Anatomie van een wond

Een gewonde retiarius (Villa Dar Buc Ammera, Zliten; nu in het Nationaal Museum in Tripoli)

Iedereen met ook maar de minste kennis van de oudheid heeft wel eens van gladiatoren gehoord. Mannen, en vrouwen, die in de arena’s van het oude Rome vochten, gewond raakten en stierven.

Wat tegenwoordig een onlosmakelijk deel is van iedere film over de Oudheid, was ook toen al een geliefd onderwerp en stond afgebeeld op diverse voorwerpen: van bekers en olielampen tot  immense vloermozaïeken. Een van de bekendere in de laatste categorie is het bovenstaande mozaïek uit de Villa van Dar Buc Ammera bij de stad Zliten in Libië.

Het is tegenwoordig te zien in het Nationaal Museum in Tripoli en toont scènes van dierengevechten, executies en gladiatorengevechten. Mij heeft een klein detail van het grote mozaïek altijd geïntrigeerd.

In het bedoelde detail is te zien hoe een retiarius, inmiddels zonder net en drietand, zich overgeeft aan zijn tegenstander, een secutor. De reden van zijn overgave is ook duidelijk: een grote straal bloed spuit uit zijn kuit.

De kracht van de straal bloed doet vermoeden dat het zwaard van zijn tegenstander een van de drie belangrijke slagaders in het onderbeen geraakt heeft. Het bloedverlies zal hem op korte termijn duizelig maken en, mogelijk, het bewustzijn doen verliezen. Het straaltje doet misschien wat grappig aan in de afbeelding maar de wond is potentieel dodelijk. Zich overgave en zijn hoop op verpleging door een kundige dokter is zijn enige kans. Mocht hij de bloeding overleven, dan zal hij waarschijnlijk voor altijd kreupel blijven door de beschadiging van de spieren.

Merkwaardig genoeg is deze afbeelding niet de enige beschrijving van een dergelijke verwonding tijdens een gladiatorengevecht. Lucianus van Samosata (ca 125 -ca 180) beschrijft in een van zijn dialogen hoe twee vrienden, Toxaris en Sisinnes, belanden in Amastris, een havenstad aan de Zwarte Zee. Daar worden ze beroofd van al hun geld en Sisinnes ziet geen andere mogelijkheid dan voor het prijzengeld een gladiatorengevecht aan te gaan. Het gevecht is van korte duur en en Sisinnes loopt al snel een zware verwonding op. Een diepe snee in zijn been doet hem hevig bloeden maar hij weet zijn balans te houden. Staand op één been wacht hij af hoe zijn tegenstander overmoedig op hem afkomt en weet deze zó te doorsteken dat hij onmiddellijk dood neervalt. Sosinnes laat zich op het dode lichaam neerzakken en bezwijkt bijna aan de wond. Slechts na lange behandeling, beschrijft Lucianus, overleeft hij het ternauwernood en kunnen zij naar huis reizen. Maar, zo stelt het verhaal, hij zou zijn hele verdere leven mank blijven lopen door deze verwonding.

Verwondingen aan de benen zijn in alle gevallen natuurlijk gevaarlijk. Ze hinderen de strijder ernstig  in zijn mobiliteit en stabiliteit. In moderne schermtermen heet een slag over het been een “coup de Jarnac.” Vernoemd naar een duel uit 1547 waarin Guy de Chabot, de heer van Jarnac, zijn tegenstander François de Vivonne overwon op nagenoeg de zelfde wijze als 1400 jaar eerder de secutor uit Zliten de onfortuinlijke retiarius.

Alle strijders in de oudheid zullen deze vechttechniek op hun repertoire gehad hebben. Het is makkelijk voor te stellen hoe een Romeinse legionair in een tweegevecht zijn grote schild gebruikt zal hebben om  zijn tegenstander te slaan en af te leiden om vervolgens met zijn gladius een gemene haal over diens been te geven. Hoewel de gladius primair een steekwapen is, is het lang en scherp genoeg om een hamstring, de grote spieren aan de achterkant van het bovenbeen, door te snijden. De tegenstander zou niet langer op de been weten te blijven, zeker niet na nog een slag van het schild, en een makkelijke prooi zijn.

De auteur met pteruges en beenplaten

Zelf hielden de Romeinen hier terdege rekening mee. Bijna alle Romeinse soldaten op de wat risicovolle plaatsen in het het gevecht, en hun hogere officieren, droegen pteruges. Dit is Grieks voor “veren” en de naam voor de verticale stroken materiaal die onder de metalen pantsers uitkomen. Hoewel we niet zeker weten uit welk materiaal ze precies gemaakt waren, lijkt het erop dat het ofwel leer ofwel versterkt dik linnen is geweest. Deze stroken, die voor moderne mensen soms wat grappig overkomen,  zijn een integraal deel van de lichaamsbepantsering. De op en over elkaar heen liggende stroken geven de vechter maximale bewegingsvrijheid maar zorgen er ook voor dat de schade van een zwaardsnede over het been beperkt blijft. Beenplaten voor het onderbeen zorgden voor een verdere bescherming. Niet alleen tegen snijwonden maar ook tegen verlammende slagen tegen de beenvliezen aan de voorkant van het onderbeen.

Helaas waren noch Sisinnes, noch de retirarius uit Zliten voorzien van deze beschermingsmiddelen. Met voor hen beide bijna fatale gevolgen.

[Op mijn uitnodiging om met enkele gastbijdragen dit tot een min of meer coronavrije ontmoetingsplaats te maken, ging Wim van Broekhoven opnieuw in. Ik interviewde hem en zijn echtgenote Hanneke al eens op deze plaats.

