Zomaar wat boeken

Ik had vandaag eigenlijk willen bloggen over archaic survivals. Het is immers maandag en mijn methodologische blogjes plan ik nu eenmaal voor die dag. Alleen klikte ik het stukje vrijdag al weg en staat het nu al online. Dus ik blog maar even over het dichtstbijzijnde onderwerp dat voorhanden is. Dat zijn de boeken tussen bureau en bed.

Signalementen dus van wat ik nu aan het lezen ben. En voor het goede begrip: signalementen zijn geen recensies, zelfs al geven onze kranten tegenwoordig slechts 700 woorden voor wat ze recensie noemen. Degenen die geen zin hebben in onbenullige signaleringen dat boeken bestaan, hoeven niet verder te lezen. Hun bied ik een leuk muziekje.

Lees verder “Zomaar wat boeken”

Welke Nederlandse boeken moet een Iraniër lezen?

Dat ik de zoon ben van een leraar Nederlands maakt mij nog niet tot kenner der letteren, maar toch: ik kreeg de vraag voorgelegd wat een Iraniër zou moeten lezen om wat van onze literatuur te leren kennen. Dat is zo makkelijk nog niet. Ooit heb ik geprobeerd het Graf te Blauwhuis van Gerard Reve uit te leggen aan een vluchtelinge die vloeiend Nederlands had leren spreken, maar het lukte niet om de afwisseling van aanstellerig melodrama, plagerige ironie en oprechte hartenkreet uitgelegd te krijgen.

Het probleem is natuurlijk dat elke roman, ieder gedicht, elk essay ontstaat op een specifiek moment en in een bepaalde culturele omgeving, en dat er nogal wat kennis van de West-Europese cultuurgeschiedenis is te overwinnen voor iemand die is opgegroeid in de islamitische republiek Iran. En als we ons dan niet willen beperken tot het inburgeringsniveau, maar iets dieper willen gaan, wordt het lastig. Maar toch, ik probeer het.

Lees verder “Welke Nederlandse boeken moet een Iraniër lezen?”

Een blog zonder corona

 

Door de crisis rond de corona moeten we zoveel mogelijk thuis werken. Tussen u en mij gezegd en gezwegen: voor mij persoonlijk is het een zegen. Ik moest afgelopen zomer een paar weken uitwijken naar de Vaalserberg om eindelijk eens normaal te kunnen werken. Dankzij uw hulp lukte dat ook en zo kon ik werken aan Xerxes in Griekenland en Bedrieglijk echt. Hoe schunnig het ook klinkt, dankzij de crisis kan ik in Amsterdam zelf de rust vinden die voor werk nodig is. Ik sluit niet uit dat sommige bedrijven de komende weken gaan constateren dat de verplaatsing van de werkzaamheden vanuit de kantoortuinen richting werkplek-zonder-overlast de productiviteit heeft bevorderd.

Dit gezegd zijnde: niet iedereen kan nu werken en omdat ook ik nu zonder betaald werk zit, leek het me aardig wat vaker op deze plek te schrijven. Wie geen werk heeft, kan dan iets leuks lezen en zich even aan het corona-voor, corona-na onttrekken.

Mijn oorspronkelijke plan was een decamerone te maken, maar honderd stukjes in tien dagen was me wat teveel van het goede. Bovendien houd ik rekening met een week of zeven voor we terug zijn bij normaalheid, dus lag het voor de hand een langere reeks te bouwen. Dat worden de misverstanden die ik ooit publiceerde in Spijkers op laag water. Die materie valt te actualiseren en zo heeft u iets aardigs voor in de middag. Regelmatige lezers van deze blog zullen wel wat bekende dingen tegenkomen.

Lees verder “Een blog zonder corona”

Het boek van de toekomst

[Vandaag verschijnt Topstukken uit de collectie van het Privaat Leesmuseum, waarin vijftig mensen uitleggen waarom lezen zo leuk en belangrijk voor ze is. De opbrengst van deze door Ewoud Sanders samengestelde catalogus van het kleine Haarlemse museum met leesbeeldjes is voor Biblionef, een stichting die als doel heeft kinderen wereldwijd leesplezier bij te brengen. Hieronder vindt u mijn bijdrage. Voor die van Frits Abrahams, Maarten ’t Hart, Marita Mathijsen, Erik van Muiswinkel, Marc van Oostendorp, René van Stipriaan en nog drieënveertig anderen zult u naar de boekhandel moeten.]

Ik lees niet meer zoals ik las. Ooit had ik altijd een boek bij me. Vooral die kleine Reclam-boekjes waren handig. Ze pasten precies in je broekzak en je had dus altijd wat te lezen, ook als je bij de kassa in de rij stond, als je in een wachtkamer zat of als je een treinreis maakte. Een mens wacht wat af in zijn leven, maar lezen helpt de zinloosheid van het bestaan binnen redelijke perken te houden.

Lees verder “Het boek van de toekomst”

Kwakgeschiedenis: Monaldi en Sorti

Medaille uit Oberaden (Westfälisches Römermuseum, Haltern)
Medaille uit Oberaden (Westfälisches Römermuseum, Haltern)

Een van de boeiendste teksten uit de Oudheid is de Natuurlijke Historie van Plinius de Oudere, een Romeinse bestuurder wiens nieuwsgierigheid slechts werd geëvenaard door zijn leeshonger. Geen boek was zo slecht, vond hij, of er stond wel iets goeds in. De Natuurlijke Historie is een samenvatting van zijn lectuur en biedt een prachtig overzicht van alle antieke kennis. Helaas is die soms ronduit bizar.

