Hollands joden en christenen (1)

Yosef Caro-synagoge, Safed: de Tien Geboden.

Er zijn drie visies op het jodendom zoals dat bestond toen de Tempel in Jeruzalem nog functioneerde. Zo is er de visie van christenen op de religieuze gebruiken en opvattingen in de wereld van Jezus. Doordat er zoveel christenen zijn is deze visie gangbaarder dan de visie van hedendaagse joden op de tempelcultus. Tot slot is er de visie van historici, die het Tempeljodendom bestuderen als iets dat op zichzelf interessant is en het niet willen zien als voorportaal tot het latere, rabbijnse jodendom of het christendom.

Deze visies zijn natuurlijk niet los van elkaar te zien. Het christelijke beeld van het antieke jodendom was deels gevormd door wat christenen ooit wisten over joden uit de eigen tijd. Het twintigste-eeuwse historisch onderzoek – met name dat naar de Dode Zee-rollen – heeft geholpen christelijke en joodse oordelen bij te stellen. Slechts weinig christenen zullen nu nog denken dat het Tempeljodendom verstard was en dat er met Jezus pas weer muziek in kwam. Er zullen ook maar weinig joden zijn die het christendom nog beschouwen als verwaterd jodendom. De meeste geïnteresseerden zijn zich er tegenwoordig wel van bewust dat de twee hedendaagse godsdiensten de afgelopen eeuwen nogal wat karikaturen van elkaar hebben geschetst.

Dat wil niet zeggen dat de oude reflexen volledig zijn verdwenen en het zou ook teveel zijn verwacht dat een gelovige nooit een verouderde notie heeft. Wat echter absoluut niet kan, is dat iemand zegt historicus en dus wetenschapper te zijn, en dan de oude christelijke of joodse visies herhaalt. Dat is onprofessioneel. Een voorbeeld is de manier waarop Fik Meijer in zijn boek over Jezus van Nazaret een agenda volgt die is bepaald door ideeën die Meijer blijkbaar sinds een christelijke jeugd niet heeft aangepast. Tom Holland heeft een vergelijkbare agenda. In Dominion zegt hij historicus te zijn maar geeft hij een beeld van het jodendom dat, wat het ook is, in elk geval niet het wetenschappelijke is.

Ik behandel vandaag een paar punten. 2000 woorden is wat veel, maar Trouw stond Holland onlangs zomaar toe te claimen historicus te zijn. Alsof een kruidenvrouwtje mag claimen arts te zijn. Het is daarom zinvol aan te geven waar Holland de norm niet haalt van historisch onderzoek. Ik behandelde al eerder de wijze waarop hij feiten denkt te kunnen scheppen en wil later nog andere punten behandelen. Bottom line van deze reeks: geschiedenis is een wetenschap en als je daar amateuristisch mee omgaat, verdwaal je.

Monotheïsme?

“The Jews … did not believe that a man might become a god,” schrijft Holland in het voorwoord, “they believed that there was only the one, almighty, eternal deity.” Dat is waar voor het rabbijnse jodendom, maar niet voor de Oudheid. Álle antieke volken kenden een vorm van Gottmenschentum, maar het rabbijnse jodendom kon daar niets mee en heeft teksten hierover dus niet doorgegeven. Toch zijn er nog wel aanwijzingen dat dit ook in het jodendom heeft bestaan. Zo is er de Dode Zee-rol 4Q471, de Zelfverheerlijkingshymne, waarin een sterveling god lijkt te worden. Daarnaast was er de joodse mystiek.

Beide opvattingen waren niet wat de tempelautoriteiten verkondigden en wat latere rabbijnen acceptabel vonden, maar waren ook niet marginaal. Vrij veel joden erkenden ook “tweede goden”, die met diverse namen konden zijn aangeduid, zoals Kleine Jahweh (in 3 Henoch). Dat een Galilese plattelandstimmerman promotie maakte tot god was minder vernieuwend dan Holland impliceert: de vacature was daar om vervuld te worden.

De christenen hebben later het duo God/Godgewordene uitgebreid door er de Heilige Geest aan toe te voegen, terwijl de rabbijnen de “tweemachtenleer” juist beperkten en alle “tweede goden” omzetten in engelen. Beide godsdiensten wortelen in het antieke jodendom waarover Holland zégt te schrijven, terwijl hij in feite een beeld presenteert dat de ontdekking van de Dode Zee-rollen niet heeft verdisconteert. Noem het wat je wil, maar geschiedschrijving is dit niet en in de zin dat hij de toegankelijke literatuur over de Dode Zee-rollen negeert is het gemakzuchtig.

Een boekengeloof?

Nog een observatie. Holland meent dat bijbelboeken “the very essence of Jewish identity” vormden. Dat blijkt inderdaad uit onze bronnen, die zijn geschreven door mensen voor wie het geschreven woord belangrijk was en die zijn gekopieerd door en voor mensen die er eveneens aan hechtten. Wij van WC-eend adviseren WC-eend.

