Het einde van de Romeinse Republiek (4)

Portret van Caesar uit Nijmegen (nu in het Rijksmuseum van Oudheden)

[In de twee eerste stukjes beschreef ik het uitbreken en verloop van de Romeinse burgeroorlog tussen enerzijds Julius Caesar en anderzijds Pompeius en de Senaat. In het derde stukje kwam Caesars overwinning bij Farsalos aan de orde.]

Veel van de conservatieve senatoren die zo’n belangrijke rol hadden gespeeld bij het uitbreken van de burgeroorlog hoefden niet te zien dat hun overwinnaar zich steeds autocratischer zou gaan gedragen: ze waren gesneuveld. Toen Caesar hun lijken zag, kon hij slechts schamperen dat ze ’t hadden gekregen zoals ze het hebben wilden. Pompeius, die de oorlog niet had gewild, was te trots om Caesar genade te vragen en voer naar Alexandrië, waar hij werd vermoord. Zijn verslagen manschappen werden door Caesar opgenomen in vier nieuwe legioenen, die dienst zouden doen in de oostelijke provincies. Met drie van deze eenheden en zijn oude VI Ferrata zou Caesar in 47 een lokale leider in Noord-Turkije verslaan in een gevecht dat zou zijn vergeten als de zegevierende generaal de campagne niet had samengevat met de gevleugelde woorden “ik kwam, zag, overwon”.

Caesars mannen waren bereid voor hem door het vuur te gaan of, zoals het staat verwoord in de Aantekeningen bij de Spaanse Oorlog, de hemel voor hem te doen instorten. Crastinus, die zijn generaal voor de veldslag bij Farsalos had beloofd dat deze hem dankbaar zou zijn, was hem loyaal tot in de dood. Die trouw vloeide niet alleen uit voort uit het feit dat Caesar de soldij van zijn legionairs had verdubbeld, al zal dat ongetwijfeld een rol hebben gespeeld. Ze had er ook meer te maken dat de veldheer zich gedroeg als legionair en het goede voorbeeld gaf. In de aantekeningen bij de diverse oorlogen toont hij hoezeer hij hun mentaliteit deelde: voor hen was belangrijk wie zich dapper gedroeg en Caesar vermeldt regelmatig manschappen die zich onderscheidden.

Lees verder “Het einde van de Romeinse Republiek (4)”

Alesia (2)

Gallische krijgsgevangene op een munt van Julius Caesar (British Museum, Londen)
Gallische krijgsgevangene op een munt van Julius Caesar (British Museum, Londen)

In 58 versloeg Caesar de Helvetiërs en vervolgens nog een groep Germanen in de Elzas. Hij profileerde zich nu als de beschermer van de Gallische bondgenoten, en daarom overwinterde hij in de vallei tussen de Vogezen en Jura, waar hij de weg van de Rijn naar het land van Saône en Rhône blokkeerde. In Italië zal men het verblijf zo ver van de Middellandse Zee heel dapper hebben gevonden, maar Caesar moet hebben geweten dat de dreiging minimaal was en dat hij er de Galliërs vooral mee provoceerde.

En inderdaad: in 57 organiseerden de noordelijkste stammen, de Belgen, een anti-Romeinse coalitie. Dat bood de Romein het excuus dat hij nodig had om de stammen tussen Marne en Maas de kracht van de legioenen te demonstreren en bovendien nog eens twee legioenen toe te voegen aan zijn leger. Ze kregen de nummers XIII en XIIII. Aan het einde van het jaar kon hij, na overwinningen aan de Aisne en de Selle in Noord-Frankrijk en de belegering van een heuvelfort bij Thuin zonder veel overdrijving claimen dat hij Gallië had onderworpen.

Lees verder “Alesia (2)”

De Bataafse Opstand (7)

Munt van het Gallische keizerrijk ter herdenking van het overlopen van XVI Gallica (Ashmolean Museum, Oxford)
Munt van het Gallische keizerrijk ter herdenking van het overlopen van XVI Gallica (Ashmolean Museum, Oxford)

Korte inhoud van het voorafgaande: Rome verkeert in crisis. De Bataven profiteren ervan door in opstand te komen, hebben in het najaar van 69 hun eerste successen geboekt en belegeren nu de Romeinse basis in Xanten. Het feuilleton in deze Romeinenweek is gebaseerd op mijn boek De randen van de aarde (2000) en Edge of Empire (2012, met Arjen Bosman; de vertaling van de Tacitusfragmenten is van Vincent Hunink; landkaart hier).