Plinius is niet uniek. Alle antieke auteurs bieden een curieus mengsel van ware en onware verhalen. Men had destijds de middelen immers niet om informatie te controleren. Er is dus niets mysterieus aan.

De Italiaanse auteurs Rita Monaldi en Francesci Sorti vinden het wél raadselachtig en opperen in hun roman Mysterium… ja, wat opperen ze eigenlijk? Het wordt niet helemaal duidelijk in de appendix “De verzonnen tijd”. Ze hebben het over vervalste antieke bronnen, suggereren dat de geschiedenis van vele eeuwen is verzonnen, maar noemen die theorie ook weer “gewaagd”. Ze noemen mogelijke daders en motieven, maar eenduidig is het allemaal niet.

Lees verder “Kwakgeschiedenis: Monaldi en Sorti”

Lucy op het schoolplein met olijven

schoolplein

Als ik iets aardigs ga schrijven over de verhalenbundel Lucy op het schoolplein met olijven – en dat ga ik – kan het zijn dat ik een beetje bevooroordeeld ben. Ik ken de schrijfster, Inez van Eijk, weliswaar niet heel goed maar al wel heel lang. Een jaar of tien denk ik, misschien meer. Ik ben er echter heel zeker van dat ik óók iets aardigs over dit boek zou schrijven als ik de schrijfster niet zou hebben gekend – al vrees ik dat ik het boek dan nooit zou hebben gelezen. Dat zou jammer zijn geweest, want Lucy op het schoolplein met olijven is echt fijne lectuur.

De verhalen, meest gesitueerd in een stad die lijkt op Amsterdam, gaan over allerlei gewone mensen die heel gewone dingen meemaken. Een dame serveert een maaltijd aan een heer. Een oorlogsheld krijgt weer zin in het leven. Een vakantieliefde en een verloren liefde. Een hond die komt aanwandelen. Een echtpaar dat zich ontfermt over een jonge man. Een meisje verschijnt op het schoolplein met een delicatesse die de andere schoolkinderen niet lusten: olijven. Kortom, verhalen over alledaagse mensen en alledaagse dingen. Al vindt er ook een moord plaats.

Lees verder “Lucy op het schoolplein met olijven”

Bijbellectuur

Dit is natuurlijk geen konijn.
Dit is geen konijn.

Een kennis van me ging met pensioen en besloot, nu hij wat tijd had, de Bijbel eens te lezen. Zoals te verwachten viel, bekwam hem dat slecht en hij is er halverwege mee gestopt. Zijn eerste fout: hij nam de Statenvertaling. Zijn tweede fout: hij begon bij Genesis. Zijn derde fout: hij vergat dat deze bibliotheek niet voor hem was geschreven.

Om met de Statenvertaling te beginnen: die is vier eeuwen oud en ook in hertaling geen toegankelijk Nederlands. Een andere moeilijkheid is dat een moderne lezer al snel struikelt over evidente fouten. Zo wordt het Hebreeuwse woord voor klipdas vertaald met “konijn”. Je hoeft geen biologie te hebben gestudeerd om te weten dat dit dier in het oude Nabije Oosten niet voorkwam. Storend.

Lees verder “Bijbellectuur”

Subversieve lectuur

Joan Derk van der Capellen tot den Pol (Zwolle)

Dat is me nog nooit gebeurd: dat de douane op Schiphol mijn koffer eruit haalde om even te zien wat erin zat. Ik vroeg de douanier wat de aandacht had getrokken van de man achter het röntgenapparaat, en hoewel ik geen direct antwoord kreeg, was wel duidelijk dat de vele boeken in mijn koffer een ongebruikelijk beeld waren geweest.

En dus werden al mijn boeken uit de koffer gehaald en opengeslagen. Het verbaasde me.

Lees verder “Subversieve lectuur”

Blake en Mortimer

Uit
Blake en Mortimer in “De valstrik”

Aan het begin van het stripalbum De valstrik van Edgar P. Jacobs ontvangt de held, professor Mortimer, een brief van zijn aartsvijand, Miloch, die hem het geheim toevertrouwt van een fantastische uitvinding. Hij verklaart het curieuze aanbod als volgt:

U was mijn vijand, maar U was een loyale vijand. Uw karakter beviel me, evenals uw kennis, die zeer uitgebreid is. U bent waardig mijn erfgenaam te zijn.

Mortimers beste vriend, kapitein Blake, suggereert de professor om te wachten alvorens het geschenk aan te nemen, en de lezer weet dat dit de beste raad is, maar Mortimer stort zich onvervaard in het avontuur. Gelukkig maar, want het levert een buitengewoon onderhoudend stripverhaal op, zelfs al dateert het uit 1962 en is het ruim een halve eeuw oud.

Waarom blijven de stripverhalen over Blake en Mortimer – die in feite vooral over de laatste gaan – zo boeiend? Waarom zijn allerlei Belgische stripkunstenaars na de dood van Edgar P. Jacobs, doorgegaan met de reeks?

Lees verder “Blake en Mortimer”