Nog één keer dan: de limes (1)

De Saalburg (even ten noorden van Frankfurt) is de moeder van alle limes-reconstructies.

Ik blogde onlangs over de wijze waarop de limes-berichtgeving, door gebrek aan gewicht, als clickbait meewaaide met reclame voor de gemeente Voorschoten. Dat was niet fijn: noch de limes noch de gemeente heeft er voordeel van dat wethouder Marcel Cramwinckel werd neergezet als Tjolk Hekking. Verschillende ambtenaren vroegen me om toelichting en ik leg daarom nog eens uit waarom de limes-voorlichting contraproductief is, wat je daar nu eigenlijk wil vertellen, hoe het beter kan en hoe zowel een gemeente als de limes-organisaties er voordeel van zouden hebben. Simpel samengevat:

  • ga niet uit van wie toevallig informatie aanbiedt maar ga uit van een reëel bestaande informatiebehoefte
  • de wetenschap hoeft het eerste en laatste woord niet te hebben maar de wetenschap negeren is nou ook weer niet nodig.

Voor de vaste lezers van deze blog: u weet dit al, want dit vertelde ik op een limes-netwerkdag, ik schreef erover in mijn veelgelezen limesmoeheid-stuk en ik besprak het in mijn praatje op de VU. Reguliere lezers van deze blog adviseer ik niet verder te lezen.

En vooraf ook nog even dit. Als ik beschrijf dat er rond de limes dingen fout gaan, doel ik niet op de talloze vrijwilligers die gratis en voor niets uitleg geven. Ik heb het over de bestuurlijke kant van de zaak. Ook daar is aan goede bedoelingen geen gebrek, maar er zijn inzichten in wetenschapscommunicatie die nog onvoldoende worden toegepast.

Waarom is de limes-voorlichting contraproductief?

Bon: waar zit het probleem? Ik beantwoord zo’n 200 vragen per week – het stukje over Voorschoten was het resultaat van zo’n vraag – en ik maak eigenlijk elke week wel kennis met iemand die verbijsterd is over het aanbod rond de limes. Het lijdt geen twijfel dat momenteel de geïnteresseerdste mensen afhaken. Deze constatering vormt slecht nieuws voor de limes-organisaties, want juist dit is de voor hen cruciale doelgroep. Als je deze mensen voor je wint, adviseren ze anderen om eens te gaan kijken. Het is hoe de Iran-expositie in het Drents Museum een succes werd en het is waarom het Rijksmuseum van Oudheden ook vorig jaar weer een bezoekersrecord brak: geïnteresseerde mensen zijn een vliegwiel. Omgekeerd: als mensen met belangstelling concluderen dat je rond de limes nooit iets vindt dat de moeite waard is, dan zeggen ze aan andere mensen dat het geen zin heeft er aandacht aan te schenken – en dat is dus wat momenteel gebeurt.

De verklaring heb ik al eens gegeven: het proces om de limes bekender te maken, vindt achterstevoren plaats. De diverse organisaties zijn niet begonnen met de vraag “wat is er inhoudelijk te vertellen?”, zijn niet vervolgens verder gegaan met de identificatie van boodschap, doelgroepen en middelen, en hebben niet pas daarna bedacht met welke partijen ze de boodschap wilden uitdragen. In plaats daarvan zijn enkele vertrouwde partijen rond de tafel gaan zitten.

Anders gezegd: de boodschap is komen af te hangen van het toevallig al aanwezige aanbod en niet van de reële informatiebehoefte. Er zaten dit keer archeologen en geen classici aan tafel, en dus krijgt het brede publiek, dat (zoals iedereen je kan vertellen die actief is in het veld) wél is geïnteresseerd in “de Oudheid” maar niet is geïnteresseerd in “de Oudheid met de beperkingen van de archeologen”, overwegend archeologische en niet op dat brede publiek afgestemde informatie. Zo groeit er dus minder draagvlak voor de limes dan je wil.

Het is overigens aannemelijk dat als er classici aan tafel hadden gezeten, hetzelfde was gebeurd: dan kreeg het publiek “de Oudheid met de beperkingen van de classici” in plaats van “de Oudheid” waarin het is geïnteresseerd. Het was beter geweest als de verschillende stappen in de juiste volgorde gezet zouden zijn: eerst vaststellen wat er inhoudelijk valt te vertellen en pas daarna uitzoeken met welke partijen je dat wil uitdragen.

Gek genoeg is dit in de aanloop naar het document dat bekendstaat als “Interpretatief Kader” geadviseerd geweest en desondanks niet gebeurd, wat betekent dat zinvolle adviezen blijkbaar niet doorkomen of onvoldoende op waarde worden geschat. Dat  is een serieus bestuurlijk probleem. Ook serieus: doordat het project uitgaat van bestaande partijen en niet van noodzakelijke partijen, zitten we nu met een bizarre verdubbeling van activiteiten: naast de al bestaande Week van de Klassieken is er nu een Romeinenweek. Nogmaals: u leest mijn VU-praatje, het limesmoeheid-stuk en netwerkdag-praatje maar voor de details.

Kortom: de limes-voorlichting is op dit moment niet alleen contraproductief doordat ze de cruciale doelgroep weinig heeft te bieden, ze verspilt ook geld doordat ze de infrastructuur negeert waarlangs mensen al informatie zoeken en vinden.

[Wordt vervolgd]

Een gedachte over “Nog één keer dan: de limes (1)

Reacties zijn gesloten.