Het einde van de Romeinse Republiek (4)

Portret van Caesar uit Nijmegen (nu in het Rijksmuseum van Oudheden)

[In de twee eerste stukjes beschreef ik het uitbreken en verloop van de Romeinse burgeroorlog tussen enerzijds Julius Caesar en anderzijds Pompeius en de Senaat. In het derde stukje kwam Caesars overwinning bij Farsalos aan de orde.]

Veel van de conservatieve senatoren die zo’n belangrijke rol hadden gespeeld bij het uitbreken van de burgeroorlog hoefden niet te zien dat hun overwinnaar zich steeds autocratischer zou gaan gedragen: ze waren gesneuveld. Toen Caesar hun lijken zag, kon hij slechts schamperen dat ze ’t hadden gekregen zoals ze het hebben wilden. Pompeius, die de oorlog niet had gewild, was te trots om Caesar genade te vragen en voer naar Alexandrië, waar hij werd vermoord. Zijn verslagen manschappen werden door Caesar opgenomen in vier nieuwe legioenen, die dienst zouden doen in de oostelijke provincies. Met drie van deze eenheden en zijn oude VI Ferrata zou Caesar in 47 een lokale leider in Noord-Turkije verslaan in een gevecht dat zou zijn vergeten als de zegevierende generaal de campagne niet had samengevat met de gevleugelde woorden “ik kwam, zag, overwon”.

Caesars mannen waren bereid voor hem door het vuur te gaan of, zoals het staat verwoord in de Aantekeningen bij de Spaanse Oorlog, de hemel voor hem te doen instorten. Crastinus, die zijn generaal voor de veldslag bij Farsalos had beloofd dat deze hem dankbaar zou zijn, was hem loyaal tot in de dood. Die trouw vloeide niet alleen uit voort uit het feit dat Caesar de soldij van zijn legionairs had verdubbeld, al zal dat ongetwijfeld een rol hebben gespeeld. Ze had er ook meer te maken dat de veldheer zich gedroeg als legionair en het goede voorbeeld gaf. In de aantekeningen bij de diverse oorlogen toont hij hoezeer hij hun mentaliteit deelde: voor hen was belangrijk wie zich dapper gedroeg en Caesar vermeldt regelmatig manschappen die zich onderscheidden.

Met deze legionairs stichtte Caesar de monarchie. Maar daarmee waren ze niet langer het leger van een politicus: nu deze de staat had overgenomen, konden de soldaten niet meer van hun generaal eisen dat ze een stad mochten plunderen, of hem dwingen op Rome te marcheren om te regelen dat ze een mooie boerderij zouden krijgen. Dan zouden ze zich immers vergrijpen aan de bezittingen van hun eigen leider, de enige die er nog was. Hoewel Caesar nog te maken zou krijgen met muiterijen, hield hij de wind eronder. Zijn voornaamste erfenis is dat hij de eerdere plunderbrigades wist om te vormen tot een gedisciplineerd en professioneel leger. Het is een van de redenen waarom hij de burgeroorlog won.

Er is nog een tweede reden. Doordat de Romeinen er niet in slaagden de rivaliteit tussen de machthebbers te beteugelen, braken er burgeroorlogen uit. Geweld ging een rol spelen in de politiek en uiteindelijk zou de senator winnen die beschikte over de machtigste legers en al zijn rivalen uitschakelde. Dat zou neerkomen op de stichting van een monarchie. Het was Caesar die zich als eerste realiseerde dat de overwinning voor het grijpen lag voor degene die bereid was het Romeinse burgerrecht te verlenen aan de bewoners van de provincies. De soldaten van V Alaudae en VI Ferrata, afkomstig van de Povlakte, behoorden tot zijn beste legioenen.

De consul die de man uit Como liet geselen – ik noemde hem in het eerste stukje – had dat niet begrepen. Er was geen toekomst voor de conservatieve visie dat het imperium bestond uit een welvarend Italië en een aantal daaraan ondergeschikte wingewesten. De geschiedschrijving bleef echter grotendeels in handen van Italianen: mannen als Titus Livius bijvoorbeeld, die wel eens gekscherend een Pompeiaan werd genoemd. Zij onderkenden het belang van de provincies niet. Wie dat wel scherp zag, was Appianus van Alexandrië. Maar die was dan ook afkomstig uit de provincie Egypte.