***

In Italië begon het jaar 70 veelbelovend. De burgeroorlog was voorbij en er werden plannen gemaakt om de Rijnlegers te versterken. De grote vraag was of de versterkingen snel genoeg de winterse Alpen konden oversteken om de opstand een halt toe te roepen. Al snel bleek dat ze te laat waren.

Lees verder “De Bataafse Opstand (7)”

De Bataafse Opstand (5)

Romeins masker van een Germaan: let op het wonderlijke kapsel (British Museum)
Romeins masker van een Germaan: let op het wonderlijke kapsel (British Museum)

Korte inhoud van het voorafgaande: Rome verkeert in crisis. De Bataven profiteren ervan door in opstand te komen en hebben in het najaar van 69 hun eerste successen geboekt. Het feuilleton in deze Romeinenweek is gebaseerd op mijn boek De randen van de aarde (2000) en Edge of Empire (2012, met Arjen Bosman; de vertaling van de Tacitusfragmenten is van Vincent Hunink; landkaart hier).

***

Het domste wat Civilis op dit moment kon doen, was een aanval op de legioenbasis te Xanten. Geen Romeinse keizer zou die vernedering ongestraft kunnen laten. Zodra er ook maar één speer naar de wallen geworpen zou zijn, was het onvermijdelijk dat er een onverslaanbaar groot Romeins leger naar het noorden zou marcheren om de smaad uit te wissen. Het conflict tussen keizer Vitellius en Vespasianus zou eerst voorbij moeten zijn, maar wie er ook mocht winnen, de nieuwe keizer was verplicht zo’n aanval af te straffen. De Bataven wisten genoeg van het Romeinse leger om dat te weten; Civilis met zijn Romeinse burgerrecht en vijfentwintig jaren in de hulptroepen wist het als geen ander. Toch waren de Bataven vastbesloten Xanten te verwoesten en zwoer Civilis zijn haar los te laten hangen en rood te verven totdat de basis in de as was gelegd.

Lees verder “De Bataafse Opstand (5)”

De Bataafse Opstand (4)

Medaillon van Aquilius (Valkhofmuseum, Nijmegen)
Medaillon van Aquilius (Valkhofmuseum, Nijmegen)

Korte inhoud van het voorafgaande: Rome verkeert in crisis. Keizer Vitellius voelt zich bedreigd door Vespasianus, opstandeling in het oosten, en zoekt versterkingen. Gouverneur Hordeonius Flaccus van het Rijnland kan die echter niet leveren omdat het Rijnland onrustig is. Eén van de leiders is de Bataaf Julius Civilis, maar er zijn meer potentiële rebellen en die hebben andere motieven. Het feuilleton in deze Romeinenweek is gebaseerd op mijn boek De randen van de aarde (2000) en Edge of Empire (2012, met Arjen Bosman; de vertaling van de Tacitusfragmenten is van Vincent Hunink; landkaart hier).

***

Zoals de Treveren ooit een opstand tegen Julius Caesar waren begonnen door de Eburonen de kastanjes uit het vuur te laten halen, zo liet Julius Civilis een cliëntstam als eerste rebelleren: de Cananefaten uit Zuid-Holland.

Lees verder “De Bataafse Opstand (4)”

De slag bij Flevum/Velsen

velsen_port_gs
De Romeinse vlootbasis van Velsen (Graham Sumner)

Je kunt het je maar moeilijk voorstellen als je bij Velsen door de Wijkertunnel rijdt, maar hier ligt het oudst bekende slagveld van Nederland: het is de plaats waar de Romeinen in de zomer van 28 de Friezen versloegen. En andersom, want de Romeinse tactische zege zou uitpakken als een strategische nederlaag.

Ooit waren de relaties tussen de Romeinen en Friezen – dat wil zeggen: de bewoners van wat nu Noord-Holland en Friesland heet – buitengewoon hartelijk geweest. Omstreeks 15 v.Chr. hadden de Romeinen de legioenen waarmee ze Gallië hadden veroverd verplaatst naar de Rijn, om daarvandaan een agressieve Germaanse stam te bestrijden die leefde in het noordelijke Roergebied. Deze Sugambren werden van alle kanten aangevallen: vanuit Mainz in het zuiden, vanuit Xanten in het westen en vanaf 12 v.Chr. uit het noorden over de rivier de Eems. Om die te bereiken, moest de vloot van de Romeinen varen over nog onbekende wateren, waar ze tot hun schrik werden geconfronteerd met het in de Middellandse Zee onbekende verschijnsel van eb en vloed. De Friezen redden hen toen het leven.

Lees verder “De slag bij Flevum/Velsen”