Dank! Meer gastbijdragen zijn welkom.]

13 gedachtes over “Anatomie van een wond

  1. FrankB

    Het was misschien niet zo verstandig dit stuk te lezen terwijl ik mijn avondeten nuttigde (voor de liefhebbers van Margriet: rode kool met stukjes appel).

  2. Dirk

    Interessant! Ik wijs er nog even op dat graaf Frederik de Merode, die bij ons op het kerkhof begraven ligt, ook bezweek aan een (schot)wond in zijn been, weliswaar door een infectie.

  3. Frans

    Hmmm… Het is dus duidelijk dat de Romeinen wisten hoe schadelijk zo’n beenwond kon zijn. En dus rustten ze hun soldaten uit met scheenbeschermers, maar hun gladiatoren, of tenminste hun retirarii, niet. Om de spanning van het gevecht te verhogen? Want iedere gladiator wist zelf natuurlijk ook wel wat zijn sterke en zijn zwakke punten waren. Je zal daar maar staan met zo’n net en zo’n drietand en blote benen…

    1. Gladiatorengevechten waren altijd eerlijk en in balans. Bij ieder voordeel was er ook een nadeel. Bijvoorbeeld,tegenover een zwaar-bepantserde secutor, goed beschermd maar log, gewapend met een kort zwaard zette men dan een licht-bepantserde retiarius, die snel en lenig was maar ook nog wapens had waarmee hij op afstand kon blijven. Dit verschijnsel, de nadelen van zwaar bepantserd tegen licht bepantserd, komt vooral in dit gladiatorengevecht naar voren. https://www.youtube.com/watch?v=D5FU0ZMRB_Q.

  4. Paul

    Een tijd terug een documentaire gezien over de Romeinen in een slag tegen Hannibal (ik meen me te herinneren Cannae) waar de soldaten van Hannibal overgingen tot het doorsnijden van de enkels van de Romeinen om deze op een later moment af te maken. Het lijkt me interessant om te zien wanneer legionairs zijn begonnen met het dragen van beenbeschermers.

    1. Robbert

      Cannae: Numidiers vielen van achter aan en sneden kniepezen van Romeinen door. De dag erna boden nog levende Romeinen met doorgesneden dij- en kniepezen hun hals en nek aan als verzoek hen te doden (Livius). Wat er met dijpezen is bedoeld ontgaat me. Relatief gemakkelijk zou zijn om bij reeds gevallen vijanden achillespezen door te snijden, maar geen enkels. Gruwelijk maar boeiend, zo’n slag.

      1. FrankB

        Uit de Fascinerende Huisregels: “Over onze ingrepen is geen discussie mogelijk.”
        Ook deze vraag van u is niet oprecht.

  5. Robbert

    Zeer interessant verhaal voor iemand, die in een voor-vorig leven chirurg was.
    Al die Romeinse beschermingen, die re-enactor Wim van Broekhoven draagt, waren niet voor niets! In het mozaiek zie ik echter een artistieke vrijheid van de maker, die bloedverlies duidelijk wil afbeelden.
    Want een slagaderlijke bloeding spuit zelden zoals getoond en zeker niet bij een al of niet diepe snee over de kuit. Het kan optreden bij de grote oppervlakkige slagaderen, zoals onder de lies en (vooral) in de hals. Vanuit de knieholte zou wellicht kunnen maar dan moet de wond echt diep aan de achterkant zijn aangebracht.
    Ik denk dat een diepe snee in onder- of bovenbeenspieren eerder de bewegingen van de gewonde strijder beperkte zoals je ook vermeldt; als de srtijd langer duurder, zal het doorgaande, sijpelende bloedverlies wel tot algemene verzwakking hebben geleid. En ja, bij overleving, zonder moderne hechtingen, zal de strijder mank blijven.

  6. Robert

    Pteryges voor de bovenbenen, ocrae voor de onderbenen, manicae ter bescherming van de rechter (zwaard) arm. Hollywood propt daar altijd ook nog die vreselijk leren polsbeschermers bij 🙂

    Wat ik in dit rijtje mis is de bescherming vaan de voet. Vaak is mij dit uitgelegd als zijnde overbodig omdat en schild dit lichaamsdeel afdoende zou beschermen – als de opponent zo dichtbij zou komen zou hij zich bloot geven – maar helemaal sluitend heb ik dat nooit gevonden. Dus waarom geen simpele ‘voetplaat’?

    De vraagsteller is ook Romeins reenactor, historicus en een goede bekende van de auteur 😉

    1. FrankB

      Als reenactor bent, waarom probeert u niet op Romeinse wijze een voetplaat in elkaar te knutselen? Misschien komt u er achter waarom niet. Lukt het u wel dan zoekt u een partner zonder voetplaat, organiseert een schijngevecht en probeert diens voet “eraf te hakken”. Ik zou dat graag willen zien, dus maakt u er ook een filmpje van?

    2. Voetbeschermers duiken later wel op bij ruiters al heten ze tegen die tijd ridders. Ik denk dat ik als infanterist niet nog meer van mijn mobiliteit op zou willen offeren. En als een beschadigde voet een veel voorkomend euvel geweest zou zijn, had men de door jou gewenste voetplaat vast wel uitgevonden. Kwestie van vraag en aanbod. Maar het idee van FrankB hieronder vind ik wel wat hebben. Ik heb hier voldoende scuta en gladii en ook nog een grote tuin. Zullen we een keertje?

Reacties zijn gesloten.