6 gedachtes over “Het einde van de Romeinse Republiek (4)

  1. FrankB

    “dat de veldheer zich gedroeg als legionair”
    Vraag ik me meteen af of Erwin Rommel door deze JC was geïnspireerd.

    “Geweld ging een rol spelen in de politiek”
    Deed het dat niet altijd al? JC was bv. bepaald niet de eerste die een Romeinse burgeroorlog won.

    “Het was Caesar die zich als eerste realiseerde …..”
    Marcus Livious Drusus probeerde het al enige decennia eerder, maar was zo onverstandig zich te laten vermoorden voordat (ipv nadat) hij gewonnen had.

    Mijn bezwaar tegen je reeks is dat je wel erg veel nadruk op Grote Mannen legt. Niet dat je aan heldenverering doet, maar het lijkt er wel erg op dat JC in zijn uppie de Republiek om zeep hielp. Hij speelde vanzelfsprekend een belangrijke rol, maar blijkbaar ben je niet van plan een vervolg te schrijven. Dat vind ik niet alleen jammer, maar je lijkt mij onvolledig te zijn.

    1. Dirk

      De gevleugelde woorden schopten het enkele jaren geleden tot een tattoo op de arm van een Belgische voetballer. Noch hij, noch de tatoeëerder hadden Latijn gestudeerd.

      Vini, vidi, vici.

      Ik denk dat Jona gelijk heeft met hier op de grote mannen te focussen. We kennen het grote plaatje: uitbreiding van het rijk, beroepssoldaten zonder deftige pensioenregeling, een cultuur die dignitas en virtus hoog in het vaandel droeg. Een man met charisma, doorzettingsvermogen en een tikkeltje geluk kon in deze onstabiele situatie een enorm verschil maken. Toegegeven: een goede entourage hielp ook. Labienus blijft bijvoorbeeld vaak onderbelicht.
      Het politieke geweld was in de eerste eeuw voor Christus toch toegenomen. De generatie van Caesar heeft niets anders gekend.

    2. Is dat wel zo? Aan het einde had ik precies de omgekeerde indruk: dat de provincies centraal stonden en bepaalden wie won.

  2. Otto Cox

    Caesar stichtte de monarchie: daar kan ik mij niet zo in vinden. Eigenlijk zie je al vanaf Pompeius (met onder andere zijnspeciale commando’s en solo-consulschap) een zoeken naar een staatsinrichitng die beter geschikt was voor het besturen van een imperium dat de traditionele republieinse inrichitng. Caesar zocht het in monarchale richting maar had ook de juiste vorm nog niet gevonden (we zullen nooit weten of hijzelf een duidelijk eindbeeld voor ogen had). Pas Augustus wist -ook na enig experimenteren- een vorm te vinden die werkte en ook voor de Romeinen acceptabel was.

  3. Otto Jongmans

    Bij voorgaande reacties wordt m.i. te weinig aandacht besteed aan het feit dat Caesar misschien niet zozeer op het oog had een monarchie te stichten, maar vooral vooruit vluchtte. Opstand was nl. zijn enige kans om aan bestraffing wegens diverse vergrijpen te ontkomen.
    Toen de bal eenmaal aan het rollen ging, bleken er meer mensen te zijn die graag op de rijdende trein sprongen. Al eerder immers waren er opstandige generaals geweest.
    Het grote raadsel is waarom Rome die opstandige neigingen niet wist te bedwingen. In veel grote staten zijn er machtige legers die, als ze zouden willen, het burgerlijk bewind zouden kunnen omver werpen, en een enkele keer in de geschiedenis gebeurt dat ook, maar meestal willen ze niet!
    Meestal wordt de stelling aangehangen dat de bestuursvorm van Rome, de Senaat en de Consuls, niet meer werkte voor dat grote rijk. Waar blijkt dat uit? Het systeem faalde maar op één punt, het had geen antwoord op opstandige militairen. Maar dat had de monarchie later ook niet, want de opeenvolgende wisseling van keizers was meestal het resultaat van legioenen die de macht grepen, en pas in die late monarchie bleek het bestuurlijk systeem in zijn geheel niet meer adequaat te zijn.
    Het grote raadsel is dus: waarom grijpen militairen soms wel de macht, maar soms ook niet?

Reacties zijn gesloten.