stichtte de nieuwe residentie van het nieuwe Kalifaat van Córdoba in 936 en deze werd vier jaar later in gebruik genomen. De naam Madinat al-Zahra, wat misschien “de stralende stad” betekent, is weer zeven jaar later gedocumenteerd op munten, dus in 947. De stad werd na minder dan een eeuw verlaten en zelfs gesloopt: enkele zuilen zijn terecht gekomen in de Alcazar van Sevilla. Het materiaal dat archeologen hebben gevonden, is dus vrij scherp te dateren. De situatie doet wat denken aan Samarra, dat van 836 tot 892 Bagdad verving als kalifale residentie.

Lees verder “Madinat al-Zahra”

De Maghreb in de Middeleeuwen

Maquette van Qal’at Bani Hammad (Museum van Sétif)

Ik heb weleens de indruk dat oudheidkundigen die zich bezighouden met de Lage Landen in de Romeinse tijd, de seizoensmigratie onderschatten. Voor de Maghreb geldt het omgekeerde: er bestaat een neiging om de mobiliteit van de bevolking te overschatten. Heel veel Berbers waren sedentair – en dat al eeuwenlang. De Griekse onderzoeker Herodotos vermeldt het in de vijfde eeuw v.Chr.noot Herodotos, Historiën 4.187.

Het beeld van een grotendeels nomadische bevolking zal in de hand zijn gewerkt doordat een andere Griekse geschiedschrijver, Polybios, de Numidische koning Massinissa presenteert als De Grote Civilisator. Dat “Numidiërs” bedrieglijk veel lijkt op νομάδες zal ook een rol hebben gespeeld. En tot slot: toen de Fransen zich eenmaal van Algerije meester hadden gemaakt, kan het hun wel goed zijn uitgekomen de nadruk te leggen op nomadisme. Dat gold in Europa als minder beschaafd en dus konden de Fransen denken dat ze de bewoners van de Maghreb voor hun eigen bestwil hadden onderworpen. Ik heb eerlijk gezegd geen idee of het echt zo is gegaan, maar zou het me kunnen voorstellen.

Lees verder “De Maghreb in de Middeleeuwen”

Cornelis de Bruijn (4) Egypte

Cornelis de Bruijn, Alexandrië

Dit is het vierde van dertien stukjes over Cornelis de Bruijn. Het eerste was hier.

***

Egypte

Kunstenaars maakten een grand tour naar Italië: dat was niet bijzonder. Kooplieden voeren weleens naar les échelles du Levant: Smyrna, Constantinopel of de havens van wat nu Libanon heet. En er waren pelgrims in het Heilige Land. Maar slechts weinig mensen uit de Lage Landen kenden Egypte.

Hoewel Cornelis de Bruijn niet de eerste Hollander was die Ottomaans Egypte bezocht, besefte hij hoe bijzonder zijn verblijf was. Vanaf dit punt wordt Reizen door de vermaardste Deelen van Klein Azië gedetailleerder en biedt De Bruijn informatie die nieuw en nuttig was voor de geleerden van zijn tijd (en onze eigen tijd). En de geleerden hadden het geluk dat De Bruijn een professioneel tekenaar was: hoewel de gravures uit zijn boek niet de allermooiste zijn, bevatten ze veel informatie en waren ze beter dan alles wat eind zeventiende eeuw in Europa bekend was.

Lees verder “Cornelis de Bruijn (4) Egypte”

Asmahan, geheim agent

Asmahan

Hoe Asmahan als geheim agent is gerekruteerd, en door wie, is niet helemaal duidelijk. Haar contactpersoon heette Napier, maar het is onbekend of die in dienst was van de Britse MI6 of het Franse BCRA. Vast staat dat ze eind mei 1941 spoorslags afreisde naar Jeruzalem, waar ze verbleef in het King David Hotel. De kranten in Caïro schreven over het onverwachte vertrek van de grote ster. Vervolgens reisde ze naar Transjordanië, stak de grens met Vichy-Syrië over en ontmoette daar haar ex Hassan al-Atrash.