Het staat echter maar te bezien in welke mate dit iets zegt over het antieke jodendom en – dus – het vroegste christendom. Hoewel de geletterdheid in Judea betrekkelijk hoog was, ging het om maximaal een derde van de mannen. Dat betekent dat de meerderheid ongeletterd was en dat Hollands samenvatting alleen waar is door aan te nemen dat het geloof van de schrijvende elite dat was van de samenleving als geheel. Holland verwart de officiële leer van het jodendom met de praktijk.

Ik noem dit niet alleen omdat Holland hier werkt vanuit een specifieke visie op het christendom, namelijk dat het draait om de in documenten vastgelegde doctrine, maar ook omdat dit zijn neiging illustreert bronnen letterlijk te nemen. Zijn verhalen over Saint Patrick en Columbanus (verderop in Dominion) zijn bijvoorbeeld in feite samenvattingen van heiligenlevens minus de wonderverhalen. Misschien is dit litteralisme wel Hollands ergste fout.

[Wordt om half negen vervolgd]

6 gedachtes over “Hollands joden en christenen (1)

  1. Dit zijn nuttige stukken. Internet biedt de mogelijkheid uitgebreid iets uit te leggen wat in een recensie altijd weer in een beperkt aantal woorden moet. Ik waardeer het wel dat je uitlegt dat niet iedereen die zich historicus noemt, voldoende kennis van zaken heeft.

  2. FrankB

    Dit is heel nuttig. Ik ben dan ook zo vrij geweest om op Tim O’Neills blog (weer) een link te plaatsen, met als lokkertje een citaat uit dit stuk (over 4Q471),
    Op mijn ouwe dag onthoud ik niet meer of ik het de vorige keer al heb geschreven. Mijn voornaamste bezwaar is nog wel dat Holland’s boek triviaal is. “Het christendom gaf vorm aan de westerse geest” is nog minder opmerkelijk dan “hond bijt man”. Het boek is volgens mij dan ook geschreven voor hen die graag hun eenvoudige overtuigingen bevestigd zien, voor hobbits dus.
    Het probleem met Nieuw Atheïsme (zoals gedifinieerd door Tim O’N) is niet dat het deze vormgeving ontkent, maar dat het zegt bijvoorbaat alles af te wijzen wat met het christendom te maken heeft., het liefst ook de solide conclusie dat Jezus van N een historisch figuur was. De ironie, ik mag er graag op wijzen, is dat Nieuw Atheïsme daardoor grote overeenkomsten vertoont met fundagelisten.

  3. “Dat een Galilese plattelandstimmerman promotie maakte tot god…”

    Je lijkt James Frazer wel, met je ‘godgeworden mens’! Promotie tot God is een claim die veelvuldig is gemaakt rond mensen als Heracles, de Romeinse keizers en Lou de Palingboer. In het christendom draait het echter om de tegenovergestelde beweging: God die zichzelf tot een timmerman degradeerde. ‘Hij die de gestalte van een god had, hield zijn gelijkheid aan God niet vast, maar deed er afstand van. Hij nam de gestalte aan van een slaaf en werd gelijk aan een mens.’

    Leuke stukken verder! Ik stuur ze door aan iemand die binnenkort moet spreken over het verzinsel van de ‘joods-christelijke traditie’, een al even ideologische benadering van de verhouding tussen jodendom en christendom als die van Holland.

    1. De pre-Paulinische hymne uit Filippenzen die je terecht citeert gaat natuurlijk wel weer verder met de verheffing van diegene die een slaaf was geworden.

      Maar je punt staat: het johanneïsche christendom kent een beweging “van boven naar beneden”.

  4. frayek

    In je boek Israel verdeeld noem je nog enkele gevallen waaruit je concludeert dat het monotheïsme in de tweede tempel-periode niet onbetwist was. De bewijzen zijn een beetje laat (3 Enoch wordt in de vijfde eeuw gedateerd), best wel marginaal, en vooral blijft die ‘divine agent’ in alle gevallen ondergeschikt aan de baas zelf. Een van de redenen dat het jodendom de Jezus-beweging niet pruimde was juist de manifeste blasfemie een mens te vergoddelijken. Aldus de onlangs te jong overleden Larry Hurtado zoals je weet. Holland geen idee, maar om voorbij Hurtado te komen lijkt me dat meer nodig is.

    1. Dat is niet helemáál waar, 3 Henoch is in de eindvorm laatantiek maar bevat oudere delen (althans volgens Van der Horst). Het is bovendien moeilijk voorstelbaar dat het gecomponeerd zou zijn na dat de rabbijnen de Tweemachtenleer hadden weten door te zetten.

      Overigens heb je natuurlijk wel gelijk dat (a) de kleine Jhwh de mindere van de twee is en (b) dat het bewijs gering is. Dat het er toch is, dat het komt uit heel verschillende hoeken van het jodendom, suggereert echter een zekere verspreiding.

      Ik denk dat Hurtado, die trouwens in mijn papyrologieboek ook nog even langs komt, een punt heeft: dit was de splijtzwam tussen enerzijds christendom en anderzijds rabbijns jodendom. Maar ik zou dat niet zomaar willen extrapoleren naar het voorrabbijnse jodendom.

Reacties zijn gesloten.