Het staat vast dat ze hem ervan overtuigde dat hij partij moest kiezen voor de Britten en dat ze later terugkeerde met adviezen over de route die de Geallieerden in juni 1941 inderdaad volgden. Mogelijk om Asmahans reis geloofwaardig te laten lijken, hertrouwden de twee. De bruiloft werd groots gevierd, met allerlei internationale gasten – de geheime missie was hidden in plain sight. Een soort Gino Bartali.

Lees verder “Asmahan, geheim agent”

Asmahan, prinses en zangeres

Asmahan

Vandaag is het tachtig jaar geleden dat de Arabische zangeres Asmahan overleed. Of werd vermoord. We zullen nooit weten of het een echt ongeluk was, of eerwraak, of een afrekening met een spionne. Maar daarover straks. Eerst: wie was Asmahan?

Asmahan was een artiestennaam. Ze heette eigenlijk Amal al-Atrash en kwam uit een familie van Syrische druzen. Niet zomaar een familie: de Al-Atrash-clan vormde feitelijk hoge adel en we kunnen haar beschouwen als prinses. Haar vader bekleedde dan ook een voorname bestuursfunctie in het Ottomaanse Rijk en Amal, geboren in 1912, groeide op in weelde. Maar ook in vooraanstaande families gaan weleens dingen verkeerd en Amals moeder zag zich in 1922 gedwongen haar man te verlaten. Het kwam niet alleen door een slecht huwelijk, maar ook doordat de Al-Atrash-clan een belangrijke rol speelde in het verzet tegen de Fransen, die na de Eerste Wereldoorlog Syrië als mandaatgebied hadden gekregen. De druzen streefden naar onafhankelijkheid, de Al-Atrash-clan kreeg het hard voor de kiezen en Amals moeder onttrok zich aan die stress.

Lees verder “Asmahan, prinses en zangeres”

De Nijl (1)

De Nijl

Ik heb de laatste tijd geblogd over antieke rivieren en rond vandaag en morgen af met de grootste van de oude wereld: de Nijl. Enigszins afhankelijk van de wijze waarop je de lengte berekent, is de 6850 kilometer lange stroom de langste rivier op deze planeet of de langste na de Amazone. Als je kijkt naar het afwateringsgebied, heel noordoostelijk Afrika dus, hoeft de Nijl alleen de Amazone en de Congo voor zich te laten.

Noordelijk Afrika bestaat grotendeels uit de onherbergzame Sahara. Als de Nijl geen vruchtbare corridor zou bieden door deze dorre zone, zou het vrijwel onmogelijk zijn om te reizen vanuit Sub-Saharisch Afrika naar het Middellandse Zeegebied of het Nabije Oosten. De Nijl is daarom een cruciale verbindingsweg en dat maakt het verleden van Nubië en Egypte tot het collectieve verleden van de gehele mensheid.

Lees verder “De Nijl (1)”

Waterbeheer in Kairouan

Waterbasin, Kairouan

De moskee van Kairouan is bekender, maar de grote ronde waterreservoirs van de oude Tunesische stad zijn minstens even interessant. Niet voor niets noemden Arabische reizigers Kairouan weleens de “cisternenstad”. Er waren ooit meer bassins, maar tegenwoordig resteren er slechts twee, elk geflankeerd door een kleine tank. Men rekent de bassins wel tot de belangrijkste waterbouwkundige werken uit de Arabische wereld en dat maakt ze meteen tot belangrijke Arabische cultuuruitingen. Water was immers niet alleen nodig om te drinken, maar ook voor irrigatie, voor badhuizen en voor religieuze handelingen. Er was vrijwel geen aspect van het dagelijks leven waarbij water niet was verondersteld.

Even wat feiten. Het water was afkomstig uit de zijrivieren van de Merguellil-rivier, aangevuld met regenwater, en stroomde door kanalen naar de kleine tanks. Daar kwam het tot stilstand, zodat modder en vuil konden bezinken. Na verloop van tijd vloeide het gezuiverde water naar de grote bassins. De wanden daarvan zijn gemaakt van oud puin dat is voorzien van een waterdichte laag. Zeg maar een coating. Een van de twee grote bassins had een inhoud zo’n 57.000 kubieke meter en is rond 860 na Chr. aangelegd door Khalaf al-Fata, een vrijgelatene van emir Abu Ibrahim Ahmad.

Lees verder “Waterbeheer in Kairouan”

Namen, namen, namen

Detail van een monument in Nikopolis aan de Donau

Onlangs blogde ik over Maës Titianus en ik opperde in een naschrift dat de Romeins-ogende naam wel eens feitelijk de weergave kon zijn van de Aramese naam Tattanay. Ook schreef ik dat hij afkomstig kon zijn uit de landstreek Mygdonië, in noordelijk Mesopotamië.

Griekse dubbelgangers

Verwarring! Iemand wees me erop dat Mygdonië in noordelijk Griekenland lag. En dat is waar. Maar het is niet de volledige waarheid. Er zijn namelijk twee Mygdoniës: het oorspronkelijke lag in Macedonië, zeg maar rond het huidige Thessaloniki, terwijl een tweede Mygdonië lag rond Nisibis. De verklaring is dat Macedonische en Griekse soldaten uit het leger van Alexander de Grote zijn gedemobiliseerd in Mesopotamië en hun nieuwe verblijfplaatsen begonnen te vernoemen naar landstreken in hun vaderland. Latere generaties huurlingen deden hetzelfde en zo vermenigvuldigden de namen zich.

Lees verder “Namen, namen, namen”

Geliefd boek: Playing Cards in Cairo

De Britse journalist Hugh Miles (1977) vertelt in zijn persoonlijke Playing Cards in Cairo. Mint tea, Tarneeb and Tales of the City (2008) over liefde in Caïro. Hij beschrijft onder andere de amoureuze omgangsvormen tussen jonge mensen in een chaotische stad. Zelf raakt hij verliefd op Roda, een Egyptische arts, hoewel het aanvankelijk erg moeilijk is haar te ontmoeten. Voor een ongehuwde vrouw is het problematisch om met een man, laat staan een buitenlander, in het openbaar te verschijnen. Ze brengen daarom veel avonden bij Roda thuis door waar ze met haar vriendinnen Tarneeb spelen, een kaartspel dat op bridge lijkt.

Toneelspel

Miles vertelt dat zijn vriendin Roda geen broer heeft en haar vader in Koeweit werkt. Door de afwezigheid van nauw verwante mannen kan ze zich meer vrijheden veroorloven dan haar getrouwde en ongetrouwde vriendinnen. Maar ze gaat in het begin niet zo ver om Hugh in zijn appartement te bezoeken, want dat zou erg slecht voor haar reputatie zijn. Zelfs in haar eigen buurt is na korte tijd bekend dat Miles ongehuwd is en haar bezoekt. Want in de

close-knitted Caïro society, where everybody makes it their business to know everyone else’s business

verspreiden geruchten zich snel. Uiteindelijk waagt ze het erop, lichtelijk vermomd en met een zonnebril, om bij hem thuis te komen. De conciërge en parkeerwachters maken er een sport van om haar zichzelf te laten verraden door Arabisch tegen haar te spreken. Ze reageert niet. Zoals Miles opmerkt, zijn Egyptische vrouwen onder de druk van zedig gedrag in het openbaar ervaren toneelspeelsters.

Lees verder “Geliefd boek: Playing Cards in Cairo”

Al-Hakim

Fatimidische kristallen fles (Louvre, Parijs)

Het was diep in de nacht van de 27e shawwal van het jaar 411 volgens de islamitische jaartelling ofwel 13 februari 1021, toen kalief Al-Hakim bi-Amr Allah zijn paleis verliet, gezeten op zijn grauwe ezel Qamar, “maan”, en vergezeld door twee dienaren. Het zou een veelbewogen nacht worden.

Kalief Al-Hakim was een wonderlijke man. Hij behoorde tot de Fatimidische dynastie, waarvan de heersers de sji’itische islam propageerden. Alleen niet in de vorm zoals die tegenwoordig in vooral Iran bestaat, maar in de zogenaamde Ismaëlitische stroming. Zoals wel meer shi’itische leiders keerde hij zich tegen de soennieten en was hij tolerant voor joden en christenen. In 1004 was aan dat beleid echter een einde gekomen. Hij verbood de christelijke feestdagen en ook mochten mensen geen wijn meer drinken, wat zowel voor christenen als joden problemen opleverde. Ook kwamen er kledingvoorschriften: niet-islamitische vrouwen dienden bijvoorbeeld één rode en één zwarte schoen te dragen.

Lees verder “Al-Hakim”